Een vriendelijke gemeente
Pastoraat – Gemeenschap der heiligen
Ziet toe dat niemand iemand kwaad voor kwaad vergelde; maar staat altijd naar vriendelijkheid jegens elkaar en jegens allen. Wees altijd vrolijk.
Calvijn is echt niet zo bekend vanwege zijn vrolijkheid of vriendelijkheid. Toch laat de reformator door deze wat frivole vertaling van Paulus’ woorden (1 Thess. 5:15 en 16) merken dat vriendelijkheid een kenmerk moet zijn van de christelijke gemeente. Het woordje zie(t) wordt in het Nieuwe Testament heel vaak gebruikt. Meestal is het dan het woordje dat de verwondering uitdrukt. In het kerstevangelie bijvoorbeeld: ‘Want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap.’ En in de geschiedenis van de bekering van Saulus: ‘Want, zie, hij bidt.’ In de brief aan de gemeente van Thessalonica gebruikt de apostel in de grondtaal een ander woord voor zien. Van dat Griekse werkwoord komt ons woord panorama.
Het gaat om nauwkeurig waarnemen. Dit woord voor zien wordt bijvoorbeeld gebruikt in verband met de apostelen, van wie geschreven staat dat ‘zij de Heere gezien hebben’. Zij hebben Hem, als de Levende, met eigen ogen gezien. Jezus gebruikt deze uitdrukking ook als Hij zegt: ‘Ziet toe dat gij niet één van deze kleinen veracht.’ (Matth.18:10) De betekenis is dan: hoedt u ervoor. Let op dat het niet onbedoeld toch gebeurt. In de gemeente kunnen wij, zonder het zelf in de gaten te hebben, dingen doen of zeggen waardoor anderen gekwetst worden. Door dat ‘ziet’ te gebruiken, zegt de apostel: Altijd op uw hoede zijn, het kwaad is zo geschied! De zonde ligt altijd aan de deur van ons hart.
Kwaad voor kwaad
‘Kwaad voor kwaad vergelden’ is een uitdrukking die de apostelen meer gebruiken (zie Rom. 12:17 en 1 Petr. 3:9) Daarbij moeten wij aan het kwaad van de wraak denken, waarvan Lamech de exponent is als hij zijn vreselijke lied zingt: ‘Ik sloeg een man dood, om mijn wonde, en een jongeling om mijn buil! Want Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.’ (Gen 4:23b en 24) Maar hier wordt niet alleen het echte wraak nemen als het kwaad gezien. Bedoeld wordt mijns inziens: iedere levenshouding waarin geen begrip is voor de ander. Wanneer wreek je je immers? Als je de ander niet vergeven kunt. Als je niet begrijpt dat die ander een mens is zoals jij. Calvijn verzucht heel eerlijk: ‘Omdat de onderhouding van dit gebod zeer zwaar is in zo’n grote geneigdheid van onze natuur tot wraak, daarom gebiedt hij [Paulus, red.] naarstig te zijn om ons ervoor te wachten.’
Het gaat hier om de grondhouding van de zelfverloochening, waar de Heere Jezus over spreekt als Hij zegt dat als wij geslagen worden op de linkerwang, wij ook de rechter moeten toekeren. Binnen de gemeenschap der heiligen zijn het begrip voor de ander en de wil je in die ander in te leven een principiele voorwaarde. Door het ‘niemand … iemand’ geeft Paulus aan dat er op deze regel werkelijk geen uitzondering te bedenken is. Elk is het aan een ieder, om Christus’ wil, verplicht.
Na het negatieve van de verkeerde weg die de gemeente op kan gaan, wordt het positieve van het goede getekend: het goede najagen. Het woord dat Paulus gebruikt, betekent letterlijk: achtervolgen, er achteraan hollen. Daarin ligt dus opgesloten dat het goede nooit bereikt kan worden hier op aarde, maar wel altijd voor ogen moet blijven als het ideaal, waarnaar gestreefd moet worden.
Zo staat er in de Bijbel ook dat er voordurend gezocht moet worden naar gerechtigheid, deugd, liefde, gastvrijheid enzovoort. Gezocht in een voordurend streven. En, als conclusie van al zijn vermaningen aan de Romeinen, schrijft de apostel: ‘Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot de vrede en hetgeen tot de stichting onder elkaar dient.’ (Rom. 14:19)
Grote gebod
Het goede. Dat is dat wat God openbaarde. ‘Wat noemt gij Mij goed?’ zei de Heere Jezus tegen de man die goed wilde doen. ‘Niemand is goed, dan Eén namelijk God!’ Het goede is dus het grote gebod: God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf. Dat goede wordt alleen geleerd in de navolging van Hem, in Wie God Zijn liefde openbaarde.
Die wat vrijere vertaling van Calvijn geeft daarom het apostolische vermaan zo helder weer: ‘Sta altijd naar vriendelijkheid!’ Het is heel concreet: het vriend(in) zijn van de ander vindt in het najagen van het goede een duidelijke vorm. Vriendelijk zijn. Het is de houding: Wat ik zou willen dat ze mij deden, zal ik de ander doen. Daar moet het gemeenteleven door getekend zijn.
Altijd en voor iedereen
Twee moeilijke dingen voegt de apostel bij zijn opwekking tot vriendelijkheid.
Ten eerste: ‘altijd’. Dus niet alleen als ik er zin in heb of als die ander het wel kan waarderen, maar altijd. Ook als ik moe ben, of het even niet zie zitten. Ook als die ander, kerkenraadslid of gemeentelid, mij mateloos irriteert. Zelfs als ik stank voor dank krijg.
Het tweede geeft de grenzeloosheid van die roeping aan: zowel jegens elkaar als jegens allen. Met dat ‘elkaar’ wordt in het Nieuwe Testament altijd de gemeente aangeduid, De gemeenschap waarvan de Heere Christus zei: ‘Dit gebod geef Ik u dat gij elkaar liefhebt.’ Met het ‘allen’ wordt de buitenwacht bedoeld. De mensen die buiten de gemeente staan, maar die met ons in dezelfde plaats wonen. Ja, de kring is nog groter: die met ons dezelfde aarde bewonen. De roeping vrienden te zijn is wereldwijd. En heel concreet: ook degenen, die niet direct tot ‘onze richting’ behoren, zo lief te hebben dat zij het gevoel krijgen geen buitenstaanders te zijn. Echte liefde is er altijd en zij is onbegrensd.
Hoe?
Ik ben ervan overtuigd dat Paulus in 1 Thessalonicenzen 5:16-22 heel precies aangeeft hoe naar dat goede in en buiten de gemeente gejaagd moet worden.
Allereerst: blijmoedig! Wie chagrijnig is, kan niemand echt tot vriend(in) zijn.
In de tweede plaats: erg afhankelijk. Het persoonlijk gebed en de voorbede van de gemeente zijn de adem van het christelijk leven.
Als Paulus schrijft ‘te allen tijd biddend’, bedoelt hij echt de gemeente niet het klooster in te sturen, maar wil hij zeggen: doe toch niets zonder de belijdenis: ‘ik kan het niet, help mij toch in alles, Heere!’ Wie wil weten wat bidden en werken tegelijk is, moet het bijbelboek Nehemia nog eens goed lezen. Het gebed geeft een enorme kracht.
Het derde is: danken. Je hoeft niet voor alles te danken, maar wel, zo staat er, ín alles. God wil dankbare mensen kracht tot dienende vriendschap geven.
Het vierde is: de Geest niet doven. Het heilige vuur van liefde niet uittrappen door tweedracht, eerzucht of al het andere dat de Heilige Geest in de weg staat in de gemeente te werken.
Het vijfde is: Wij hebben hiervoor de Bijbel dagelijks nodig. ‘Veracht de profetieën niet.’ Dat wil zeggen: Geef de Schrift het hoogste gezag. Lees met elkaar en persoonlijk met trouw en regelmaat de goddelijke woorden en laat ze spreken in je hart. Daardoor heb je dagelijks contact met de Grote Vriend. Met het ‘beproeft alle dingen’ bedoelt de apostel echt niet: probeer alles maar eens en zoek er dan het goede maar uit. Nee, hij wil zeggen: het is voor ieder in de gemeente belangrijk dat alles getoetst wordt aan het Woord. Is het niet naar de Schrift, dan moet en mag het niet gedaan worden. Niet alleen de zondagse eredienst, maar ook heel het doordeweekse gemeenteleven moet deze toets kunnen weerstaan.
De laatste opwekking van de apostel is een oproep tot oprechtheid. Dat maakt het getuigenis van de gemeente vooral voor de buitenwacht betrouwbaar. ‘Onthoudt u van alle schijn van kwaad.’ Immers wat misschien heel goed bedoeld is, kan totaal verkeerd worden uitgelegd en de schijn tegen krijgen. Eerlijk en oprecht zijn echte vrienden voor elkaar. En de hoofdzaak is en blijft: laten wij Hem telkens voor ogen houden, Die bij alles wat Hij doen moest Zich afvroeg: Is het tot eer van God? En tot hulp en heil van de naaste? Wat zo gedaan wordt, houdt zijn waarde en zal eeuwig bestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's