Leven tussen de tijden
Nieuwe schepping in Christus [1]
In 2 Korinthe 5 schrijft Paulus over het werk van de verzoening, dat God in Christus heeft volbracht en over de prediking van de verzoening, die Hij aan Zijn dienaren heeft toevertrouwd. In dit gedeelte doet Paulus ook een opmerkelijke uitspraak: Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Hoe moeten we deze woorden van de apostel opvatten?
Het woord 'nieuw', dat Paulus twee keer gebruikt, duidt het volstrekt nieuwe aan dat de eindtijd brengt. Paulus spreekt daarover als iets wat hier en nu werkelijkheid is: ‘het oude is voorbijgegaan, alles is nieuw geworden’ (of, volgens een andere lezing: ‘het nieuwe is gekomen’). Maar verliest de apostel hier niet het contact met de werkelijkheid waarin de gelovigen leven? Ook al zijn ze wedergeboren tot een levende hoop, zolang ze in dit leven zijn, hebben ze toch te maken met lichamelijke zwakheid en zijn ze bepaald nog niet van zonde vrij. We kunnen denken aan Luthers ontboezeming dat hij vaak ge probeerd heeft z’n oude mens te verdrinken, maar helaas lukte dat niet. De oude Adam bleek veel te goed kunnen zwemmen.
Tweespalt
Nu wist Paulus dat ook wel. Hij schrijft in dezelfde brief (hoofdstuk 12) over een scherpe doorn in het vlees, in hoofdstuk 11 somt hij de vele verdrukkingen op die hij vanwege zijn apostolaat moet ondergaan. En in Romeinen 7 beschrijft Paulus op een aangrijpende manier de innerlijke tweespalt die hij als christen ervaart: wel naar de wet van God te willen leven, maar het niet te kunnen. De zonde blijft – ook na ontvangen genade – een macht waarvan Gods kinderen niet volkomen bevrijd zijn. (Mijns inziens is er voldoende reden om aan te nemen dat Paulus hier spreekt over zichzelf na zijn bekering.) Maar als Paulus zich bewust was van het feit dat het volmaakte in dit leven niet bereikt wordt, wat bedoelt hij dan in 2 Korinthe 5:17?
Overlapping
Net zoals een vioolsnaar alleen goed kan resoneren met behulp van het klankbord waarover de snaar gespannen is, zo kan deze tekst van Paulus alleen goed klinken als de grondstructuur van Paulus’ prediking als klankbord dienst doet.
We moeten deze tekst lezen in het licht van de heilshistorische structuur van Paulus’ prediking. In het jodendom van zijn tijd werd een onderscheid gemaakt tussen de oude wereld waarin wij nu leven en de toekomstige wereld van Gods Koninkrijk. Paulus heeft als Jood deze visie op de geschiedenis gedeeld (zie bv. Ef. 1:21), maar de heilsfeiten van Christus’ kruisiging en opstanding hebben hem genoodzaakt dit schema aan te passen.
In vers 17 trekt Paulus een conclusie (‘daarom’) uit wat hij in vers 15 schreef over Christus, Die gestorven en opgewekt is. De komst van Christus in de volheid van de tijd, Zijn kruisdood en opstanding uit de doden zijn niet minder dan een doorbraak van Gods nieuwe wereld in de oude wereld. Het oude en het nieuwe komen niet meer na elkaar, maar het nieuwe schuift als het ware over het oude heen. Sinds de opstanding van Christus overlappen de oude en de nieuwe bedeling elkaar.
We leven in de ‘laatste dagen’, vlak voor Gods definitieve ingrijpen tot verlossing van de hele schepping. En tegelijk leven we in de ‘eerste dagen’ na Gods aanvankelijke ingrijpen in de geschiedenis door de opwekking van Jezus Christus uit de doden. Christenen leven tussen de tijden.
In de spanning tussen het ‘reeds’ (wat God in Christus heeft gedaan) en het ‘nog niet’ (het Koninkrijk van God is nog niet definitief doorgebroken).
D-Day
De lutherse theoloog Oscar Cullmann heeft deze spanning geïllustreerd met een beeld uit de laatste wereldoorlog. Het beeld van D-day (Decision Day, dag van de beslissing) en V-day (Victory Day, dag van de overwinning). Onder D-day verstaan we de invasie van de geallieerde troepen in Normandië in juni 1944 (met als codenaam: de operatie Overlord).
Ook al meent iemand als hoogleraar contemporaine geschiedenis Maarten van Rossem dat de werkelijke beslissing van de oorlog aan het oostfront is gevallen en de inval in Normandië niet meer is geweest dan een mopping up-operatie (een opdweilen van de reeds verslagen vijand), toch blijft het beeld bruikbaar en verhelderend. Cullmann schrijft in zijn boek Christus und die Zeit (uit 1945!) dat de beslissende slag al in een vroeg stadium van de oorlog aan de vijand kan worden toegebracht, hoewel de oorlog zelf nog langere tijd doorgaat. Hij betrekt dit vervolgens op de heilsgeschiedenis. Ook daarin heeft een D-Day plaatsgevonden. Op de dag van Christus’ kruisiging en de daarop volgende opstanding is aan de Gode vijandige machten, duivel, zonde en dood de beslissende slag toegediend.
Toch is de vijand nog niet definitief verslagen. De duivel heet nog altijd de overste van deze wereld. Rouwadvertenties staan nog dagelijks in de kranten en Gods kinderen hebben alle dagen de strijd tegen de zonde. In die spanning staat de gemeente en iedere christen.
Spanning
We vinden deze spanning op veel plaatsen in de brieven van Paulus terug. Zo kan hij over verlossing spreken als iets waar de gelovigen nu al in delen (Rom. 3:24), maar ook als iets toekomstigs (Rom. 8:23). Hetzelfde geldt voor begrippen als vrijheid (Gal. 5:1 en Rom. 8:21), erfenis (Gal. 4:1-7 en 1 Kor. 6:9-10) en rechtvaardiging (Rom. 5:1 en Rom. 3:30). De verlossing is nog niet volkomen, de gemeente verwacht de definitieve vervulling van Gods beloften, toch is in Christus de nieuwe wereldorde van God doorgebroken in de oude schepping. Wat Paulus in 2 Korinthe schrijft, moeten we daarom niet individualistisch opvatten. Het woord dat de Statenvertalers met ‘schepsel’ vertalen kan ook met ‘schepping’ vertaald worden (zoals in de Herziene Statenvertaling).
Het gaat in de nieuwe schepping niet alleen om een verandering in de wedergeboren mens, maar om het delen in een nieuwe werkelijkheid. Heel de geschapen werkelijkheid deelt in het heil van de wedergeboorte (Matth. 19:28). Die vernieuwing is een zaak van de toekomst. Straks schept God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde.
In Christus begrepen
Toch, de opstanding van Christus is van dermate grote betekenis dat daarvan gesproken kan worden als het begin van de nieuwe schepping.
En ieder die in Christus is, mag al delen in de zegeningen daarvan. Door het geloof in de Heere Jezus gaan we over van de oude wereldorde (Adam) naar de nieuwe (Christus). Je bent een nieuwe schepping omdat je in Christus begrepen bent, met Hem gekruisigd en opgestaan. De woorden ‘in Christus’ geven aan dat ieder die door het geloof aan Christus verbonden is, ook in Hem begrepen is. In Hem zijn de gelovigen gerechtvaardigd (Rom. 5:9) en geheiligd (Ef. 2:10) en uitverkoren (Ef. 1:4) en verlost (Kol. 1:14) en verheerlijkt (Ef. 2:6). Wat met Jezus is gebeurd vanaf Zijn geboorte tot Zijn verheerlijking, is gebeurd met allen die in Hem begrepen zijn. Daarom kan de apostel schrijven: wij zijn met Hem gestorven (Rom. 6:8), met Hem begraven (Rom. 6:4), met Hem opgewekt (Ef. 2:6) en zelfs met Hem in de hemel gezet (Ef. 2:6).
H. Russcher
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's