De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet alleen zielen winnen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet alleen zielen winnen

Ds. G. Bikker: Taak legerpredikant vooral diaconaal

6 minuten leestijd

Uitzendbaar, verplaatsbaar, wereldwijd inzetbaar, sportief, flink incasseringsvermogen, communicatief, stevig in de domineesschoenen staan. Kwaliteiten die ds. G. Bikker ongeveer in huis moest hebben om krijgsmachtpredikant te zijn. Vanwege zijn leeftijd – 55 jaar – kreeg hij onlangs ontslag.

Een dominee die in het leger werkt, moet vooral aanwezig zijn. ‘Wie zich opsluit in zijn hut, tent of kamer, ziet geen mens en wordt daarom ook niet gevonden. Als predikant ben je bij de mensen. Je wilt hen overal volgen, waar ze ook worden ingezet, en hebt tijd voor hen als dat wordt gevraagd.’ Volgens ds. Bikker is het voor de meeste militairen vooral belangrijk dat de predikant een betrouwbare gesprekspartner is en doet zijn theologische kleur er weinig of niets toe.

Is een krijgsmachtpredikant vooral praatpaal?
‘Zelf zie ik zijn taak meer als een diaconale dan als een missionaire. Wie niet dienstbaar wil zijn, maar alleen zielen wil winnen, is – hoe goed bedoeld ook – snel uitgewerkt. Natuurlijk heeft hij ook een geestelijke taak. Die komt het meest duidelijk tot uiting tijdens de kerkdiensten die je houdt bij oefeningen en tijdens uitzendingen of ernstmissies.
Verder leidt een krijgsmachtpredikant trouwdiensten, begrafenissen, een dodenherdenking, is betrokken waar een geloofsgemeenschap van in het buitenland geplaatste militairen bestaat en levert bijdragen aan bladen die de Diensten Geestelijke Verzorging uitgeeft.
Maar ook tijdens groepslessen en conferenties is er vaak ruimte om vanuit je positie van predikant mee te denken over waarden en normen en bij het militaire werk opgedane ervaringen. Ook al zijn de thema’s niet typisch christelijk of protestants, toch maakt het wel degelijk uit vanuit welke overtuiging je spreekt.
Op de minst gezochte momenten heb je vaak de mooiste gesprekken over de betekenis van het geloof: in het donker van de nacht op een observatiepost of op de brug van een schip, uitzwetend in de kleedkamer na een rondje hardlopen, zittend bij een groepje in de bar van een kampement in Bosnië, om maar een paar voorbeelden te noemen.’

Frederikkazerne
De laatste vijf jaar was ds. Bikker hoofdkrijgsmachtpredikant. Hij werkte op de Frederikkazerne in Den Haag en zijn taak was vooral bestuurlijk van aard. ‘Ik moest met name zorgen voor voldoende budget en toezien op de besteding ervan door de krijgsmachtpredikanten, regelde de werving, organiseerde scholing en bijscholing en had een taak in het plaatsen en overplaatsen van collega’s. Pastoraal contact met militairen had ik in mijn laatste functie dus maar heel sporadisch. Dan ging het om iemand die, werkend in het Haagse, bij mij aanklopte.’

Hoe was uw verhouding met de diverse geloofsovertuigingen onder uw collega’s geestelijke verzorging?
‘Met de collega’s van andere richtingen heb ik meestal een goede verhouding gehad en prettig samengewerkt. Als de samenwerking stroef verliep, had dat meer met de persoon of werkhouding te maken dan met godsdienst.
De verhouding tot de andere geloofsovertuigingen verschilt uiteraard per richting. Met de rooms-katholieke collega’s sta je in dezelfde christelijke traditie; ondanks verschillen in kerkvisie en geloofsbeleving heb je ook veel gemeen. De inhoudelijke verbondenheid met de rabbijnen en hun Joodse traditie was er zeker ook.
De afstand met het hindoeïsme ervaar je als protestant veel meer. Met het humanisme ben je cultureel en historisch verbonden, maar met hun bijna onvoorwaardelijke geloof in mensen heb ik niet veel. Dan herken ik me toch meer in vraag en antwoord 8 van de Heidelbergse Catechismus, over de verdorven natuur van de mens, hoewel je die natuurlijk ook weer niet los van het geheel moet lezen. Bestuurlijk gezien was de verhouding met de andere denominaties vaak heel lastig, omdat de bestuurlijke visies en belangen van de diverse diensten en/of zendende instanties en die van de overheid lang niet altijd parallel liepen.’

Hoe staat u er tegenover dat ook islamitische geestelijken zullen aantreden?
‘Het is jammer dat de komst van een paar islamitische geestelijk verzorgers ten koste gaat van de formatie van andere diensten geestelijke verzorging. Toch begrijp ik best dat de overheid inspeelt op de wensen van een veranderende samenleving.

Ds. G. Bikker (1952) uit Harderwijk werd in 1990 legerpredikant, waarna hij vijf jaar geleden een aanstelling als hoofdkrijgsmachtpredikant kreeg. Voordien was hij hervormd predikant te Zuid-Beijerland (1985-’90), GZB-voorlichter (1981-’85), pastoraal medewerker (1980-’81) en werkte hij in het basisonderwijs (1974-’80). Ds. Bikker kreeg begin dit jaar eervol ontslag verleend. Momenteel is hij actief gemeentelid in zijn kerkelijke wijkgemeente en preekt hij regelmatig.

De komst van imams in de krijgsmacht is op meer dan één manier een uitdaging voor de krijgsmachtpredikanten. Ze schept ruimte voor een intensief gesprek met vertegenwoordigers van een religie die in ons land aan betekenis wint. En ze dwingt je zeker ook om in je dagelijkse presentie extra helder neer te zetten Wie jouw Zender is.’

Schuld en boete
U bent ook lid van de Gereformeerde Bond.
‘Inderdaad. Dat lidmaatschap herinnert mij aan mijn geestelijke wortels en is tegelijk een uitdrukking van loyaliteit aan een vereniging die mijn studie mede heeft mogelijk gemaakt. Er zijn binnen de Dienst Protestantse Geestelijke Verzorging wel meer collega’s die in die geestelijke traditie staan. Ik heb me in mijn predikantschap altijd breder bewogen dan binnen een bepaalde stroming van de kerk.
In mijn werk heeft mijn achtergrond wel betekend dat ik in de kerkdiensten de Bijbel altijd als uitgangspunt nam en van daaruit lijnen probeerde te trekken naar het leven van de militairen, in plaats van omgekeerd. Thema’s als schuld, boete, genade, vergeving en verzoening heb ik bijvoorbeeld niet gemeden.’

Heeft de christelijke gemeente een taak naar uitgezonden militairen toe?
‘Zeker. Ik denk aan de voorbeden tijdens de kerkdiensten. Het mag niet voorkomen dat de uitgezonden militairen daarin worden vergeten. Daarnaast kan de gemeente betrokkenheid tonen door zich te laten informeren over de gevolgen van de inzet voor militairen en hun thuisfront, bijvoorbeeld door een krijgsmachtpredikant uit te nodigen. Heel belangrijk is ook dat predikant en kerkenraad weten van (ex-) militairen en hun familie in hun gemeente en van problemen waartegen deze vroeg of laat aan zouden kunnen lopen.’

Een positieve herinnering van de afgelopen jaren?
‘Positief vind ik dat de overheid nog altijd het werk van krijgsmachtpredikanten betaalt. Per predikant wordt, alles meegerekend, zo’n honderdduizend euro per jaar op tafel gelegd. Daarvoor zijn wel argumenten aan te geven vanuit de grondwet, de praktijk van het militaire werk en de geschiedenis, maar het spreekt in onze tijd helemaal niet vanzelf. Het gaat in de huidige structuur toch om echt kerkenwerk, waarvoor de kerken naar mijn inschatting de middelen niet zouden kunnen vrijmaken.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet alleen zielen winnen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's