BOEKBESPREKINGEN
A.H. Drost:
Is God veranderd? Een onderzoek naar de relatie God-Israël in de theologie van K.H. Miskotte, A.A. van Ruler en H. Berkhof.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 408 blz.; € 29,90.
De titel van dit proefschrift doet denken aan de openingszin van Romeinen 11 (‘Heeft God Zijn volk verstoten? ’), en dat zal ook wel de bedoeling zijn. De auteur – protestants predikant te Houten – maakt de trouw van God aan Zijn volk in elk geval tot de hoeksteen van zijn theologisch denken over de relatie tussen God en Israël. Op deze manier probeert hij invulling te geven aan de blijvende verbondenheid van de kerk met Israël, en gaat hij een kritisch gesprek aan met theologen die dat laatste ook willen, maar daarbij zijns inziens toch te weinig ernst maken met de trouw van God.
Hij heeft daarvoor drie uiterst invloedrijke twintigste-eeuwse theologen uitgekozen die een hoofdstroming in de Nederlandse protestantse theologie vertegenwoordigen, en die alle drie intensief nagedacht hebben over de kerkelijke plaatsbepaling ten opzichte van Israël: K.H. Miskotte, A.A. van Ruler en H. Berkhof.
In het middendeel van het boek worden de geschriften waarin Miskotte, Van Ruler en Berkhof hun Israël-theologie ontvouwen dan ook achtereenvolgens uitgeplozen (hfdst. 2-4) en met elkaar vergeleken (hfdst. 5). Dit middendeel is overigens alleen al van belang op zichzelf: het werd hoog tijd dat het denken over Israël van de genoemde drie theologen eens grondig onderzocht en vergelijkenderwijs samengevat werd. Dr. Drost doet dit heel bekwaam, maar het is wel jammer dat hij zich daarbij enkele beperkingen heeft opgelegd. Zo bespreekt hij alleen die werken waarin heel expliciet op Israël ingegaan wordt, terwijl ook het nodige af te leiden zou zijn uit publicaties waarin dat meer impliciet gebeurt. Betreurenswaardiger is nog dat hij er goeddeels van heeft afgezien andere stemmen over de Israël-visie van Miskotte, Van Ruler en Berkhof in het gesprek te betrekken. Daarmee laat hij helaas allerlei mogelijkheden tot verrijking en toetsing van zijn eigen lezing liggen.
Inhoudelijk meen ik dat de Israël-visies van Miskotte, Van Ruler en (vooral) Berkhof door dr. Drost al met al te kritisch worden bejegend. Niet dat er geen ruimte zou zijn voor kritiek, maar deze zou mijns inziens toch minder anachronistisch moeten zijn – dat wil zeggen: ze zou meer moeten verdisconteren in welke fase van de geschiedenis zij hun stem lieten horen. Wie daarop let, zal royaler moeten erkennen dat de besproken theologen alle drie van enorme betekenis geweest zijn voor een uiterst belangrijke, bijbels georiënteerde herijking van de kerkelijke verhouding tot Israël – na eeuwen van latent en manifest kerkelijk antisemitisme.
Eerder dan waar ook ter wereld was het uitgerekend bij Miskotte, Berkhof en Van Ruler dat deze radicaal andere benadering van Israël doorbrak, en alle drie zijn zij juist op dit punt dan ook invloedrijk geweest. Kijken we bijvoorbeeld naar de Gereformeerde Bond, dan heeft deze zich op tal van punten zeer kritisch verhouden tot Miskotte, Van Ruler en Berkhof, maar door hun Israëlvisie heeft men zich grotendeels laten overtuigen.
Dan nog kan men natuurlijk van mening zijn dat vandaag nog weer meer en andere dingen gezegd moeten worden dan destijds mogelijk was. Dat is eigenlijk precies wat dr. Drost beoogt. Hij wil in ons kerkelijk nadenken over Israël het zwaartepunt zoals hij zegt verplaatsen van de christologie naar de godsleer: niet Israëls afwijzing van Jezus als de Messias moet dus beslissend zijn, maar Gods blijvende trouw aan Zijn volk. Ook door die afwijzing heen bereikt God immers Zijn doel met Zijn volk en houdt Hij vast aan Zijn verbond. Dat daarvoor de koers moet worden verlegd naar de volkeren is niet erg: zoals een zeiler bereikt God niet rechttoe rechtaan, maar zigzaggend het einddoel (373). Dr. Drost voert intussen een interessant historisch argument aan voor zijn pleidooi om Israëls afwijzing van Jezus niet zo beslissend te laten zijn: hij wijst erop dat sinds het tienstammenrijk van Israël in ballingschap ging, tal van Joden in de verstrooiing leefden, en derhalve tijdens de kruisiging van Jezus niet bij diens verwerping betrokken waren. Het was maar een heel klein déél van Israël dat Hem verwierp, het merendeel wist niet van Hem af. Maar: is dat laatste na de zendingsinspanningen van Paulus en anderen niet drastisch veranderd? En maakt het Nieuwe Testament op dit punt wel zo’n onderscheid tussen Joden in de diaspora en Joden in Israël, tussen het tien- en tweestammenrijk?
Hier liggen mijns inziens belangrijke vragen. Toegespitst komen die erop neer of de auteur in het slothoofdstuk, waarin hij zijn eigen visie nader ontvouwt, toch niet dichtbij de tweewegenleer komt die hij aanvankelijk (19) afwijst. In elk geval maakt hij mijns inziens door de trouw van God tot allesbepalend beginsel te verklaren, de intense spanning die je in het Nieuwe Testament proeft als het gaat om de relatie tussen God en Israël grotendeels ongedaan. Dat neemt echter niet weg dat ik veel sympathie kan opbrengen voor wat dr. Drost met zijn boek voor ogen staat. Hij geeft om zo te zeggen een theologisch doordacht antwoord op de onderwaardering van de eigensoortige plaats van Israël die momenteel binnen de Protestantse Kerk opgeld lijkt te doen. Daarbij weet hij de valkuilen van een restloze vereenzelviging met de politiek van de staat Israël en van een politieke interpretatie van de ‘landbelofte’ te vermijden. Dat alles maakt dr. Drost naar het mij voorkomt tot een belangrijke en serieuze gesprekspartner over de houding die we als kerk ten opzichte van Israël (in alle, door hem zorgvuldig onderscheiden, betekenissen van dat woord) hebben in te nemen.
G. van den Brink, Woerden
Matthew Henry:
Dagelijkse omgang met God.
Uitg. De Banier, Utrecht; 144 blz.; € 9,75.
Het is telkens een genoegen om – naast de bekende bijbelverklaring – ook de andere geschriften van Matthew Henry ter hand te nemen. Dat geldt zeker bovenstaande titel, waarin een drietal preken van deze Engelse predikant is opgenomen over het leven met God. Hoewel, preken? Het zijn meer – in de goede zin van het woord – verhandelingen.
Ordelijk wordt uiteengezet hoe we de dag moeten beginnen met God (een preek over Ps. 5:3), hoe we die moeten doorbrengen met God (n.a.v. Ps. 25:5) en hoe we die dienen te beëindigen met God (n.a.v. Ps. 4:9). Geen boek om snel even door te lezen, wel om mediterend tot je te nemen. Met af en toe een praktische aanwijzing, bijvoorbeeld om, als we even alleen zijn, de kunst te verstaan, meer nog: de moed te hebben deze ‘ledige minuten’ te vullen met overpeinzingen over God en goddelijke zaken. Doen we dat, ‘dan verzamelen wij de overgeschoten brokken van de tijd, zodat er niets verloren kan gaan. Zo zijn we bezig om God de ganse dag te verwachten.’ Al met al een boekje, waard om aan te schaffen of ten geschenke te geven. Om de prijs hoeven we het niet te laten.
H.J. Lam, Rijssen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's