De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schilderij en klinkende preek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schilderij en klinkende preek

Bach en het kerkelijk jaar

4 minuten leestijd

In de Hillegondakerk in Rotterdam-Hillegersberg hangt in de hal onder de toren een groot schilderij van de Rotterdamse schilder Marius Richters. Het schilderij is Richters’ weergave van de storm op het meer. Jezus, in wit gekleed, als prominente en stralende gestalte, is in diepe slaap verzonken. Het geeft de paradox aan. Hij Die tekenen verrichtte, met gezag sprak, boze geesten uitdreef, is onbereikbaar en dit uitgerekend nu de storm woedt. Rondom die stralende gestalte, één en al duisternis en onstuimigheid, waarin met moeite de twaalf discipelen te ontwaren zijn. Terwijl de golven beuken op het schip, zitten sommige volgelingen apathisch voor zich uit te staren, één van hen wil uit wanhoop het schip verlaten, hij wordt door een ander daarvan weerhouden. Weer anderen heffen verbijsterd de handen ten hemel. De plaats voor dit kunstwerk is goed gekozen. Vanuit het leven van alledag, waar het flink stormt, komen we de kerk binnen. De onstuimigheid van hetgeen we horen en zien in de gebeurtenissen wereldwijd en in ons persoonlijk leven, zit nog diep in onze ziel.

Klinkende preek
Het eren van God, alsmede de naaste iets leren. Beide stonden Johan Sebastiaan Bach met zijn composities voor ogen. Hij schreef zijn toonzettingen niet om de hoorders te behagen, zoals veel componisten na hem. Het evangelie moest door muziek ondersteund tot klinken worden gebracht, teneinde Gods eer te vergroten en de naaste dichter bij het schriftgeworden en daarin het vleesgeworden Woord te brengen. Dr. Arie Eikelboom, die onlangs promoveerde in de theologie, beschrijft in zijn boeiende en lezenswaardige dissertatie het motet Jesu meine Freude als een predicatio sonora. Een klinkende preek.
Bij het luisteren naar Cantate 81 moest ik aan die typering denken. Cantate 81 ‘Jesus schläft, was soll ich hoffen?’ is geschreven voor de laatste zondag van Epifanie. In de eerste drie delen, een altaria, recitatief en tenoraria, is de toon wanhopig klagend. Geen wonder. Jezus is in diepe slaap verzonken, als was het een doodslaap. De alt (de gelovige) geeft stem aan de ontstellende en verontrustende vraag. ‘Wat kan ik hopen, wanneer Jezus slaapt, onbereikbaar is?’ ‘Waar zal ik mijn hoop op vestigen, wanneer ik de dood in de ogen kijk?’ De toonsoort is vanzelfsprekend mineur en fluiten klinken als instrumenten van de klacht. Het verdriet wordt onderstreept door orgelpunten, lang aangehouden tonen. In het hierop volgende recitatief klinkt de taal van de psalmen. ‘Waarom verbergt U Zich en houdt U zich verre van mijn nood?’ De wijzen, wier komst naar Bethlehem op de eerste zondag van Epifanie centraal stond, komen weer ter sprake. Hun werd immers de weg gewezen, terwijl wij geen hand voor ogen zien. Indien Uw aangezicht niet met ons mee gaat, doe ons van hier niet optrekken.
Dan breekt de hevige storm los, zoals Bach een storm vermag te doen klinken. In snelle, stijgende en dalende tonen, die de strijkers spelen, horen we de golven met kracht tegen het schip slaan. Belials stromen zijn het, want de satan zelf zit hier achter. De zee is immers het gebied van de machten. Driemaal klinkt in deze aria, een adagio, een langzaam gedeelte. Gezongen wordt daarin dat een christen in de storm staande moet blijven, als een rots. Driemaal ging de rots Petrus evenwel onderuit.

Bas
Dan komt het midden van de cantate. Het bestaat uit een bijbelwoord, ontleend aan het evangeliegedeelte van deze zondag, Mattheüs 8:23-27. De bas (stem van Christus) vraagt, uit de slaap opgewekt, vol verwondering, ‘Waarom zijn jullie zo bang, kleingelovigen?’ Mede door de toonzetting gaat deze vraag van de Opgestane je door merg en been. In het tweede deel is de toon volkomen anders. De storm wordt door de opgestane Jezus het zwijgen opgelegd. Het woeden van de satan mag Gods kinderen niet verwonden. Dan krijgt de alt (de gelovige) opnieuw stem. Ze prijst zich gelukkig, want ze mag zich geborgen weten in het Woord van Christus. De klagende fluiten hebben plaatsgemaakt voor de liefelijke hobo’s. Ten slotte zingt het koor, de gemeente, ‘Onder uw beschermende hoede, zijn we geborgen. Laat de satan maar woeden. Jezus staat me bij.’ Het is het tweede couplet uit het motet ‘Jesu meine Freude’ en klinkt uitdagend.

Keerpunt
Precies in het midden van deze cantate gebeurt het. Daar klinkt het woord van Christus Zelf. Het is het keerpunt. Van daaruit kan ik verder, ik weet me weer geborgen, hoe de boze ook woedt.
Ik kijk naar het schilderij van Marius Richters in de hal. Uit een wereld komen we, waarin de storm woedt. ‘Waarom zijn jullie zo bang, kleingelovigen?’ We komen om ons te laten storen in ons ongeloof, elke zondag weer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Schilderij en klinkende preek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's