Leven is genade, sterven ook
Denken aan de dood [2, slot]
Wie gerust kan sterven, kan pas echt gerust leven. Vorige week legde ik vier vragen voor, deze week zijn het er zes. In totaal tien aspecten van de voorbereiding op de dood.
Bent u verzoend met God? Zitten er dingen in relaties met anderen? Weet de ander hoeveel u van hem of haar houdt? Weet uw omgeving wat u gelooft? Dat zijn de vragen van vorige week. Ik ga verder met het vijfde punt.
5. Zijn de wensen rond uw uitvaart bekend?
Als militairen worden uitgezonden op een vredesmissie, zijn ze verplicht om hun laatste wensen kenbaar te maken, zo heb ik weleens begrepen. Wat een wijze maatregel van Defensie. Waarom geldt dit niet voor iedereen? Wat is het troostvol voor een familie om bij een begrafenis te weten dat de overledene graag déze psalm of dit lied gezongen wilde hebben tijdens de rouwdienst. Of dat hij of zij graag dít bijbelgedeelte gelezen wilde hebben.
Omgekeerd is het voor nabestaanden heel wat om alles zelf te moeten bedenken. Natuurlijk, het lukt wel, maar het heeft zoveel meer waarde als de overledene zelf al aanwijzingen had gegeven.
Af en toe komt het voor dat iemand wordt gecremeerd, terwijl het maar de vraag is of de overledene dat zelf wel gewild zou hebben. Wat is het belangrijk om hoe dan ook duidelijk te zijn op het punt van begraven of cremeren. In dit verband zou ik ook willen pleiten voor duidelijkheid over orgaandonatie. Laat duidelijk zijn wat je wensen zijn.
6. Stimuleert u nabestaanden om verder te leven?
Je kunt in je leven een sfeer creëren die het voor nabestaanden heel moeilijk maakt om vrijuit verder te leven als je er niet meer bent. Bijvoorbeeld als je erg vastzit aan je spullen. ‘Ik hoop dat als ik er niet meer ben, dit nooit zomaar wordt weggegooid.’ Of: ‘Dit kastje is later voor jou, ’ terwijl de ander misschien helemaal niet zit te wachten op dat kastje.
Soms kun je, misschien onbedoeld, een claim leggen op je omgeving. ‘Zul je me beloven dat als ik er niet meer ben, je nooit ...’ Of: ‘Ik hoop dat jullie altijd ...’ Zulke uitspraken moeten we reserveren voor onderwerpen die te maken hebben met de belangrijkste dingen in het leven. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoop en bid dat je altijd de Heere Jezus mag blijven volgen.’ Maar niet: ‘Ik hoop dat jullie na mijn dood altijd de traditie zullen voortzetten om op Eerste Kerstdag bij elkaar te komen.’
Als nabestaande kun je je heel schuldig voelen naar een overledene toe. Je voelt je schuldig als je lacht, schuldig als je naar een feestje gaat, schuldig als je geniet van de natuur, schuldig als je een grapje maakt over iets wat de overledene altijd zei. We kunnen elkaar helpen door elkaar tijdens ons leven in de vrijheid te stellen, en elkaar bewust te stimuleren: ‘Als ik ooit zomaar weg zou vallen, ga dan vooral verder met leven.’
Een stimulans om verder te leven is ook een vriendenkring. Sommige echtparen hebben de neiging om zich terug te trekken in hun eigen wereldje en de banden met familie en vrienden te verwaarlozen. Dat gaat goed zolang je samen bent. Maar als één van de twee wegvalt, is de ander echt op zichzelf aangewezen. Je kunt elkaar helpen om voorbereid te zijn op de toekomst, door samen een vriendenkring te hebben.
7. Geeft u uw man of vrouw de ruimte om te hertrouwen?
Eén van de meest gevoelige onderwerpen rondom de dood is een eventueel volgend huwelijk van degene die overblijft. Wat ligt dat vaak moeilijk. Wat kan degene die overblijft enorme schuldgevoelens hebben naar de overledene als hij of zij een nieuwe relatie krijgt. Daarnaast is het vaak voor kinderen en andere familieleden en vrienden heel moeilijk te verwerken als een weduwe of weduwnaar een nieuwe vriend of vriendin krijgt. ‘Dat hij weer iemand heeft, daar zal ik niets van zeggen, maar zo snel ...’ Vaak is dat een pijnpunt. Maar wat is ‘snel’? Dat is een heel persoonlijke, gevoelsmatige zaak. Als buitenstaander kun je al te gemakkelijk oordelen. De Bijbel geeft op dit punt geen aanwijzingen. Zouden wij elkaar dan de maat nemen?
We kunnen elkaar ruimte bieden door tegen onze eigen man of vrouw bewust uit te spreken dat hij of zij zich vrij mag voelen om als we er zelf niet meer zijn een nieuwe relatie aan te gaan. Daar praat je niet gemakkelijk over. Maar het is wel een blijk van diepe liefde en zorgzaamheid als je die ruimte bewust creëert. En als je kinderen hebt, dan helpt het heel erg als ook zij dat weten.
8. Bent u praktisch voorbereid op de dood?
Als iemand plotseling overlijdt, is dat een onvoorstelbaar grote schok voor de omgeving. Maar die schok wordt nog veel erger als blijkt dat praktische zaken niet of slecht geregeld zijn. Verzekeringen bijvoorbeeld, of de regelingen rond een eigen huis. De vraag is ook of er een testament is. Veel echtparen hebben geen testament, terwijl ook zij door een ongeval beiden tegelijk om het leven kunnen komen. Hoe moet het dan verder met de kinderen, als die er zijn? Wie is hun voogd?
Iedereen zou van tijd tot tijd die vraag onder ogen moeten zien: ‘Wat gebeurt er als ik plotseling overlijd?’ Elke notaris heeft daarover voorlichtingsfolders. En elke verzekeringsagent kan u vertellen hoe uw situatie is. Vanzelfsprekend vraagt het wijsheid om goed om te gaan met het aanbod van polissen, dat er in overvloed is. Maar wie zorgzaam is, laat deze dingen niet op hun beloop.
Een andere vraag is of u de enige bent die bepaalde dingen weet. Zo zijn er mensen, die na het overlijden van hun man of vrouw volstrekt niet weten hoe de administratie in elkaar zit. Als je je kennis deelt, help je elkaar.
9. Straalt u uit dat het leven genade is?
Veel mensen voelen rond een overlijden wrok naar God toe. Vooral als het overlijden plotseling kwam, en zeker als het gaat om iemand die naar onze maatstaven nog jong was. Deze gevoelens zijn heel persoonlijk. Ook op dit punt moeten we ons verre houden van het beoordelen van elkaar, laat staan het veroordelen. Als mens kun je soms strijden met God. Tegelijk is het zo dat wrok naar God toe niet helpt, het maakt het verdriet alleen maar erger. Wat kan een mens zich alleen voelen als hij of zij het gevoel heeft door God van een geliefde te zijn beroofd. Wrok helpt niet, het blokkeert. Wat is het daarom zegenrijk als we iets van die wrok bij onze nabestaanden kunnen voorkómen. Dat kan door uit te stralen dat we het leven als een geschenk uit Gods hand ontvangen. Een geschenk dat nooit vanzelfsprekend is, een geschenk van genade. Eigenlijk is het vreemd dat we God danken voor iedere dag die Hij geeft en vervolgens boos op Hem worden als Hij op een dag dat leven niet meer geeft aan iemand van wie we houden. Althans, niet meer hier op aarde.
Het is goed dat we dit aardse leven liefhebben. We hebben het van God gekregen en we mogen het intens waarderen. We mogen er gerust naar verlangen om honderd te worden. Het is niet Gods bedoeling dat we leven met het verlangen om te sterven. Maar wel is het belangrijk dat we blijven beseffen dat elke dag genade is, dat we nergens recht op hebben. En dat wij ook zelf niet kunnen overzien wat Gods bedoelingen zijn.
Ik hoop dat als ik sterf mensen God kunnen danken voor mijn leven en God niet verwijten dat ik niet meer leef. Zulke verwijten hebben geen zin en blokkeren de weg naar de Vader, Die juist klaarstaat om Zijn troost en kracht te schenken.
10. Stralen we uit dat ook de dood genade is?
Deze laatste vraag is misschien wel de moeilijkste. Stralen we ook uit dat de dood genade is? ‘Het leven is voor mij Christus, en het sterven is [voor mij] winst,’ schrijft Paulus aan de gemeente van Filippi (1:21). ‘Ik heb het verlangen om heen te gaan en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u.’ (vers 23, 24).
Natuurlijk maakt het een groot verschil wat onze situatie is. Wie jong is, zal dit anders beleven dan wie oud geworden is. Toch is het ook waar dat dit dilemma van Paulus voor ons allemaal geldt. Wij hebben allemaal een roeping van God, zolang we leven. Zelfs als we hulpbehoevend geworden zijn, roept God ons om te leven. Euthanasie en zelfdoding gaan in tegen de meest essentiële christelijke overtuiging dat God Schepper is en wij Zijn schepselen, dat onze tijden in Zijn hand zijn (Ps. 31:16). Zelfs mensen die zelf geen bewustzijn meer hebben, kunnen enorm veel betekenen voor anderen om hen heen.
Waar het om gaat is dit: voor wie gelooft in de Heere Jezus is de dood de poort naar het eeuwige leven, waar God alle tranen van de ogen afwist. Soms lijkt het wel of we dat vergeten, ook als het gaat om onze eigen dood. Natuurlijk, als we volop in het leven staan, zijn we ontzettend hard nodig. Naar de mens gesproken kunnen we niet gemist worden. En als iemand in levensgevaar is, mogen we de Heere smeken om die ander te laten leven. Maar de dood betekent niet de grote nederlaag, zoals die in sommige rouwadvertenties naar voren komt: ‘Je hebt eindeloos gevochten, totdat je niet meer kon.’ Eenmaal is de dood al overwonnen, toen de Heere Jezus stierf aan het kruis, en opstond op de paasmorgen. Wie gelooft, mag daaruit leven. En we doen er goed aan om naar elkaar toe te blijven benadrukken: dit leven is goed, maar wat komt is beter! Als we zo leven, helpen we ook onze nabestaanden als we plotseling wegvallen. Op deze manier zijn we getuigen van de hoop die in ons is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's