De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Getallen zeggen niet alles

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Getallen zeggen niet alles

Zending in zicht

4 minuten leestijd

Toen ik ruim dertig jaar geleden als predikant begon in de kleine gemeente Sebaldeburen, preekte ik daar voor gemiddeld 55 mensen, later tachtig. Wanneer ik dat in het midden van het land vertelde, werd ik vaak meewarig aangekeken. Soms ook met bewondering: preken voor zo weinig mensen, dat is nogal wat.

Momenteel kom ik nogal eens in gemeenten in het midden van het land, waar ik diensten leid met minder kerkgangers. Vooral ’s avonds, maar soms ook ’s morgens. Ik merk dat het de aanwezige kerkenraadsleden niet gemakkelijk afgaat hier mee om te gaan. Vaak verontschuldigt men zich, soms wordt ook al in het gebed aan de Heere God verteld hoe zorgelijk het allemaal is.
Dan kom ik de kerk binnen en zie in een gebouw met 250 zitplaatsen, verspreid door de kerk of helemaal achterin, dertig of veertig mensen zitten. Daar word ik dan ook niet vrolijk van. Ik heb nauwelijks contact met de hoorders en het zingen gaat ook helemaal niet goed. Na de dienst is er geen gesprek over Gods goedheid en genade, maar opnieuw iets in de trant van dat de dagen van vroeger voorbij lijken te zijn. Dan ga ik naar huis en denk: dit kan nooit lang meer duren. Precies zoals je soms bij een stervende vandaan komt.

Andere ervaring
Onlangs was ik in een kerk met 52 kerkgangers. Niet veel dus, maar ik had op geen enkel moment het gevoel dat het een aflopende zaak was. Iedereen was betrokken. De mensen zaten voor in de – niet al te grote – kerk. Alleen voor de preek ging ik de kansel op, de rest van de dienst leidde ik beneden, oog in oog met de mensen voor mij. Er werd zeer goed gezongen, ook de iets moeilijker liederen kende men blijkbaar. Er werd gevraagd heel concreet te bidden voor mensen en situaties, dichtbij en ver weg. Samen baden we het ‘Onze Vader’. Na afloop heerste in de consistorie een sfeer van dankbaarheid, dat God ons weer zoveel had geschonken. Wat een verschil. Hoe een dienst functioneert, hangt dus helemaal niet af van het aantal.

Kleine kracht
Filadelfia, een van de zeven gemeenten waaraan Johannes op Patmos een briefje schrijft namens de verhoogde Christus, heeft kleine kracht, maar ze heeft het Woord bewaard en de Naam niet verloochend. En dan worden er verder heerlijke beloften gegeven. Filadelfia was niet groot, maar geen van de eerste christengemeenten was groot. Pas later groeide de kerk. Nu gaan we weer een andere tijd tegemoet in Europa, een tijd die wel aangeduid wordt met ‘kerk na het christendom’. We zullen ons in moeten stellen op kleine gemeenten. Dat geeft allerlei praktische problemen. Maar laten we ons alstublieft niet wijs laten maken dat het dan niet veel meer voorstelt. Wanneer de levende God in ons midden is door Woord en sacrament, in de werkingen van Zijn Geest, dan zijn we schatrijk.
Wanneer we dat beseffen, zullen we er ook het beste van maken. Dan gaan we de gemeenschap zoeken met Hem en elkaar. Dat kan niet wanneer we hier en daar verspreid in een meer dan halflege kerk gaan zitten. We beseffen dat ons als kleine uitverkoren schare een heel bijzondere schat is toevertrouwd en daarom stralen we in heel onze kerkgang, in de gesprekken ervoor en erna iets uit van verwonderde schatbewaarders. Dankbaar in bidden en zingen, begerig de schat van het Woord opnieuw van alle kanten te bezien door bijbelstudie en verkondiging, trouw elke zondag aanwezig in de ruimte waar de levende Christus bij ons wil zijn. We beseffen dat God door de gebeden van deze kleine schare Zijn wereld regeert en dat we dus met al onze schamelheid verwaardigd zijn deel te nemen aan de Godsregering.

Werfkracht
Ik weet van al de praktische problemen. Ik weet dat een kleine gemeente moeilijker mensen aantrekt dan een grote gemeente die dynamisch overkomt. En toch: van een levende gemeente, hoe klein ook, gaat altijd missionaire werfkracht uit. Alleen al de trouw, de volharding en de vreugde zullen vragen oproepen. Wat hebben die mensen toch? En als we dan ook in de week nog vervuld zijn met wat Augustinus zag als de voornaamste deugden van een christen: caritas en humilitas (liefde en nederigheid), dan zijn we een gemeente die de Gezondene van de Vader representeert. Als dat geen zendingsgemeente is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Getallen zeggen niet alles

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's