Gebrokenheid in gemeente
Misbruikte Esther Veerman houdt spiegel voor
'Nooit meer kwijt' is een boek dat je raakt. Esther Veerman brengt er ervaringen van seksueel misbruik tot uiting in schilderijen en gedichten. Het boek kan gelezen worden als een pleidooi om gebrokenheid een plaats binnen de christelijke gemeente te geven.
Esther Veerman is als kind slachtoffer geworden van seksueel geweld. Een pikzwarte nacht van angst, verdriet, woede en eenzaamheid was het gevolg. Veerman heeft ervaringen en gevoelens waar eigenlijk geen woorden voor zijn, verwerkt in gedichten en schilderijen. De schilderijen zijn soms abstract, vaak meer figuratief, maar in ieder geval veelzeggend.
Ik ben Veerman dankbaar dat zij anderen zo laat meekijken in haar leven, en wel om twee redenen. In de eerste plaats denk ik dat het boek lotgenoten kan helpen om dichter bij hun eigen ervaringen te komen.
Niet voelen
De gevoelens die verbonden zijn met seksueel misbruik zijn vaak zo heftig dat zij weggestopt of afgesplitst moeten worden, wat resulteert in ‘niet voelen’. Veerman geeft dat zelf ook aan in het gedicht ‘Alleen’, waarmee de bundel opent. In het proces van weer gaan voelen, de rauwe werkelijkheid onder ogen leren zien en de pijn van het misbruik toe te laten kan het boek een hulpmiddel zijn. Dat dit proces niet gemakkelijk is, geven schilderijtitels als ‘Nachtmerrie’, ‘Tunnel’, ‘Hel’, ‘Herbeleving’, ‘Angst’, ‘Geworteld en gegrond in pijn’, ‘Belaagd’, ‘Schuld en schaamte’ en ‘Het moet eruit’ overduidelijk aan.
Tegelijkertijd kunnen de beelden en gedichten behulpzaam zijn om anderen (echtgeno(o)t(e), familie, vrienden) duidelijk te maken wat misbruik en misbruikt zijn betekenen. Wie als ‘buitenstaander’ dit boek leest en bekijkt, zich probeert te verplaatsen in de situatie van het slachtoffer en zich inleeft in de gevoelens die geuit worden, gaat beter begrijpen wat er allemaal kan spelen. Deze zijn voor de vrouw (of man) in kwestie vaak zo lastig, dat zij (of hij) het niet goed met anderen kan delen.
Pastoraat
Dat brengt mij bij het tweede punt. Naar mijn mening zou dit boekje gelezen moeten worden door iedereen die in het pastoraat te maken heeft met vrouwen of mannen die slachtoffer van incest of andere vormen van seksueel geweld zijn. Het kan predikanten en ouderlingen die ambtshalve met deze problematiek te maken krijgen, alsook ieder ander gemeentelid die optrekt met iemand die slachtoffer is, helpen om zich (opnieuw) in te leven in de diepte van de afgrond, in het allesomvattende karakter van het misbruik, in de machteloosheid en de hopeloosheid.
Opnieuw en opnieuw
(…) zoals zo vaak welt een enkele traan
zweef ik los van de aarde waar mijn wortels zijn losgeweekt
gaan mijn voeten nauwelijks rakend fluisterzacht
om vooral niet opgemerkt te worden
alleen zo alleen opnieuw en opnieuw
ken ik de klank van mijn hart en wil haar doen zwijgen.
Seksueel misbruik heeft verstrekkende gevolgen en is geen ervaring die ‘even’ verwerkt wordt. Het is een proces van jaren vechten, graven, steeds verder afdalen, opnieuw en opnieuw hetzelfde pad aflopen, in de hoop dichter bij je eigen verleden en bij jezelf komen. Wie misbruikt is, maakt zich vaak zo klein mogelijk, wil vooral niet opgemerkt worden en leeft bij tijden als een ‘zombie’, zonder gevoel, een beetje los van de wereld: als je niks voelt, heb je ook geen pijn, en als anderen je niet zien, kunnen ze je ook niet raken. ‘Als een geest zweefde ik boven mezelf ’, vertelt Veerman. Ze laat zien hoeveel moeite het kost om zichzelf en haar eigen lichaam te accepteren:
Ik haatte dat lichaam, wilde niet bij haar horen, wilde niet voelen (…) wilde haar afschroeven in cirkels steeds dieper en diepe,r geen zelf, geen lichaam, geen leven.
Geloofsbeleving
Alleen (…) zo alleen
ze keek om
ze kon niet vooruitzien
help me toch en ging haar weg alleen (…)
ze keek om en reageerde niet
ze wilde vragen wat is echt
wanneer weet ik dat ik van je houd?
ik zal het nooit weten omdat ik niets voel
ik weet niet wat liefde is
vergeef me.
Misbruikt zijn heeft zijn gevolgen voor de relatie met God en kan de geloofsbeleving negatief kleuren. Het kan vragen oproepen die verbonden zijn met macht en het onderspit delven, met afstand en nabijheid, en het ‘waarom’, zoals het gedicht ‘God’ laat zien. De Heere kan ook een bron van hoop zijn:
(…) als god ons thuisbrengt uit onze ballingschap dat zal een droom zijn
dan zal ik niet meer hysterisch worden van verdriet en eenzaamheid dan zal ik niet meer buiten mezelf hoeven te raken van vader en moeder (…)
In het laatste gedicht, ‘Opstaan’, wordt het als volgt verwoord:
(…) ze voelde waar het naar toe ging naar Hem en bij Hem vandaan terug en omhoog (…)
Gemeente
Waarschijnlijk spreken wij God niet snel met ‘jij’ aan, zoals Veerman soms doet, maar wat mij betreft komt dat niet in mindering op de waarde van het boekje. Het houdt ons ook een spiegel voor: in hoeverre is er binnen de christelijke gemeente ruimte voor het delen van de pijn? Is de gemeente een plaats waar de eenzaamheid doorbroken kan worden? Ik weet dat dit niet eenvoudig ligt, alleen al vanwege de schaamte die inherent is aan misbruikt zijn.
Tegelijk kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er binnen de gemeente vaak ‘wereldse’ normen op na gehouden worden en dat men gebrokenheid liever kwijt dan rijk is: wie krachtig, gezond, snel, en materieel geslaagd in het leven is, die heeft het gemaakt. Lastige problemen zoals seksueel misbruik moeten als het even kan onder de kerkbank blijven.
Als er toch een probleem is, moet dat ook een keer over zijn – rouwen mag wel, maar niet te lang. Je wordt geacht de draad van het leven binnen niet al te lange tijd weer op te pakken, ‘normaal’ mee te doen en vooral een ander niet zodanig te belasten dat hij of zij er niet meer van kan slapen.
Ik weet dat ik nu overdrijf, dat niemand dit zo zal zeggen en dat er binnen de gemeente gelukkig ook mensen zijn die juist wel de last van een ander willen meedragen. Toch ben ik ervan overtuigd dat wie misbruikt is, wie rouw draagt of homoseksueel geaard is, om een paar voorbeelden te noemen, dit zo wel eens (of meer dan eens) ervaren. Het is ook niet voor niets dat aan de Protestantse Theologische Universiteit een onderzoeksproject van start gaat over juist dit thema: de relatie tussen de kerkelijke gemeente en slachtoffers van seksueel misbruik, al gaat het daarbij vooral om misbruik in pastorale relaties.
Ruïnes en bouwplaatsen
Vanuit de gereformeerde theologie zouden gebrokenheid en pijn een fundamentele plaats moeten hebben binnen de gemeente: hoewel het ‘van den beginne alzo niet geweest is’, is het als gevolg van de zonde wel dagelijkse praktijk geworden dat het leven gekenmerkt wordt door smart en verlangen, door tekort en uitzien naar.
We zijn allemaal ruïnes van het verleden en bouwplaatsen van de toekomst, zegt de praktisch theoloog Henning Luther. Het paradijs ligt achter ons, het dagelijkse bestaan wordt gekenmerkt door angst, pijn, verdriet en schuld, en zuchtend zien we 'reikhalzend uit naar de tijd waarin God alle tranen van de ogen zal afwissen' (vgl. Rom. 8, Openb. 7). (Of zou het zo kunnen zijn dat we de ernst van de zonde niet meer doorleven en daarom ook de gevolgen ervan naar de rand van ons bestaan schuiven, zodat we meer brave burgers dan gereformeerden zijn?)
Het vraagt moed en geloof om de gebrokenheid in je eigen bestaan en dat van je naaste te erkennen, om te accepteren dat je een ruïne en een bouwplaats bent, en dat je hele leven herschepping nodig hebt. Maar juist wanneer dat gebeurt, kan ook de verlossing en bevrijding die er in Christus is, en die zich uitstrekt over het hele bestaan, beleefd worden.
Het boekje Nooit meer kwijt vormt dan ook een aansporing om binnen de gemeente niet de normen te hanteren zoals die vanuit de wereld zonder God tot ons komen, maar om gebrokenheid en pijn als uitgangspunt te nemen, als inherent aan het bestaan te accepteren, en om te onderscheiden wat wezenlijk is. Het boekje kan gelezen worden als een pleidooi om een open oor en een meelijdend hart te hebben, soms jarenlang, voor hen van wie het leven uitsluitend door gebrokenheid gekenmerkt lijkt te worden, en om samen de gebrokenheid uit te houden in het perspectief van Gods eigen Woord: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’
God
een on-persoonlijkheid on-grijpbaar ‘hij is nabij’ is bedreigend als ik niet weet wie of wat hij is onberekenbaar als hij niet menselijk is gelijkwaardig van persoon tot persoon heeft hij macht over mij en kan met mij doen en laten eenzaam en overheerst door God niet op te heffen angst voor hem die redt? ? en dompelt in wanhoop wanneer redding uitblijft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's