De belangrijkste vraag
Artikel 22 en 23: De rechtvaardiging van de goddeloze
Artikel 22 en 23: De rechtvaardiging van de goddeloze
Er komen vandaag aan de dag veel vragen op ons af. Toch is één vraag de belangrijkste: hoe ben ik rechtvaardig voor God. Het unieke van deze kernvraag is dat er een antwoord op is. Dit antwoord is doorslaggevend voor heel ons christen-zijn.
De lutheranen spreken over dit antwoord als het artikel waarmee de kerk staat of valt. Calvijn noemt het de voornaamste pijler waarop de godsdienst rust. Hoe ben ik rechtvaardig voor God? Door de verzoening van onze zonden door Jezus Christus (art. 21). Hoe deel ik in Zijn verzoening? Door in Hem te geloven als mijn Verzoener.
De Heilige Geest ontsteekt dit geloof in mijn hart. Door het geloof in Hem rekent God mij de verzoening die Christus tot stand bracht, toe. Hij verklaart dat ik rechtvaardig ben. Niet omdat ik zelf rechtvaardig ben, maar omdat Christus voor mij rechtvaardig is.
Dat is de kern van de Reformatie: de rechtvaardiging van de goddeloze. Ik ben goddeloos in mijzelf en tegelijk ben ik rechtvaardig in Christus. Dat dit werkelijk waar is, is nooit te begrijpen, alleen maar te geloven. Vandaar dat ook dit artikel begint met de beslissende woorden: wij geloven.
Kennis
In dit artikel staat dat de Heilige Geest in ons hart een waar geloof ontsteekt om de verborgenheid van Gods heil te kennen. Er staat niet: de Heilige Geest ontsteekt door middel van kennis een waar geloof in ons hart. De eerste uitgave van de NGB formuleert wel zo. Maar dat is snel veranderd. Ik denk, omdat mensen (dopersen? ) zeiden: De Bres haalt kennis en geloof uit elkaar. Prima zo, want kennis gaat aan het geloof vooraf als een soort toeleidende weg. Meer is kennis niet. Geloven is een zaak van gevoel en wil. Niet van het verstand. Om dit misverstand de wereld uit te helpen formuleert de uitgave van de NGB in 1566 de zin, zoals wij die nu kennen. Geloven is immers een zaak van het hart en daar horen niet alleen gevoel en wil bij. Ook ons verstand is betrokken. Wanneer ik dit overdenk, merk ik hoe vaak en hoe veel in onze traditie ook gedacht is dat kennis aan het geloof voorafgaat (een zogenaamd historisch geloof ). Vandaar de onderwaardering van kennis in het geloof, met als gevolg het ontstellend gebrek aan kennis. Men zag niet dat kennen in de bijbelse zin van het woord verbonden is met het hart. Een andere kennis is niet legitiem.
Kennen is een kwestie van relatie, een existentieel kennen, een bevindelijk kennen, zoals dat met het kennen van man en vrouw in het huwelijk het geval is. De Heere kennen is in een intieme relatie met de Heere leven. Kennen en vertrouwen zijn de twee polen van de ellips van het geloof in Christus (HC 7).
Christus alleen
Rome zei van de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze dat het een vervloekte leer is. Hier springt De Bres, als door een wesp gestoken, overeind, omdat hij ziet dat het fundament van onze eeuwige zaligheid in gevaar verkeert. Als het volbrachte werk van Christus niet het enige fundament is, maar moet worden aangevuld door iets van ons (noem het heiliging), dan stort het hele huis van ons heil in elkaar.
Behoren onze goede werken dan niet bij het geloof in Christus? Jazeker, Christus voor ons wil ook Christus in ons worden. Maar de verwisseling van Christus in ons met Christus voor ons is dodelijk. Zo nauw steekt het hier.
Beleven
Ik merk dat deze kern van het geloof, zoals de Reformatie ons die geleerd heeft, vandaag een nieuwe actuele spits heeft. Ik denk dan niet zozeer aan geloof en werken, maar aan geloof en beleven. Evenals goede werken onlosmakelijk met het geloof verbonden zijn, zo is dat met de beleving ook het geval. Maar wie de beleving gaat zien als een noodzakelijke aanvulling op het werk van Christus, die zaagt de tak waarop hij zit door. Dan wordt de beleving, die opvalt en dus wel bijzonder moet zijn om vervolgens nog ‘bijzonderder’ te zijn, een voorwaarde om te delen in de verzoening door Christus.
Dat zien we vandaag gebeuren in de evangelicalisering van het geloof. Dit is een stap terug naar Rome. Het is een variant op de mening die vroeger rondzong: beleving is een voorwaarde om te geloven dat je deelt in het heil van Christus.
Een nieuw wetticisme zet het sola gratia op het spel. Hier zou heel veel over te zeggen zijn. Deze ontwikkeling vervult me werkelijk met grote zorg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's