Wij zijn katholiek
Bundel haalt oude, wereldwijde kerk naar voren
Katholiek: een mooi en veelzeggend woord. We horen het elke zondag, wanneer we met de kerk der eeuwen belijden: Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.
‘Algemeen’ is de vertaling van katholiek. De meest bekende en beknopte omschrijving die daarvan al sedert vele eeuwen gegeven wordt, luidt: ‘Wat overal en altijd door allen geloofd is.’ Vaak is katholiek de aanduiding voor rooms-katholiek. Dat heeft te maken met de geschiedenis die dit woord vanaf de Reformatie heeft doorlopen. De kerk van Rome claimde het namelijk tegenover de reformatorische kerken. Door hun dit woord te ontzeggen, suggereerde men dat de hervormende kerken sektarisch waren. Een weinig terecht verwijt, daar de roomse kerk eigenlijk pas bestaat sinds het Concilie van Trente (1545-1563). Deze claim heeft Luther niet al te zeer gedeerd. Hij vond het woord te rooms klinken en sprak liever over christlich. Melanchthon daarentegen wilde zich het woord niet laten ontfutselen. Zijn tegenstanders prentte hij in: ‘Wij zijn ook katholiek!’ Ook Calvijn hechtte eraan. En de Nederlandse Geloofsbelijdenis zet het veelzeggend vrijwel voorop, wanneer zij haar visie op de kerk vertolkt: ‘Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene Kerk’ (artikel 27).
Toepasselijk
Onlangs verscheen er een bundel getiteld Wij zijn ook katholiek. Over protestantse katholiciteit. Daarin zijn twaalf theologen uit onze Protestantse Kerk met de term katholiek in de weer. Begrijpelijk wanneer we in rekening brengen dat het eerste en grondleggende artikel van onze kerkorde luidt: ‘De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke kerk die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God.’ Onze kerk wil dus duidelijk een katholieke kerk zijn. In hoeverre werkt deze overtuiging in het geheel van de kerk door?
Het is een interessante bundel geworden. In veertien artikelen laten diverse theologen van hervormde, gereformeerde en lutherse origine zien waarom de Protestantse Kerk een katholieke kerk is, die onderdeel is van de twintig eeuwen oude en wereldwijd verspreide kerk van Christus. Daarnaast zijn er vijftien (geschreven) portretten opgenomen van theologen uit de geschiedenis van de reformatorische kerken, die in elk geval dit hadden: katholieke allure.
In dit artikel wil ik ingaan op deze bundel; niet door bijdrage voor bijdrage langs te lopen, maar door datgene voor het voetlicht te halen en op eigen wijze toe te spitsen wat ons in onze hervormd-gereformeerde gemeenten kan doen ontdekken: wij zijn katholiek! Nadeel van deze werkwijze is dat diverse waardevolle bijdragen onderbelicht blijven, voordeel dat we deze publicatie op een ‘toepasselijke’ wijze gebruiken.
Niet schamen
Het eerste artikel dat ik daarvoor benut, is van ‘onze’ prof.dr. G. van den Brink. Hij onderzoekt de vraag of de Reformatie met haar nieuwe belijden in lijn met het oude is gebleven. Of is zij andere wegen ingeslagen? Hij kiest voor een uitdagende route door zijn vraagstelling toe te spitsen op de Dordtse Leerregels. Die zijn zeer omstreden vanwege de ‘harde’ wijze waarop over Gods verkiezing en verwerping gesproken wordt. Heeft Dordt zich daarmee niet verwijderd van wat de kerk alle eeuwen door beleden heeft aangaande Gods genade? Met andere woorden: hoe katholiek is Dordt? Wat laat Van den Brink verrassend zien? Dat het spreken van de Dordtse Leerregels over de verkiezing wortelt in de middeleeuwse theologie (die voor een groot deel katholiek was in de goede zin van het woord) en uiteindelijk teruggaat op Augustinus. Vanaf deze kerkvader is voortdurend de vraag aan de orde geweest hoe het zit, niet alleen met Gods verkiezing, maar ook met haar ‘tegenhanger’: de verwerping. Daarbij benadrukte de ene theoloog meer Gods wil als grond van de verwerping, de andere sprak liever over de schuld van de mens vanwege zijn zonde. In de Dordtse Leerregels is gezocht naar een overeenstemming tussen de verschillende visies en is gekozen voor een mildere opvatting van verkiezing en verwerping dan voor de meer radicale van Calvijn en zijn opvolger Beza.
Een en ander betekent dat wij ons voor de belijdenis van Dordt niet hoeven te schamen. Integendeel, wij bevinden ons in het spoor van de kerk der eeuwen wanneer wij haar onderschrijven. Laten we ons de Leerregels meer eigen maken door ze in onze stille tijd te overdenken.
Erfgoed
Een ander artikel dat ons bijbrengt hoe katholiek de protestantse en in het bijzonder de gereformeerde belijdenis en theologie zijn, is dat van prof.dr. R. Boon, emeritus hoogleraar liturgiewetenschap.
Het werk van allerlei reformatoren getuigt daarvan, met name doordat ze terugkoppelen naar de kerkvaders. Calvijn gaat daarin voorop. Hoe vaak schrijft hij niet: ‘naar de gewoonte van de vroege kerk’. Uitgaande van de Schrift zag hij de Vroege Kerk als wegwijzend voor geloven en leven van de christelijke gemeente, voor de ambtsstructuur van de kerk, de Woordverkondiging, de sacramentsbediening. Ook wist de Reformatie zich schatplichtig aan de theologie en de bijbelwetenschap van de Middeleeuwen. En de Nadere Reformatie maakte dankbaar gebruik van de bevindelijke literatuur uit de eeuwen vóór de Hervorming.
Zijn we ons bewust van dit erfgoed? is de vraag die hij stelt. Of stouwen we het weg, omdat we ons willen inrichten naar de eisen van de tijd, waarbij we orgel, Geneefse psalmen, Liedboek en Bach van de hand doen? En vervolgens ‘op naar het ‘pop’-kabaal en de praiseband!’
Dr. J. Kronenburg slaakt in zijn bijdrage een eendere klacht, wanneer hij hekelt dat op liturgisch gebied voorgangers maar al te vaak doen wat goed is in eigen oog door te komen met van allerhande zelfbedachte orden van dienst, werkvertalingen, credo's, enzovoort. ‘Met als gevolg dat de gemeente op liturgisch gebied is overgeleverd aan de mode van de dag en de subjectieve opvattingen van haar predikant.’
Applaus
Prof.dr. A. van de Beek beantwoordt in zijn artikel de vraag wat de katholiciteit der kerk betekent voor haar relatie tot de cultuur. Net als dr. Boon bepleit hij om daarvoor bij de kerkvaders in de leer te gaan. Dan ontdekken we dat zij waardering hadden voor de wijsheid die zij overal in de samenleving aantroffen. Afwijzend stonden zij echter tegenover theater en sport. Theater doet je namelijk stuiten op machten uit heidense religies en manipuleert je. Sport idem dito: zij is op kracht en geweld gebaseerd. Men denkt, aldus Tertullianus, dat er een bal wordt ingeschoten, maar het is allemaal van de duivel. Kijk maar naar het resultaat: razernij, emotie, ruzie, gevloek, en applaus zonder dat iemand het verdiend heeft. Men is zichzelf niet meester. De bevrijding door Christus is ver te zoeken.
Een andere vraag: hoe ver moet je gaan in het doorvertalen van het evangelie in de cultuur waar het voet aan wal zet? ‘De sterke nadruk op contextualiteit heeft het risico dat het gemeenschappelijke van het geloof van de kerk op alle plaatsen op de achtergrond raakt.’ Dat gemeenschappelijke blijkt onder andere uit bepaalde ethische (!) kwesties. Een voorbeeld lijkt mij de opvatting over homoseksualiteit. Een neergaande cultuur als de onze zegt daar ‘ja’ tegen, de wereldkerk zal er altijd ‘nee’ tegen blijven zeggen.
Beklemmend
Helemaal beklemmend wordt dr. Van de Beeks bijdrage wanneer hij laat zien dat katholiciteit betekent eenheid op een en dezelfde plaats. Zij wordt echter bedreigd door allerlei subculturen, zeker in protestantse kring. Dat heeft te maken met het individualisme dat in de tijd van de Reformatie opkwam dankzij de Renaissance. Terugkeer naar de katholiciteit die boven de (sub)cultuur uitgaat, zal grote offers vergen, niet het minst van kerken van gereformeerde snit. Het gaat om heel de kerk. Daarom maakte dr. H. van den Belt op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond begin van dit jaar maar niet een ondeugende opmerking toen hij opriep terug te keren in de schoot van de vaderlandse moederkerk, maar sneed hij datgene aan wat heden ten dage van het grootste theologische belang is: de ‘kwestie’ van de kerk. Zij is de bruid van haar Bruidegom, maar het lukt ons niet om haar als een reine maagd aan haar Man Christus voor te stellen (2 Kor. 11:2). Omdat we niet kunnen? Of omdat we ten diepste niet willen? Van de Beek pleit voor een waarlijk katholieke gemeenschap, die haar eigen cultuur vormt: ‘een cultuur van dienst, een kunst die het kruis van de goede herder uitbeeldt die als een Lam geslacht is, een literatuur van genade en bevrijding die de liberale vrijheid ver te boven gaat.’
Vertroostend
Een uitdagend en tot nadenken stemmend boek is bij ons op tafel gelegd. Een ontdekkend boek ook. Een boek dat vraagt om een vervolg, waarin bijvoorbeeld prof.dr. W.J. op ’t Hof en de nieuwe aartsbisschop van Utrecht W.J. Eijk aan het woord komen.
Het is vooral een vertroostend boek, omdat het mij deed constateren: in onze hervormd-gereformeerde gemeente zijn wij katholiek! Nee, niet als onze verdienste, want het waarlijk katholieke gaat bij ons meer dan eens schuil onder de sintels van benepenheid en bekrompenheid. Maar wel omdat God ons de prediking van de volle raad Gods gelaten heeft, en het ambt, en de bevinding, en de meest katholieke zang- en gebedenbundel van de kerk: het Psalmboek. Wij zijn ook katholiek geeft mij de vrijmoedigheid om te zeggen: Wij zijn katholiek! Het verdedigende woordje ‘ook’ mag wat mij betreft wegvallen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's