De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

6 minuten leestijd

Trouwen na scheiding
In zijn bijdrage aan de rubriek ‘Bijbeltekst begrepen’ van 10 januari geeft mijn collega (en jaargenoot) ds. C.H. Hogendoorn antwoord op de vraag of opnieuw trouwen na een echtscheiding geoorloofd is, naar aanleiding van Mattheüs 19:9. In zijn uitleg van dit bijbelvers sluit hij zich aan bij de traditionele opvatting, dat alleen in het geval van ‘hoererij’ (overspel) het huwelijk door echtscheiding mag worden ontbonden. Maar is dit ook de juist uitleg? Het is de vraag. Want deze uitleg blijft om allerlei redenen wringen. Ik noem er drie.
1. (In het licht van deze perikoop, Matth. 19:1-12). Het is toch vreemd dat wanneer Jezus aan de ene kant stelt dat de scheidbrief van Mozes een tegemoetkoming is aan de zonde (de ‘hardheid van het hart’), Hij aan de andere kant dit compromis een aantal verzen later zonder meer zou laten staan.
2. (In het licht van het evangelie van Mattheüs). Temeer daar Hij in de Bergrede (Matth. 5-7) Gods geboden in al haar (compromisloze) radicaliteit heeft gepeild.
3. (In het licht van de andere evangeliën).
Wie ten slotte de parallelle gedeelten in Markus (10:3-4, 11-12) en Lukas (16:18) erop naslaat, ziet dat van de in Mattheüs genoemde uitzondering niet wordt gesproken. Het huwelijk is in alle omstandigheden onverbreekbaar.
Kortom, genoeg redenen om te kijken of een andere uitleg van dit vers mogelijk is.
Die mogelijkheid is er; een alternatieve uitleg waaraan ik mij gewonnen gaf in een gesprek met dr. G. van Ek (docent aan de PThU) over een artikel van de gerenommeerde nieuwtestamenticus Ben Witherington III. Graag zou ik die uitleg hier (beknopt) in overweging willen geven. Het gaat dan om de betekenis van de Griekse woorden mè epi porneia (in Matth. 5:32 is de betekenis, hoewel iets anders verwoord, zakelijk hetzelfde), die in de Statenvertaling worden vertaald met ‘anders dan om hoererij’.
Zo zou porneia inderdaad kunnen worden vertaald, in de brede betekenis van ‘elke vorm van seksueel immoreel gedrag’ (breder dus dan alleen overspel). Maar, zo wordt door Witherington bepleit, dit woord heeft in Mattheüs19:9 de specifiekere betekenis van incest, zoals bijvoorbeeld in 1 Korinthe 5:1. Incest heeft hier een technische betekenis en ziet een ongeoorloofde betrekking tussen mensen, zoals wanneer mensen in een bepaalde graad van bloedverwantschap staan, zoals in ouder-kind of broer-zusverhouding (zie Lev.18). In die gevallen mag een huwelijk niet worden aangegaan. (Zoals dat ook in ons eigen Burgerlijk Wetboek is bepaald in boek 1 art. 41).
Wanneer dat nu wordt bedoeld in Mattheüs, dan is er geen verschil met de andere evangeliën: scheiding is onder geen voorwaarde toegestaan, behoudens het specifieke geval waarin het huwelijk helemaal niet gesloten had mogen worden. In dat geval is het huwelijk nietig. Het huwelijk is van meet af aan ongeldig geweest. Jezus zou dan zoiets gezegd hebben: Scheiding is verboden (zo is het van den beginne niet geweest), behalve natuurlijk wanneer het huwelijk niet had gesloten mogen worden. Dan moet het huwelijk alsnog worden ontbonden.
De vraag is natuurlijk waarom Mattheüs deze bepaling in tegenstelling tot de andere evangelieën heeft genoemd. Niet, zoals door bijbelgeleerden wel wordt gesteld, omdat Mattheüs hiermee de scherpe kantjes van Jezus’ radicale woorden zou hebben willen veilen. Dat is maar zeer de vraag. Want, stel dat dat zo zijn, betekent dat dan ook dat het huwelijk moet worden ontbonden, wanneer één van de gehuwden zich zou schuldig maken aan porneia?
We begrijpen deze toevoeging beter wanneer wij voor ogen houden dat Mattheüs zijn evangelie voor een voornamelijk Joods lezerspubliek heeft willen schrijven. Zij zullen deze toevoeging onmiddellijk hebben begrepen. In tegenstelling tot een Romein als Theofilius, de geadresseerde van het Lukasevangelie. Voor hem zou deze toevoeging niet helder zijn geweest, en gemakkelijk tot misverstanden hebben kunnen leiden.
Zoals collega Hogendoorn al aangeeft, het gaat hier om een kwetsbare en emotionele problematiek. Wanneer dus het huwelijk in geen enkel geval mag worden ontbonden, laat staan dat er gesproken wordt over hertrouwen, is dat niet erg rigoureus? Is dat nog evangelie? Ik kan hier niet uitgebreid op ingaan. Ik wil slechts op één cruciaal gegeven wijzen. Jezus’ moreel onderwijs moeten wij principieel begrijpen vanuit de doorbraak van Gods Koninkrijk. Hij kwam niet als een wetgeleerde, Hij was uiteindelijk ook geen tweede Mozes, die de wet gaf; Hij kwam als de Messias, om Zijn volk te verlossen van hun zonden. Daarom moeten wij oppassen om deze moraal zonder meer tot kerkelijke moraal te maken, maar dat altijd zien in het licht en van Zijn Koninkrijk.
Dat heeft nogal wat implicaties, zie bijvoorbeeld Johannes 8:1-11.
De implicatie die in genoemde perikoop naar voren komt is deze. Wanneer Christus de wet herstelt in Zijn oorspronkelijk bedoelde staat, betekent dat kennelijk ook dat er met Zijn komst een medicijn is gegeven voor de hardheid van het hart. En wie denkt dan niet onmiddellijk aan de profetie van Jeremia, dat de Heilige Geest de wet in de harten zal schrijven. Wat kunnen wij, gelet ook op wat er vandaag allemaal speelt, anders bidden dan: ‘Kom, Schepper Geest, vernieuw ons hart!’

B.A. Belder, Schelluinen

Reactie
Met belangstelling nam ik kennis van de reactie van collega ds. B.A. Belder. Ik kan hierop slechts kort reageren. De voorgestelde alternatieve exegese is niet nieuw; ze wordt en is meerdere keren ter sprake gebracht, met name bij rooms-katholieke exegeten (wat niet verwondert). Wat me in dit voorstel niet overtuigt is het feit dat er geen duidelijk antwoord komt op de vraag waarom we in Mattheüs 19:9 het woord porneia (met een breed betekenisspectrum) ineens moeten beperken tot de betekenis van incest. Een belangrijke en algemeen gedeelde regel binnen de uitleg van de Schrift is dat de betekenis van woorden bepaald wordt door de context (zie o.a. M. Silva, Biblical Words and their Meaning). In het geval van 1 Korinthe 5:1 is de situatie helder: daar geeft Paulus zelf onthutsende voorbeelden van vormen van incest. In Mattheüs 19 is er mijns inziens geen enkele aanleiding die ertoe zouden moeten leiden de betekenis van porneia te versmallen tot incest.
Kortom, de voorgestelde alternatieve uitleg is interessant en biedt een ander perspectief, maar eerst zal helder gemaakt moeten worden waarom we in Mattheüs 19 te maken zouden hebben met echtscheiding op grond van incest.

C.H. Hogendoorn, Waverveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's