Zalige wakers
Meditatie: Openbaring 16:15
Hoofdstuk 16 van Openbaring is huiveringwekkend. Zeven engelen gieten hun schalen uit op aarde. Geen schalen vol reukwerk ten zegen, zoals de priesters die brachten in het heiligdom, maar vol toorn tot straf.
‘Ziet, Ik kom als een dief. Zalig is hij die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en men zijn schaamte niet zie.’
Begon het christendom met de uitstorting van Gods Geest, het zal eindigen met de uitgieting van Gods toorn. De milde regenwolk wordt ten laatste een zware donderwolk. Wie denkt dat God alleen maar aardig, lief en altijd vriendelijk is, vergist zich. Wanneer gaat dit gebeuren? Pas als de maat van de zonde helemaal vol is. Mensen hebben hun uiterste best gedaan om God tot het uiterste te tergen en de Heere heeft tot het uiterste gewacht. Dan moet Hij wel straffen en wordt de mensheid met vreselijke plagen geslagen. Precies tussen de voorlaatste en de allerlaatste plaag in spreekt Christus Zelf tot de gelovigen: ‘Ziet, Ik kom!’ Te midden van de vreselijkste strafvoltrekkingen toch een heerlijke zaligspreking, als een schitterende ster in een donker hoofdstuk.
Hemelse inbraak
Een aankondiging. ‘Ziet, Ik kom.’ In het Oude Testament kwam Jezus in de belofte, in de evangeliën kwam Hij in het vlees, in de brieven kwam Hij in de Geest en in Openbaring komt Hij op de wolken. Geloven we dat? Hopen we dat ook, liefst dit jaar nog? Hebben we Zijn verschijning lief gekregen? Samuel Rutherford gebruikt het voorbeeld van een pasgetrouwde vrouw die haar man enige jaren mist en verwacht naar zijn belofte dat hij zal terugkeren van overzeese landen. Ze staat vaak aan de kust. Elk schip dat de kust nadert wekt haar blijdschap opnieuw op. Haar hart heeft de wind lief die hem zal thuisbrengen. Elk schip dat haar man niet terugbrengt stemt haar verdrietig. Hoe komt Hij? Als een dief! Maar niet voor de ware Christusgelovigen. Voor hen komt Hij als hun Bruidegom. De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’
Voor de ongelovigen komt Hij als een dief. Onverwacht zal Jezus voor de deur staan en de schrik zal de mensen om het hart slaan. Het kwam ons niet uit. Ongewenst, want Jezus is niet begeerd, niet welkom. Straks komt de hemelse inbraak in de wereld. Dat zal onherstelbaar verlies voor hen betekenen.
Niet slapen
Een aansporing. ‘Zalig is hij die waakt en zijn kleren bewaart.’ In Jeruzalem werden 24 tempelwachters aangewezen om elke nacht Gods Huis te bewaken. Eén was de opzichter, die tijdens de nacht zijn ronde deed om te zien of de wachters op hun post stonden. Was er één die sliep, dan trok hij diens bovenkleed uit en dat werd als straf verbrand. Zo’n slaper moest dan de volgende morgen door eigen schuld ‘naakt’ naar huis toe lopen. Schande!
Waakt! Wakker blijven is het moeilijkst in de laatste uren van de nacht, vlak voor de dag des Heeren aanbreekt. Waakt, omdat Jezus dat beveelt in Zijn rede over de eindtijd (Matth. 24) en in Zijn gelijkenis van de tien slapende maagden (Matth. 25) en in Zijn Gethsémané-ure (Matth. 26). Zullen dan Jezus’ vijanden wakker zijn en Zijn vrienden slapen? Waakt, omdat het de neiging is van onze natuur om te slapen als in het opperste van de mast, zonder bewust te zijn van het grote gevaar eruit geslingerd te worden en om te komen. Waakt, omdat de verzoekingen ons omringen. Door te slapen verloor Simson zijn kracht, Eutychus zijn leven en Saul zijn kruik en speer.
Aanfluiting
‘Opdat hij niet naakt wandele en men zijn schaamte niet zie.’ Dat zou een aanfluiting zijn voor zo’n tempelwachter. Bewaar je kleren door wakker te blijven. Houd je kleren aan, klaar voor vertrek om met Hem mee te gaan als Hij ons komt halen. Je kunt ook vertalen: Houd je kleren zuiver. Wees zuinig op de mantel der gerechtigheid die je van God hebt gekregen op het moment dat je bij het kruis knielde. Toen gleden de vodden van mijn (on)gerechtigheden van me af, en om mijn naakte zondaarsschouders legde Hij Zijn kleed. Gods mantelzorg. Christus’ lijden en sterven waren zovele steken om het borduurwerk van het heilskleed te maken. Kijk uit voor het prikkeldraad van de verleiding, voor je het weet zit er een scheur in of een vlek op je kleren.
Ten slotte drie a’s: Aanbieden, aanprijzen, aantrekken.
Aanbieden, dat doet God: ‘Ik raad u dat gij van Mij koopt witte kleren.’
Aanprijzen, dat mogen al Zijn dienaars doen.
Aantrekken, doen we dat? Door het geloof. ‘Gij hebt Christus aangedaan’?!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's