Liefde in de gemeente
Pastoraat – Gemeenschap der heiligen [3]
Nergens wordt het apostolische woord 'Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus' zo duidelijk uitgebeeld als in de geschiedenis van de vier vrienden die met hun verlamde vriend naar Jezus gaan.
‘En zie, enige mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was …’, schrijft de arts Lukas.
Mattheüs en Markus vertellen dezelfde geschiedenis, maar noemen de man die door zijn vrienden gedragen wordt, ‘een geraakte’. Lukas weet dat iedere patiënt allereerst een mens is en dan pas een lijder aan een ziekte of handicap. Zo is dat ook in de ogen van de hemelse Geneesheer. Niemand is in Zijn ogen een geval, maar ieder een mens.
Als Lukas het zo zegt, zie je het ook voor je. Die vier mannen, die maar één ding voor ogen hebben: onze vriend moet naar Jezus! Kosten noch moeiten sparen zij. Wat hebben ze er veel voor over om met hun vriend de Heiland te bereiken. De spot van de mensen, die niet aan de kant willen gaan om ruim baan te maken voor hun liefdewerk, horen ze niet. De moeite die zij doen moeten om met hun vieren de niet meewerkende vriend de trap op te dragen naar het dak van het huis, waar Christus woont, tellen ze niet. Want liefdewerk is niet zwaar. Dat openbreken van het dak zal heus wel inspannender zijn geweest dan wij denken. Misschien haalden zij hun handen er wel aan open.
Maar wat deert het hen? Hun vriend moet naar Jezus. Het is niet tevergeefs geweest. Hoor maar wat de evangelist ons dan meedeelt: ‘En Hij hun geloof ziende, zei tot hem: ‘Mens, uw zonden zijn u vergeven.’ Zij hebben hun vriend tot Jezus gedragen en Hij, de goede Herder, neemt het verloren schaap op Zijn sterke schouders en draagt het verder tot in de schaapskooi van het Koninkrijk van God.
Lasten dragen
Paulus draagt de gemeenteleden van Galatië op de handen uit de mouwen te steken en elkaars lasten op te pakken. Wat kan hij daarmee bedoelen? Het Griekse woord dat hij gebruikt, kennen wij uit het instrument dat de luchtdruk meet: barometer. Baré betekent letterlijk: wat zwaar weegt.
In het evangelie gebruikt de Heere Jezus het woord in de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard. Daar zeggen de werkers van het eerste uur over degenen die maar één uur gewerkt hebben: ‘Gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die de last van de dag en de hitte gedragen hebben.’ (Matth. 20:12)
Met dat woord worden dan de moeite van het leven aangeduid. Dan bedoelt de apostel met zijn opwekking te zeggen: deel elkaars moeiten. Leef mee in dagen van ziekte en teleurstelling. Als iemand een handicap heeft, vul dan zijn of haar gemis aan door hulp of steun te geven. Zoals de mannen in Kapernaüm hun vriend, die niet lopen kon, dragen. Deel met elkaar verdriet en laat medemensen niet in eenzaamheid tobben. De gemeente van de Heere Jezus is toch immers een lichaam, waarvan alle leden elkaar nodig hebben. En wat je samen draagt is niet half zo zwaar als dat wat je alleen moet voortslepen.
De bedoeling is ongetwijfeld dat de gemeenschap der heiligen, die hier ‘de huisgenoten des geloofs’ genoemd worden, zich van de wereld onderscheidt door onderlinge verbondenheid in meelevende liefde. In de geschiedenis van de genezing van de verlamde man staat toch ‘hun geloof ziende, zei Hij tot hem’. Van meervoud naar enkelvoud. De Geest gebruikt het liefdevolle meeleven van de gemeente dikwijls om de lijdende leden hoop en ook geloof te geven.
Lastigheden
Dat Griekse woord baré kan echter niet alleen betekenen ‘wat zwaar op mij drukt’, maar ook: ‘dat wat ik bij die ander zo lastig vind’. Zelfs: ‘dat wat mij in die ander ergert’. Ook binnen de christelijke gemeente hebben mensen immers hun nare karaktertrekken. Niet ieder is even begripvol of heeft evenveel geduld. Christus’ gemeente bestaat toch uit zondaren? Uit mensen van vlees en bloed. ‘Heb dan begrip voor je medegemeenteleden ’ wil de wijze apostel zeggen, die de Galaten in zijn brief wel ‘uitzinnig’ genoemd heeft. In het laatste hoofdstuk noemt hij ze weer ‘broeders’ en daarin proeven wij de liefde, waarmee hij ze vermaand heeft.
Dat is de liefde van Hem, Die het gezegd heeft: ‘Wat gij wilt dat de mensen u doen, doe gij hun evenzo.’ Een spreekwoord luidt: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe het ook een ander niet. Maar de Heere zegt het veel scherper: ‘Ga met de ander om zoals je zou willen dat de ander met jou zou omgaan.’ Dat is de verdragende kant van de liefde. Aan de Korinthiërs schrijft Paulus dezelfde dingen met deze woorden: ‘De liefde verdraagt alle dingen.’ Wat is het ook in onze tijd hard nodig dit vermaan in de gemeenten ter harte te nemen. Wat is er soms een liefdeloze onverdraagzaamheid.
Concurrentiehouding
Prof.dr. J.P. Versteeg wijst in zijn prachtige boekje Oog voor elkaar op nog een andere mogelijkheid om de woorden van de apostel te verklaren. Baré zou ook kunnen betekenen: ‘gewichtigheden, waardigheden, dingen waarmee iemand aanzien heeft’. Het elkaar verdragen in elkaars aanzien betekent: van elkaar aanvaarden dat de een in bepaalde dingen uitmunt boven de ander.
Erkenning van hen die om hun ambt eerbied van de gemeente behoren te ontvangen, zou hiermee kunnen worden aangegeven. Ook de vermaning om elkaar niet de loef af te steken, maar om de ander, zoals Paulus ook de Filippenzen schrijft, ‘uitnemender te achten dan zichzelf ’. Een concurrentiehouding mag binnen de gemeenschap der heiligen niet bestaan. Daarom gaat de apostel ook verder met de woorden: ‘Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelf in zijn gemoed.’
Zwaarste last
De zwaarste last die op ieder mensenleven rust, de zonde, kun je die voor een ander dragen? Nee, in dit verband zegt Paulus een paar regels verder al: ‘Ieder zal zijn eigen pak dragen.’ Voor de Heere zullen wij allen persoonlijk verantwoording hebben af te leggen. Maar dat wil nog niet zeggen dat wij met de zonden van onze medegemeenteleden niets te doen hebben. ‘Belijdt elkander uw misdaden,’ schrijft Jakobus. Dat is toch een vorm van met elkaar delen. Als je het gedeeld hebt, mag je dat dan toch samen naar de Heere dragen in gebed. Hoeveel meer zegen zou er in de gemeente zijn als wij even vaak voor elkaar baden als dat wij nu over elkaar praten. De vrienden in Kapernaüm droegen hun vriend naar Jezus en de verlamde man kreeg allereerst het meest nodige: vergeving van zijn zonden.
In het oude verbond lag de wet onder het verzoendeksel, in het nieuwe ligt die in het evangelie. Daarin klinkt immers de nodiging van de grote Heelmeester: ‘Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.’ Hij droeg immers helemaal alleen de zwaarste last: ‘Hij dan dragende Zijn kruis ging uit naar de plaats genaamd 'Hoofdschedelplaats.’ Zo droeg Hij alleen alle lasten en ook de zwaarste last.
Nu roept Hij Zijn gemeente samen het kruis achter Hem aan te dragen. ‘En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.’ (1 Joh. 3:23)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's