De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Honderd procent van Boven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honderd procent van Boven

Verbond in kerk en gezin [2]

9 minuten leestijd

Het verbond is een daad van God. In de doop wordt bevestigd dat God als Vader, als vleesgeworden Zoon en als uitgestorte Heilige Geest het verbond met ons opricht. Een genadeverbond.

Dat betekent ook dat het verbond alles met Christus te maken heeft, want Christus heeft aan het kruis genade voor ons verdiend. Iets dat wij niet verdienen. Het is een genadewonder.
Dit wonder wordt nog des te groter als we bedenken dat niet wij de eersten waren. Niet wij vroegen God om een verbond met ons te sluiten. God was en is de eerste. Hierbij is God niet de eerste in die zin dat Hij aan ons vraagt of wij het goed vinden dat Hij een verbond met ons sluit. God zegt ook niet: ‘Laten wij samen een verbond gaan sluiten.’ Het is anders. Het komt helemaal voor honderd procent van Gods kant alleen. God proclameert Zijn verbond. Hij zegt: ‘Ik richt mijn verbond op met u en uw nageslacht.’ Punt uit. Het initiatief komt geheel van God.
Daarmee ligt het verbond ook dicht tegen de uitverkiezing aan. God neemt redenen uit Zichzelf. Het is vrije keuze van God. Hij is niet genoodzaakt een verbond te sluiten. Het vloeit dan ook niet zonder meer voort uit Zijn goddelijk wezen. Was dat wel zo, dan zou God niet zonder de mens als verbondspartner kunnen bestaan. Een foute denkrichting, die iemand als prof.dr. H. Berkhof is ingeslagen. Nee, het is vrije keuze en daarin vrije daad van God naar Zijn vrije welbehagen.

Geen steen in de vijver
Overigens betekent dat wel dat in het verbond iets overrompelends zit. God wil ons verrassen met de genade van Zijn verbond, zodat we ons door het geloof en in de liefde laten overrompelen. Het wordt voor ons een verrassend wonder, waar wij in stille verwondering uit mogen leven. ‘Genade van Gods verbond ook voor mij, hoe is het mogelijk!’
Ondertussen dient wel helder te zijn dat het overrompelen van God niets te maken heeft met overrulen. God werpt de genade van Zijn verbond niet zomaar plompverloren in de vijver van ons leven. Hij doet het anders. God gaat, met name via de prediking elke zondag, de lieflijke fluit van Zijn heerlijk evangelie bespelen. Met de bedoeling ons uit de tent te lokken, zodat we niet langer ingekromd in de zondige ik-gerichtheid van ons zelf, door het leven gaan. We worden losgewikkeld uit deze ik-gerichtheid en krijgen een andere richting. Ons leven gaat open bloeien richting God en Zijn verbondsgenade in Christus. Kortom, we gaan Zijn eenzijdig verbond beantwoorden. Zodat het tweezijdig wordt en ook wij ons jawoord gaan geven.

Zus of zo
Dit jawoord van ons op Gods verbond heeft een onvoorwaardelijk karakter. We stellen in de overgave van het geloof geen enkele voorwaarde aan God. Overigens hebben we daar ook geen reden toe, want wij hebben als verbrijzeld zondaar al onze pretenties verloren. Dus geen jamaars. Ook niet: ‘Het moet zus en zo bij mij verlopen wil ik echt bekeerd zijn.’ Niets van dat alles. De geloofsovergave is van andere kwaliteit. We verliezen alles, tot op het laatste draadje van onze zelfhandhaving toe. Er blijft alleen over het toevlucht nemen tot de genade van Christus, ons in de beloften van het verbond toegezegd.
Dat betekent ook dat we elke triomfantelijkheid als christen verliezen. Dus niets van: ‘ik, christen’, of: ‘ik, aantrekkelijke gelovige’. We krijgen een andere triomfantelijkheid, namelijk dat we gaan letten op het bijbelwoord dat zegt: ‘Die roemt, roeme in de Heere’. Niet de gelovende mens staat centraal, maar de belovende God van het verbond.

Kale kip
Onvoorwaardelijke geloofsovergave dus. Dat heeft weer alles te maken met het onvoorwaardelijke van Gods verbond. In het verbond dat God met ons opricht, stelt Hij geen voorwaarde aan ons. Iets dat weer samenhangt met de zwaarte van onze verlorenheid door de zonde. Door de zonde zijn we immers echt een kale kip geworden waar geen enkele veer meer van te plukken is. Wie zichzelf dus nog wat veren op de hoed zet, mogelijk christelijke veren, die zal nooit de rijkdom van Gods onvoorwaardelijke genade leren kennen. Genade is onvoorwaardelijk en daarom is het verbond onvoorwaardelijk.
Maar geloof dan, en bekering? Dat zijn toch dingen die God van ons vraagt? Er moet toch wat met een mens gebeuren?! Zeker waar! Maar nooit als prestatie van ons, alleen als werk van de Heilige Geest aan ons. Geloof en bekering zijn geen voorwaarden waaraan wij moeten voldoen om geschikt te zijn voor Gods genade. Het is anders. Geloof en bekering zijn gaven van God, gewerkt door Woord en Geest. Het zijn gaven, tegelijk, die God ons in Zijn verbond belooft te schenken. ‘Al wat U ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, (zelfs) mild en overvloedig’. En dat op Mijn trouwverbond.
Wat geeft dat een vrijmoedigheid om te pleiten op Gods verbond. We gaan bij de God de voet tussen de deur zetten, totdat Hij ons genadig zal zijn en zal opendoen. We geloven dat er bij Hem een vrijmoedige toegang is tot de troon der genade. Het lege-handen-geloof, dat geen enkele voorwaarde kan aanbieden, leert vertrouwen op de onvoorwaardelijke genade van Gods verbond.
We ontdekken dat alles wat God van ons vraagt welis waar niet bij ons is te vinden, maar dat het bij Hem royaal aanwezig is. We vertrouwen ook dat het Gods liefste wens is om het aan ons te geven. We hebben het geheim van Gods genade en van geloof in Christus leren ontdekken. We schamen ons niet voor de lege emmer van ons geloof, maar benutten die om voortdurend te put ten uit de volle bron van Gods verbondsgenade.

Niet oppervlakkig
Ondertussen zal duidelijk zijn dat dit alles geen oppervlakkig praatje is. Het is een verhaal dat door de diepte van doodlopende wegen heengaat. We leren dat het verdienen door goede werken echt een doodlopende weg is, die in de eeuwige dood eindigt. Bovendien leren we vrezen voor de keerzijde van het verbond, namelijk de verbondswraak. Het verbond van God ongehoorzaam naast ons neerleggen durven we niet. We weten dat we dan met dubbele slagen geslagen zullen worden, want we heb ben de weg geweten maar niet bewandeld. Ook beseffen we God gruwelijk te onteren wanneer we Zijn verbondsgenade afwijzen. Daarom geven we gehoor aan de stem van God, Die ons toeroept: ‘Ga van genade leven’. Helaas moeten we zeggen dat kerkelijk Nederland niet altijd heeft begrepen dat het leven uit het verbond genade is, dus vol strekt tegengesteld is aan vanzelfsprekendheid en oppervlakkigheid. Van de theoloog dr. K.H. Miskotte las ik: ‘De vervreemding van de orthodoxie van de reine leer gaat bijna over de hele linie. De radicale diepten van de Heilige Schrift zijn verbloemd, de doemschuld over het ganse mensenleven, de oprichting aller dingen aan het einde van de tijd, de kerk gaande als vreemdeling over de aarde, zoekende de stad die fundamenten heeft – dit alles is tot een bleek woord geworden. De christen, allround burgerlijk, de onovertrefbare burgerlijke burger is een teelt van de nieuwe Nederlandse kerk geschiedenis.’ Wijlen prof.dr. M.J.G. van der Velden geeft als commentaar op dit citaat van Miskotte: ‘Dit scherpe oordeel baseert Miskotte op de verbondsleer en de anti-these. Hij zal niet bedoelen dat in de Gereformeerde Kerken van zijn dagen de belangrijke stukken van het gereformeerde belijden werden ontkend. Ze zijn naar zijn inzicht geworden tot pro-memorieposten, die wel officieel, verstandelijk beleden worden, maar niet meer existentieel, 'bevindelijk' functioneren. In de geloofsbeleving zijn ze achterhaald. De zekerheden liggen in het zichtbaar behoren tot het verbond. Daardoor kan het christendom worden tot een zaak van de invloed en uitbreiding van de 'beginselen', van de geldende zede, de pasmunt van de gangbare, vaak ook in de wereld aanvaarde waarheden.’ (Het tegoed van K.H. Miskotte, Zoetermeer, 2006).

Ramp voor de kerk
Het kan dus totaal fout gaan met leven uit het verbond. Dan wordt het oppervlakkig, vanzelfsprekend, want het mist het diepe besef dat het genade is dat God Zijn genadeverbond met ons opricht. Ondertussen is hiermee het eigen karakter van het verbond geheel de nek omgedraaid. Immers, het is juist typerend voor het verbond dat het totaal onverdiend is. Het is eenzijdige genade voor doemwaardige zondaren. Er valt niets te bouwen op enige zandkorrel van eigen voortreffelijkheid.
Daarom is het een grote ramp voor de kerk als zelfgenoegzaamheid, vanzelfsprekendheid, oppervlakkigheid en daarin de hoogmoed van de farizeeër komen binnensluipen. Ze zijn dodelijk voor het levende geloof en daarmee voor het werkelijk functioneren van het verbond.

Anker
Immers, juist het verbond, goed verstaan als pure genade, is de beste voedingsbodem voor het geloof, dat alles buiten Christus heeft verloren en alleen Hem als de vaste rots van zijn behoud heeft overgehouden. Geloof dat echt uit het verbond leeft, heeft het anker totaal buiten zichzelf gevonden in de beloften van Gods verbond, in alles wat buiten ons vastligt in Christus.
Vandaar ook dat gelovig leven uit het verbond een kwestie van vertrouwen is. Het is geloofsvertrouwen, niet als een van buiten geleerd lesje, maar als een noodkreet dat niets meer in zichzelf kan vinden, dat het nergens in de wereld meer kan vinden, dat het niet in vrome gevoelens kan vinden. Het is geloofsvertrouwen dat door de drang van de Heilige Geest naar Jezus als Borg voor de ziel wordt heengedrongen.
Nergens rust totdat alle rust in Christus wordt gevonden. Dat betekent dat de trouw van God, Zijn verbondstrouw, het fundament van ons geloofsvertrouwen is geworden.
Op deze wijze zal het verbond een bloeifunctie krijgen in het geloof. Het geloof zal erdoor gezegend worden en mogen opstijgen tot in de liefde van Gods Vaderhart toe. Van dat Vaderhart zegt Calvijn dat ons dat getoond wordt aan het kruis van Golgotha als de spiegel van onze verkiezing.
Verbond en verkiezing komen voor het geloof dichtbij elkaar te liggen. We mogen rusten in Gods welbehagen dat in Christus geopenbaard is tot zaligheid van verloren zondaren en in het verbond als teken en zegel vastgelegd is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Honderd procent van Boven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's