De positie van de vrouw
Tijd vraagt om herdruk van studie ds. C. den Boer
Dit jaar is het precies vijftig jaar geleden dat de hervormde synode besloot om het ambt voor de vrouw open te stellen. Jongere generaties kunnen zich amper meer voorstellen met welke emoties dat toentertijd gepaard ging.
Blijdschap was er bij de voorstanders. Begrijpelijk. Afgevaardigden van hervormd-gereformeerden huize reisden echter verslagen naar huis terug. Voor hun gevoel had niet de Heilige Geest gezegevierd, maar een geest die in ging tegen de Schrift en haar gezag.
Nu het een halve eeuw verder is, zijn we het inmiddels ook onder ons meer of min gewoon gaan vinden dat we deel uitmaken van een kerk waarin vrouwen op de kansel staan en in de kerkenraad zitting hebben. En we moeten er onverwijld aan toevoegen: veel gemeenten zouden heden ten dage amper functioneren als daar niet de toegewijde inzet was van vrouwelijke ambtsdragers. Bovendien dienen we te beseffen dat een groot deel van de studenten theologie vrouw is. Ook uit onze kring zijn er steeds meer meisjes die theologie hebben gestudeerd.
Naar de Schrift?
Toch blijft het, ondanks de gegroeide praktijk, de vraag of het naar de Schrift is dat vrouwelijke gemeenteleden een ambt bekleden. En stel dat ooit een vrouw preses van onze synode wordt, zullen we dan niet opnieuw ervaren dat hier een probleem ligt? Daarom is het goed om deze vraag nog eens onder ogen te zien. Enerzijds zijn het onze eigen mensen die ons ermee confronteren. Anderzijds klinkt van buiten onze kring aan ons adres de oproep de vrouw in het ambt te accepteren; althans, dit thema van de agenda af te voeren, omdat het een voldongen feit is. Of omgekeerd geformuleerd: opnieuw ter doordenking op de agenda te zetten. Dat laatste zei de vorige synodepreses, ds. J.-G. Heetderks, bij het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond.
Met het oog op dit alles heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond besloten het boek dat in 1985 verscheen onder redactie van ds. C. den Boer, Man en vrouw in bijbels perspectief, opnieuw uit te geven. Het mooiste was natuurlijk een nieuwe studie geweest. Het bijbels en theologisch onderzoek heeft de afgelopen kwarteeuw niet stilgestaan. Niettemin is de studie van ds. Den Boer en de zijnen andermaal op de pers gelegd. Zelf schreef hij voor de nieuwe uitgave een uitvoerig Woord vooraf. Daarin schetst hij summier de ontwikkelingen na 1985, waardoor het boek weer enigszins bij de tijd is.
Wat ons ook vrijmoedigheid tot heruitgave gaf, was de recensie van de christelijke gereformeerde prof.dr. J.P. Versteeg destijds in Wapenveld, waar als titel boven stond: Hetbeste kerkelijke rapport, ooit geschreven. Of dat terecht is? Het lijkt me een erg hoge onderscheiding. Wel raakte ik weer onder de indruk van de gedegen wijze waarop Man en vrouw op zoek is naar een gereformeerde hermeneutiek, en het bijbelse materiaal ordent, doordenkt en aanwerkt op een conclusie, terwijl tal van excursen visie en overtuiging onderbouwen.
Luisterhouding
Ik geef een kort overzicht van inhoud.
In het eerste hoofdstuk wordt gezocht naar de uitlegkundige regels, waardoor men zich wil laten leiden in het bezig zijn met de Schrift. Deze regels zijn:
1. Een gelovige luisterhouding; de Schrift is immers het Woord van God.
2. Een verstaan in de context van de tijd waarin een Schriftwoord gesproken werd; Gods Woord klinkt namelijk niet in het luchtledige, maar is tijdbetrokken.
3. Een lezen van de Schrift vanuit haar grote centrum: Christus; op Hem werkt het oudtestamentisch getuigenis aan, van Hem waaiert het nieuwtestamentisch getuigenis uit; daarbij moet de hele Schrift in de rechte proporties meeklinken: er mogen geen gegevens genegeerd of overgeaccentueerd worden.
In het tweede hoofdstuk wordt de man-vrouwverhouding in het Oude Testament besproken. Man en vrouw zijn sámen, in betrokkenheid op elkaar, als beeld Gods geschapen. Beiden zijn geroepen te dienen en te regeren, maar in verscheidenheid: de man als hoofd van de vrouw, de vrouw als ‘hulpe’ tegenover hem. De zonde heeft echter Gods vloek opgeroepen en voor een duurzame ontwrichting van de man-vrouwverhouding gezorgd. Dat blijkt heel het Oude Testament door. Maar dan is daar Gods genadige wetgeving, waarin voor de vrouw maatregelen getroffen worden waardoor zij in Israël, vergeleken met de omringende volken, een beschermde plaats heeft. Tegelijk moet ons opvallen dat de cultus een ‘mannelijke bezetting’ kent, krachtens – dat is de uiteindelijke reden die aangevoerd moet worden – goddelijke ordening.
Eerherstel
In het Nieuwe Testament – zo laat het derde hoofdstuk zien – valt allereerst Christus' omgang met vrouwen op: zij getuigt van groot respect. Dat Hij echter geen vrouw in Zijn discipelkring opnam, hangt samen met de symbolische waarde van het twaalftal: de twaalf apostelen verwijzen naar de twaalf stammen van Israël en vertegenwoordigen zo het nieuwe Israël. Daarin is de vrouw begrepen.
In Handelingen en in de brieven van Paulus lezen we welke grote rol vrouwen speelden in het gemeentelijk leven: ze geven er mede leiding aan. Uitgebreid is de bespreking van Galaten 3:27-28, waar onder andere staat dat in Christus noch man noch vrouw is. Dat is een ‘stralend eerherstel’ voor de vrouw, dankzij en in Christus. Dat heft echter de in de schepping gelegde orde niet op: het man of vrouw zijn speelt terdege een rol in de taakverdeling binnen de gemeente.
Het vierde hoofdstuk is gewijd aan de bekende ‘zwijgteksten’: 1 Korinthe 14:34-35 en 1 Timotheüs 2:11. Belangwekkende zaken komen in deze bladzijden aan de orde, die het waard zijn uitvoerig geciteerd te worden.
Ik volsta echter met de conclusie: Paulus benadrukt dat man en vrouw hun eigen roeping dienen te volgen. ‘En dat houdt voor de vrouw in, dat zij in de officiële leeroverdracht met zijn gezaghebbende oproep om in de leer der apostelen te blijven, geen actieve rol zal spelen.’
Geheimenis
Hoofdstuk vijf gaat over het geheimenis van Christus en Zijn gemeente. Onderdeel van dat geheimenis is dat ieder gemeentelid gaven ontvangt om mede te stichten en te bouwen aan het lichaam van Christus. Zodoende hebben ook vrouwen de opdracht ‘leraressen van het goede’ te zijn en diaconale helpsters. Door heel het Nieuwe Testament blijken ze dat metterdaad te zijn geweest, wat van groot gewicht was voor de opbouw van de gemeente. Dat houdt echter niet in dat zij tot elke opdracht geroepen zijn. Gaat het om het ambtelijke, dan is de vrouw in de man begrepen.
Het zesde en laatste hoofdstuk geeft de toepassing en bevat een indringend pleidooi om de vrouw de haar toekomende plaats te laten innemen binnen de gemeente van Christus. ‘Als zij haar waardigheid mag vinden in het "hulpe tegenover" zijn, assisterend en completerend, zal zij in het midden van de gemeente ertoe bijdragen om die gemeente een voorbeeld te doen zijn van vruchtbaar en inspirerend samengaan van mannen en vrouwen.’
Hopelijk nodigt deze rondgang tot (her)lezing en bestudering van Man en vrouw in bijbels perspectief, met name door studenten theologie en kerkenraadsleden. Het lezen van dit boek wordt vergemakkelijkt door de samenvattingen die we overal aantreffen.
Voorrecht
Twee afsluitende opmerkingen wil ik graag maken.
Ten eerste, mij is altijd bijgebleven wat – toen nog – dr. M.J.G. van der Velden ons op het seminarie voorhield: laten de tegenstanders van de vrouw in het ambt er rekening mee houden welke beweging er in onze samenleving is ten aanzien van de positie van de vrouw; maar laten de voorstanders niet vergeten wat de Schrift hierover naar voren brengt. Bij dat laatste had hij het over het ‘zware geschut’ dat Paulus in 1 Timotheüs 2:14 in stelling brengt over Eva, die eerst gezondigd heeft, en zich daarom stil moet houden.
En ten tweede, hoe iemand de plaats en de taak van de vrouw in de kerk van Christus waardeert, hangt voor een deel nauw samen met de ervaringen die men opdoet in de gemeente waar men is opgegroeid. Zelf heb ik het voorrecht gehad in een gemeente groot geworden te zijn waar de dienst van vrouwen niet weg te denken was. Zij droegen de gemeente en met name haar voorgangers in hun gebeden. Zij hadden veel inzicht in de weg die God met een mens gaat. Zij hadden de gave naar een preek te luisteren en die vanuit gereformeerd perspectief te beoordelen. Soms gaven zij advies in het beroepingswerk, als hun daarom gevraagd werd. Trouwens, hoeveel betekenen echtgenotes niet, tot op de dag van vandaag, voor hun mannen die God en Zijn gemeente in het ambt mogen dienen?
De slotzin is van ds. Den Boer uit diens Woord vooraf: ‘We hopen dat deze heruitgave aan de op de Bijbel gegronde waardering van dit werk [van de vrouw, HJL] vanuit de gemeente een wezenlijke bijdrage levert. Zo kan zij, al is zij naar het oordeel van velen steeds meer naar de marge van de samenleving gedrongen, gezegend en heilrijk voortbestaan.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's