Moest Abraham beter weten?
Bijbeltekst begrepen
Wat moeten we denken van de stelling naar aanleiding van Abrahams offer (Gen. 22:1vv) dat Abraham beter had moeten weten en dat God dit nooit van hem mocht vragen? De omringende heidense volkeren offerden hun kinderen aan de afgoden, maar de Heere had dat Israël verboden.
Genesis 22 vertelt ons dat God Abraham verzoekt als Hij van hem vraagt zijn zoon Izak (al 25 jaar oud?) aan Hem te offeren. Als Abraham dan na een tocht van 75 km (drie dagreizen) op Moria (de plaats van de latere tempel) gereed staat om Izak op het altaar te slachten, roept de engel des Heeren hem een halt toe en zegt: ‘Nu weet Ik, dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige van Mij niet hebt onthouden’ (Gen. 22:12b). Maar wist Abraham dan niet allang dat dit niet ’menens’ was van God?
Kinderoffers
Inderdaad, God vraagt geen kinderoffers. Je zoon of dochter door het vuur doen doorgaan (doden en offeren), dat is in Gods ogen een gruwel (Deut.12:31; 18:10a). Later (tijdens koning Manasse) hebben de kinderen van Israël zich daaraan schuldig gemaakt, toen zij hun kinderen offerden aan god Moloch in het dal van de zoon van Hinnom. Nu, heeft Abraham stellig geweten dat de Heere zoiets van hem niet vroeg. Maar Abraham heeft dat wel door veel beproeving heen moeten leren. En in die weg stond zijn godsbeeld als het ware te schudden op zijn fundamenten. God testte Abrahams geloof, maar ‘het had voor Abraham zelf wel een verzoeking kunnen worden’ (Ph. J. Hoedemaker, Lessen uit de heilige Schrift; eerste reeks Gen.11-25:10; Amsterdam 1903).
Gods raadselachtige weg
God gaat dus met Abraham een raadselachtige weg, waarop hij geen hand voor zijn ogen kan zien. ‘God is met Zichzelf en Zijn Woord in strijd.’ ’Moet Abraham een ‘beul van zijn eigen kind’ worden?’ (Calvijn). Izak is zijn lieveling en bovenal: het beloftekind, Abrahams toekomst, en ‘het bewijsstuk van zijn zaligheid’ (Calvijn). Uit Izak zou de Redder der wereld geboren worden.
Maar Abraham gaat de weg van God in geloofsgehoorzaamheid; hij onderwerpt zich zonder voorbehoud aan Gods wil en houdt zich tevens vast aan Gods belofte. Tegen zijn jongens onder aan de berg zegt hij: ‘Wij (!) zullen tot u wederkeren.’ (Gen. 22:5). En ‘hij overlegde ook dat God machtig was Izak ook uit de doden te verwekken’ en daarmee alle beloften van God weer springlevend te maken (Hebr. 11:17v).
Onontwarbare raadsels
Het is waar dat de weg van God met Abraham iets uitzonderlijks is. Zoiets vraagt God nooit meer van enig mens. Toch zijn er ook bij Gods kinderen vandaag vele onontwarbare raadsels van de voorzienigheid, waarin ‘ons verstand tot niets wordt gebracht’ (Calvijn).
Het gaat immers niet buiten God om als Hij ons kind van ons afeist en wij het aan Hem moeten teruggeven? Dan wordt het nacht in de ziel; wij weten ons ‘met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren en zelfs aan de verdoemenis onderworpen’ (eerste vraag uit het doopformulier). Gelukkig echter ook als we mogen geloven dat ons kind in Christus geheiligd is en dat we het aan de Heere mogen afstaan, omdat ‘er iets goeds in voor de Heere gevonden is’ (1 Kon.14:13).
H.F. Kohlbrugge schrijft in een verklaring over Genesis 22: ‘Hoe vaak is het niet gebeurd, dat u meende, het is tevergeefs op de levende God te hopen, en, eer u eraan dacht, was de uitkomst daar! Wie heeft toch zo vaak, o zo vaak, de tranen op onze wangen gedroogd toen wij meenden in onze druk te moeten vergaan? Was het niet Zijn hand?’
Voorspel van Golgotha
Abraham heeft hier als het ware ingeleefd wat het God zou kosten als Hij Zijn Eniggeborene, Jezus Christus, zou laten slachten aan het kruis op Moria, tot verzoening van onze zonden. Op Golgotha handelt God met Zijn Kind, zoals Abraham met Izak niet kon en niet mocht handelen. Abraham kon niet het offer brengen dat nodig was. God heeft Zelf gezorgd voor een Lam. En dat te doorleven, geeft ons de hoogste vreugde. Het gaat in de geschiedenis van Genesis 22 niet zozeer om de binding van Izak, ‘waarvan de verdienste zijn ganse nageslacht ten goede zou komen’ (zoals in de joodse theologie), maar om Abrahams geloofsgehoorzaamheid. In de weg van geloofsgehoorzaamheid komen we vol aanbidding aan de voet van Golgotha terecht. Zie daar het Lam dat ook mijn zonde wegneemt en Wiens gerechtigheid mij om niet wordt toegerekend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's