De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Dezer dagen las ik nog eens, maar nu in Nederlandse vertaling van Sander Hendriks (Mets en Schilt, Amsterdam), het boek De Jodenstaat (1896) van Theodor Herzl, waarmee hij de grote terugkeer (aliya) van Joden naar Palestina op gang bracht. Een fragment uit de inleiding:

Ik geloof dat het elektrische licht niet is uitgevonden zodat een handvol snobs er hun pronkkamer mee kan verlichten, maar om het ons mogelijk te maken bij dit licht de vraagstukken der mensheid te kunnen oplossen. Een daarvan, en niet de onbelangrijkste, is het joodse vraagstuk. (…)
Het joodse vraagstuk bestaat. Het zou idioot zijn dat te ontkennen. Het is een restant van de Middeleeuwen, waarmee de beschaafde landen ook heden ten dage met de beste wil nog niet klaar kunnen komen. Ze hebben blijk gegeven van hun grootmoedige wil toen ze ons emancipeerden. Het joodse vraagstuk bestaat overal waar aanzienlijke aantallen joden wonen. Waar het niet bestaat, wordt het geïntroduceerd door de joden die daarheen migreren. Wij trekken vanzelfsprekend naar streken waar men ons niet vervolgt. Door onze aanwezigheid ontstaat dan de vervolging. Zo is het en zo zal het blijven, overal, zelfs in hoogontwikkelde landen – bewijs: Frankrijk – zolang er voor het joodse vraagstuk geen politieke oplossing is gevonden. De arme joden brengen het antisemitisme momenteel naar Engeland, naar Amerika hebben ze het allang overgebracht.
Ik meen het antisemitisme – een in meerdere opzichten gecompliceerde beweging – te begrijpen. Ik observeer deze beweging als jood, maar zonder haat en angst. Ik geloof te doorzien wat in het antisemitisme rauwe scherts, ordinaire broodnijd, overgeërfd vooroordeel en religieuze onverdraagzaamheid is, maar ook wat daarin vermeende noodweer is. Ik zie het joodse vraagstuk niet als een sociaal en evenmin als een religieus vraagstuk, ook al wordt het op deze en andere wijzen ingekleurd. Het is een nationaal vraagstuk, en om het op te lossen moeten wij het in de eerste plaats tot een politiek wereldvraagstuk maken, waarvoor de beschaafde volkeren in onderling overleg een regeling moeten kunnen vinden. Wij zijn een volk, één volk.

Andries Knevel ziet in zijn dagboek Avonduren (Ten Have) ook even om naar zijn jeugd:

We wandelen in het bos van Bantam. Het is een schitterend gelegen landgoed tussen Bussum en ’s-Graveland. Prachtige oude bossen, kleurrijke doorkijkjes, een natuurvijver, veel klein wild en weldadige stilte. Mijn vader is op dit landgoed geboren. Als zoon van de chauffeur van een rijke bankiersfamilie, haast ik me er achteraan te zeggen. (…)
Maar er is meer. Even verderop, op een open plek in het bos, hield de classis Amsterdam van de Christelijke Gereformeerde Kerken haar jaarlijkse zendingsdag. Een hoogtepunt in het kerkelijk leven. Een paar honderd mensen zaten in het bos naar preken te luisteren en zamelden ongelooflijk veel geld in voor de zending. Mijn grootvader was de organist. Daarom loop ik naar de plek waar zijn elektronisch orgel stond om de samenzang te begeleiden. (...)
Mijn schoonouders hebben zich altijd met hart en ziel voor deze zendingsdag ingezet; een generatie lang was mijn schoonvader de drijvende kracht en deed mijn schoonmoeder alle hand- en spandiensten. En dus loop ik ook naar de plek waar zij zich zo’n dag voornamelijk ophielden. Het is allemaal voorbij. Zij zijn er ook sinds een paar jaar niet meer. De zendingsdag bestaat nog wel, maar niet meer in een bos, en de romantiek is er af. Wat een energie van die generatie mensen voor het Koninkrijk van God. Altijd maar bezig, altijd maar willen dienen, altijd maar zich inzetten voor de ander. We zijn onderweg veel kwijtgeraakt.
Deze (onverwachte) middag op Bantam ontroert me. ’t Zal ermee te maken hebben dat ik de nieuwe generatie aan zie komen. En hoe brengen we passie van de ouderen over op die nieuwe generatie? Daarbij komt: ik heb veel van mijn grootouders, schoonouders, mijn ouders gehouden. En die tijd komt nooit meer terug. Niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's