Christen en homoseksualiteit
Suggestie dr. Van den Brink is moeilijk houdbaar
Dr. G. van den Brink heeft de ChristenUnie onlangs een aanlokkelijk perspectief geboden om uit het lastige vraagstuk van de samenlevende homoseksuele CU-politicus te komen. Maar iedereen beseft dat het om meer gaat dan de simpele wijziging van een gedragscode.
In de rubriek ‘Reflexen’ van Theologia Reformata (december 2007) vraagt dr. G. van den Brink aandacht voor cultuurverschuivingen die zich momenteel in theologie en samenleving voordoen. Enkele fragmenten hiervan zijn geplaatst in de rubriek ‘Uit de pers’ in De Waarheidsvriend van 24 januari.
Dr. Van den Brink brengt ook de discussie binnen de ChristenUnie over de waardering van samenlevende homoseksuelen ter sprake. Aan de bezinning waartoe dit artikel uitnodigt wil ik met enkele opmerkingen bijdragen. Het onderwerp betreft namelijk niet louter een interne kwestie van de CU, maar raakt ook de kerken en gemeenten waarin de CU-achterban zich bevindt.
Kern
Allereerst vat ik de kern van de gedachten van dr. Van den Brink samen. Van den Brink laat zien dat zich, door het gelijkheidsdenken van deze tijd, ten aanzien van de homoseksuele leefwijze een ingrijpende verschuiving heeft voorgedaan.
Tot voor kort was het vrij algemeen geaccepteerd dat politieke partijen die zich op de Bijbel baseren, niet kunnen instemmen met de homoseksuele leefwijze. Dit is echter anders geworden. Bij buitenstaanders is een verwrongen beeld van de bijbelse boodschap ontstaan.
Het Woord van God staat voor de buitenwacht steeds meer voor een verouderde opvatting die samenlevende homoseksuelen uitsluit. Dr. Van den Brink is van mening dat hierdoor de kern van de bijbelse boodschap – het heil dat te vinden is in Jezus Christus – nauwelijks meer kan doorklinken. Een beroep op de Bijbel door christenen wordt door de ‘wereld’ gezien als een vrijbrief om samenwonende homoseksuelen te discrimineren. Juist dat formele beroep op de Bijbel roept in de veranderende waardering van homoseksualiteit hoe langer hoe meer afkeer op. Dat is op zichzelf niet erg en zelfs onvermijdelijk, aldus dr. Van den Brink, maar laat die afkeer dan de ergernis van het evangelie zijn (1 Kor. 1) en niet die van een homostandpunt. Om met deze vereenzelviging vrede te hebben, zou er een direct verband moeten bestaan tussen afwijzing van de homoseksuele leefwijze en de diepste kern waarom het in het christelijk geloof gaat.
Uitweg
Met deze verschuiving is binnen de CU de vraag aan de orde of zij zich al dan niet kan laten vertegenwoordigen door samenlevende homoseksuelen.
Dr. Van den Brink ziet voor de CU een uitweg door zich niet als partij centraal op een afwijzend standpunt vast te leggen, maar het aan haar homoseksuele leden persoonlijk over te laten zich naar eer en geweten ten opzichte van de Schrift te verantwoorden. Geen verbod dus, maar verantwoordingsplicht voor de CU-politicus met een homoseksuele leefwijze.
Gedoogpositie
Op het eerste gezicht bieden de suggesties van dr. Van den Brink een aantrekkelijk perspectief voor de CU om uit deze netelige positie te komen. Maar is dit echt zo? Ieder zal beseffen dat het om meer gaat dan om de simpele wijziging van een gedragscode. Ruimte geven aan homoseksueel samenleven veronderstelt dat de partij uit overtuiging deze leefwijze als gelijkwaardig alternatief voor de heteroseksuele leefwijze erkent.
De CU kan immers moeilijk volhouden dat het oude, afwijzende standpunt onveranderd blijft, maar dat ze alleen omwille van de druk van buiten in dit dilemma een concessie heeft gedaan. Houdt ze dat namelijk wel vol, dan plaatst ze de homoseksueel samenlevende CU-vertegenwoordiger in een gedoogpositie. Omwille van de publieke opinie zouden zij een vertegenwoordigende rol mogen hebben, maar intern ontbreekt voor hun leefwijze de bijbelse grond. Er moet ten opzichte van het huidige standpunt dus wel een wissel om. Hier komt nog de vraag bij of het homovraagstuk theologisch valt te isoleren van andere ethische vraagstukken. Leidt een verandering van visie op het unieke van het bijbelse huwelijk niet ook tot een ander oordeel over ongehuwd samenwonen of het adopteren van kinderen door homoseksuele stellen? Dr. Van den Brink zal zich van het gewicht van deze wijziging van standpunt ongetwijfeld rekenschap hebben gegeven, ook al stelt hij dat ‘men over een nogal lenige geest moet beschikken om te kunnen beargumenteren dat ‘het’ van de Bijbel goed beschouwd toch wel ‘mag’’.
Snel neergeschreven
Dat Van den Brink het toch aanvaardbaar vindt om van het homostandpunt een zaak van vrije keuze te maken, is omdat het huidige standpunt volgens hem een ernstige belemmering vormt voor de christelijke politiek. Door de leden van de partij persoonlijk de beslissing te laten, wil hij een poging doen ‘de ruimte te creëren die nodig is om duidelijk te maken waar het in de christelijke politiek echt om gaat: een inrichting van de samenleving die tot eer is van de God van Israël en (daarmee) tot heil van mensen, in het bijzonder van de zwakken’.
Dit lijkt mij wat te snel neergeschreven. Het klinkt als: ‘schudt het juk van deze ethische kwestie met de daaraan verbonden ergernis af en je krijgt echt ruimte voor christelijke politiek’. Voor ‘ruimte’ zullen we wel moeten lezen ‘begrip en waardering’, want de politieke ruimte voor christelijke politiek is in onze democratie niet in discussie. Maar hoe zou het loslaten van het bijbels homostandpunt politiek meer de eer van God dienen en de armen meer ten goede komen dan nu? Mogelijk geeft het standpunt over homoseksualiteit meer aanstoot dan de christelijke opvattingen ten aanzien van biotechnologie, levensbescherming, zondagsrust en het christelijk-sociale beleid. Maar zal met het wegnemen van de ene barrière de ergernis niet verschuiven naar het volgende christelijke standpunt?
Als de christelijke politiek zich voor de buitenwacht aanvaardbaar wil maken, blijft er uiteindelijk voor haar weinig anders over dan zich aan te sluiten bij seculier sociaal of liberaal beleid.
Zijdelings
Nu zijn christenen volgens dr. Van den Brink niet geroepen ‘op angstvallige wijze alle ergernissen en aanstoot te vermijden, maar ze zullen gericht moeten zijn op het evangelie van Gods genade in Jezus Christus en niet op standpunten die daar slechts zijdelings mee te maken hebben’. Aan welke standpunten moeten we hierbij denken? Is het huidige standpunt over homoseksualiteit bij uitstek niet zijdelings, maar juist duidelijk met de Schrift gegeven? Is het niet veelzeggend dat vanaf de Vroege Kerk tot nu toe het houden van het bijbels gebod een kenmerk is geweest van de katholieke kerk? Het zegt wat over de betekenis ervan dat de Anglicaanse kerk om deze zaak dreigt te scheuren.
Het gaat er niet om bij de ‘wereld’ in het gevlij te komen of op het pluche te kunnen blijven, aldus dr. Van den Brink. Maar wat is dan per saldo de winst van het inleveren van het bijbels standpunt, dat ook voor dr. Van den Brink geldigheid heeft?
Probleem voor de kerk
Maar, aldus dr. Van den Brink, de actuele discussie is niet alleen een probleem voor de politiek, ze gaat ook ons aan. Het verwrongen beeld dat buitenstaanders van de Schrift hebben, is uiteindelijk ook een probleem van de kerk en de christelijke gemeente. ‘En dat is precies het soort beeldvorming dat je als christelijke gemeenschap graag wilt voorkomen.’
Inderdaad, maar denken we echt met een ander homostandpunt de tegenstanders van het christelijk geloof een wapen uit de handen te kunnen nemen? Lopen we zo niet het gevaar om het christelijk geloof voor de wereld aanvaardbaar te willen maken? De concentratie op het hart van het evangelie confronteert ons inderdaad met het evangelie van Jezus Christus, maar wel in een weg van bekering en een leven in liefde naar Zijn geboden. Opmerkelijk is in dit verband wat drs. W. Dekker vorige maand tijdens de predikantencontio van de Gereformeerde Bond zei: ‘Alle pogingen in de afgelopen tientallen jaren naar buiten te treden en de wereld te ontmoeten, hebben geleid tot een steeds verdere aanpassing van de kerk aan de wereld en nauwelijks tot nieuwe bekeerlingen.’ Soortgelijke geluiden waren onlangs te horen vanuit de EO.
Ds. Dekker bracht dit in geen enkel opzicht in mindering op de missionaire roeping als wezenlijk element van de kerk. Maar, ‘ik zie onder ons het gevaar dat we alsnog de hoofdstroom van de kerk volgen dat we te optimistisch aankijken tegen de kansen en mogelijkheden om vandaag met het evangelie in de wereld te staan en eventueel ook nog de kerk te doen groeien.’
Zijn niet het vreemdelingschap en de kruisgestalte de kenmerken van de kerk? De kerk is geen rekenschap verschuldigd aan de media, las ik onlangs. Zij zal alleen voor haar Bruidegom Christus aantrekkelijk moeten zijn. Alleen zo zal zij tegen de tijdgeest bestand zijn.
Ongelijkheid
Ten slotte werpt Van den Brink de vraag op hoe eventuele vrijheid voor een homoseksuele leefwijze in de politieke partij zich verhoudt tot de kerken. Vooralsnog denkt hij niet dat deze botsen, omdat kerk en politieke vereniging structureel verschillen. ‘Maar dit verschil kan niet eindeloos worden opgerekt’, aldus Van den Brink.
Naar mijn mening is dit standpunt niet houdbaar. De christelijke gemeente trekt grenzen in vraagstukken van de openbare leefwijze van gemeenteleden. Dan kan er toch moeilijk een rechtvaardiging zijn voor gedrag in politiek en samenleving dat hiermee op gespannen voet staat. Dat betreft dan uiteraard niet alleen de homoseksuele praxis, maar het hele veld van het openbare leven naar Gods geboden.
Dr. Van den Brink stelt terecht dat de ogen nu weliswaar gericht zijn op de CU, maar dat het ons allen aangaat. Naarmate de verschuivingen zich doorzetten, zal vermoedelijk ook de druk op de kerken groeien. Het gaat om niets minder dan de vrijheid om naar Gods geboden te mogen leven. Het is in dit intolerante klimaat dan ook meer dan ooit geboden elkaar in de bezinning op fundamentele vragen te dienen.
Voor abonnementen, proefnummers en losse nummers (€ 11, 50) van Theologia Reformata is het adres: Bureau Gereformeerde Bond, Kleine Fluitersweg 253, 7316 MX Apeldoorn (tel. 055-5766660; e-mail: geref.bond@tiscali.nl).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's