Voorbereiden op wat komt
Denken aan de dood [1]
Soms betrap ik mezelf op een vreemde gedachte. Als ik mijn straat in fiets, denk ik weleens: Vanavond kan daar, voor mijn huis, de auto van de begrafenisonderneming staan.
Dat kun je zo hebben als pastor. Je wordt regelmatig met de dood geconfronteerd. Mensen die een lang ziekbed hebben en dan overlijden. Met wie je soms uitgebreid over de dood hebt kunnen spreken. Maar ook mensen die worden weggerukt uit dit leven. Door een ongeval of een hartstilstand. Ouderen. Jongeren. Bij nader inzien is die gedachte over de auto van de begrafenisondernemer eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Vreemder is dat we ons nauwelijks met de dood lijken bezig te houden. Er rust heel nadrukkelijk een taboe op. Wie in de kracht van zijn leven is, en met zijn eigen familieleden eens rustig wil praten over zijn eigen overlijden, krijgt vragende blikken. ‘Kom, kom, niet zo somber!’ wordt er al gauw gezegd. ‘Je bent nog geen vijftig!’
Toch is het voor ons allemaal een zekerheid: tenzij de Heere Jezus eerder terugkomt, zullen we allemaal een keer sterven. Juist als christenen zouden we dat heel rustig onder ogen moeten kunnen zien. Het is immers één van de kernen van ons geloof: de verwachting dat we na de dood het eeuwige leven mogen beërven. ‘Ik geloof de wederopstanding van het lichaam en een eeuwig leven.’ Niet voorbereid zijn op de dood is één van de grootste fouten in het leven. Als pastor krijg je regelmatig te maken met de tragische gevolgen daarvan. Gevolgen op allerlei niveaus. Van het allerbelangrijkste, ons eeuwig welzijn, tot het praktische niveau van alledaagse dingen waar nabestaanden tegenaan kunnen lopen.
Tien vragen
Ik wil tien aspecten van de voorbereiding op de dood onder de loep nemen. Tien vragen leg ik voor, waar iedereen over moet nadenken: ouderen en jongeren, terminale patiënten en mensen die kerngezond zijn. Het zou heel goed zijn als het taboe op het spreken over de dood zou worden doorbroken. Maar zelfs wie er niet over wil of kan praten, kan zich tot op verschillende manieren (beter) voorbereiden. En wie dat doet, zal het merken: als je gerust kunt sterven, kun je ook pas echt gerust leven.
1. Bent u verzoend met God?
Verreweg de allerbelangrijkste vraag is onze verhouding tot God. Na onze dood zullen we voor Hem staan. Hoe zullen we Hem ontmoeten? Zijn we met Hem verzoend? Hebben we vergeving van zonden ontvangen door het bloed van de Heere Jezus?
Ook als je een trouw kerkganger bent, is dit bepaald niet vanzelfsprekend. Je kunt de vraag van je persoonlijke relatie voor je uit schuiven: die komt later wel. Of je kunt hem wegredeneren. ‘Ja, daar zijn verschillende visies op.’ In je hart kun je erop vertrouwen dat je toch altijd je best hebt gedaan en dat je voor iedereen klaar stond. Het verbaast mij altijd hoeveel mensen als het erop aankomt daarbij uitkomen. ‘Ja, je probeert toch zoveel mogelijk als christen te leven – ik hoop dat God me wil aannemen.’ Als pastor moet je bijna altijd zelf de naam van Jezus aandragen. Terwijl je week in, week uit, verkondigt dat er alleen door Hem eeuwig leven is! Bovendien is er in Hem zekerheid, volkomen zekerheid. ‘Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Heere Jezus Christus’, schrijft Paulus in Romeinen 5:1. En in Romeinen 8:38-39 schrijft hij: ‘Ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus, onze Heere.’
Vrede met God heeft alles te maken met schuldbelijdenis. Er kunnen onbeleden zonden zijn, dingen uit het verleden die nog altijd een barrière vormen tussen God en ons. Dingen die nu niet meer spelen, die niet meer aan de orde zijn, maar die nooit in het licht van God zijn gebracht. Bijvoorbeeld leugens of andere zonden in relaties met mensen die al overleden zijn. Seksuele zonden, bijvoorbeeld dat je te ver ging in de tijd voor je huwelijk, terwijl je nu al jaren gerust getrouwd bent. Overspel of bijna overspel met iemand die je nu nooit meer ziet. Financieel gesjoemel in de beginjaren van je bedrijf. Enzovoort.
Waar het op aankomt, is dat we volkomen eerlijk worden tegenover God. Dat we alles voor Hem blootleggen, dat we alles belijden wat er fout zit in ons leven en onze toevlucht nemen tot de Redder van zondaren, Jezus Christus. ‘Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld’ (1 Joh. 2:2).
Veel mensen zijn enorm geholpen door het hardop belijden van hun zonde, in aanwezigheid van iemand anders, een pastor of een familielid of vriend. Door de schuld uit het verleden hardop toe te geven waar iemand anders bij is, is het duistere geheim verbroken. Samen kun je bidden om vergeving. En samen kun je gaan staan op de beloften uit Gods Woord: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid’ (1 Joh. 1:9).
Als we straks voor Zijn troon staan, komt toch alles uit. We kunnen het daarom veel beter nu met Hem in orde maken. Nu is de tijd van de genade. Nu ligt het aanbod van de Heere Jezus op tafel: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. En dit is de wil van Hem, die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren late gaan, maar het doe opwekken ten jongsten dage’ (Joh. 6:37, 39).
2. Zitten er dingen in relaties met anderen?
Niet alleen de relatie met God is van levensbelang, ook de relatie met andere mensen. Die twee hangen samen. Jezus zegt in Mattheüs 6:14-15: ‘Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.’ Verzoening met God is dus onlosmakelijk verbonden met verzoening in de relatie met mensen.
Dat geldt voor het geven van vergeving, het geldt ook voor het vragen van vergeving. Stel dat je een ander bedrogen hebt, die daarvan niets afweet. Je vraagt God om vergeving, maar de ander niet. ‘Wat niet weet, wat niet deert,’ denk je bij jezelf. En je eigen geweten is gesust doordat je God om vergeving hebt gevraagd. Zo werkt het natuurlijk niet.
Veel mensen laten conflicten voortsudderen, heel bewust of uit laksheid. En opeens, onverwacht, kan de dood tussenbeide komen. Wat komt het vaak voor dat mensen wroeging hebben, omdat ze conflicten op hun beloop lieten, die ze nooit meer goed konden maken, omdat de ander overleed. De Bijbel is heel praktisch: ‘Laat de zon niet ondergaan over uw toorn’ (Ef. 4:26). Als er iets zit tussen een ander en jezelf, wacht dan geen moment, maar maak het goed. De Heere Jezus zegt het zó: ‘Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave’ (Matth. 5:23-24). Laat de dood u niet verrassen!
3. Weet de ander hoeveel u van hem of haar houdt?
Vlak voordat de Twin Towers instortten, belden veel mensen vanuit die torens naar familieleden om te zeggen hoeveel ze van hen hielden. Als je daarover nadenkt, dan kun je daar alleen maar diep van onder de indruk raken. Met de dood voor ogen wil je graag dat de ander het voor altijd weet: ‘Ik houd zoveel van je!’
Maar niet allemaal krijgen we de kans om dat te zeggen voor we sterven. Bovendien is de vraag: Waarom zouden we het daarop laten aankomen? Zeg nú hoeveel de ander voor je betekent. Terwijl je samen optrekt, in je gezin, in je bedrijf, in de kerk doet het zó goed als je je waardering voor de ander uitspreekt. Soms horen kinderen via via dat hun ouders heel trots op hen zijn. Waarom zeg je dat als ouder blijkbaar gemakkelijker tegen iemand anders dan rechtstreeks tegen je eigen kind? Iemand die afscheid neemt van een baan, kan soms verrast worden door de woorden van waardering die bij die gelegenheid worden gezegd. ‘Had dat tien jaar geleden nu eens geuit!’ kan dan inwendig de reactie zijn.
We zijn soms wel érg bang om gewoon te zeggen hoezeer we de ander waarderen. We vinden dat al gauw ‘slijmerig’ of ‘met stroop smeren’. Maar als iemand plotseling overlijdt, kan het niet op bij de begrafenis. Is dat dan wel eerlijk? Als de ander veel voor u betekent, zeg het gerust. Het zal u allebei goed doen.
4. Weet uw omgeving wat u gelooft?
‘Pa geloofde wel, maar ja, hij was niet zo’n prater. Hoe hij dat beleefde, nee, dat hield hij voor zichzelf. Een lievelingslied? Nou, dat weten we eigenlijk niet.’ Bij de voorbereiding van een begrafenis wordt dit heel vaak gezegd. Wat jammer, wat een gemiste kans. Inderdaad, veel mensen hebben van huis uit niet geleerd om openhartig te praten over geloofszaken. We hoeven elkaar echt niet onder druk te zetten of de maat te nemen in dit soort dingen. Maar iedereen kan iets uiten. Zelfs de meest verlegen en bescheiden gelovige kan over een lied zeggen: ‘Dat vind ik een mooi lied.’
Wat is het belangrijk om ons te uiten op het gebied van geloof, ook al is het misschien onbeholpen en voorzichtig. Soms merk je tijdens een huisbezoek hoeveel het doet met iemand als hij zijn vrouw, of als zij haar man dingen hoort zeggen die normaal niet gezegd worden. ‘Dat heb je mij nog nooit gezegd.’
Willen we herinnerd worden als mensen van wie het geloofsleven één groot vraagteken was? Of willen we graag herinnerd worden als mensen met een diepe liefde voor God? Mensen die geleerd hebben te leven van genade? Wat een getuigenis kan er uitgaan van iemand die God groot maakt, met daden en met woorden – al is het maar in het klein.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's