De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Gerrit Noort: De weg van magie tot geloof. Leven en werk van Alb. C. Kruyt (1869-1949), zendeling-leraar in Midden-Celebes, Indonesië. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 612 blz.; € 39,90. G. Wisse: De Heilsfeiten. Van Advent tot Pinkstertriumf. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 310 blz.; € 22, 50.

Gerrit Noort:
De weg van magie tot geloof. Leven en werk van Alb. C. Kruyt (1869-1949), zendeling-leraar in Midden-Celebes, Indonesië.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 612 blz.; € 39,90.

In de serie ‘Missiologisch onderzoek in Nederland’ verscheen als deel 39 de dissertatie van G. Noort over het leven en het werk van Alb. C. Kruyt, die van 1892 tot 1932 zendeling-leraar in Midden-Celebes was. Deze studie is een zendingshistorisch en - theologisch onderzoek, waarin vooral Kruyts visie op de verhouding van christelijk geloof en animisme (een natuurgodsdienst met geesten- en voorouderverering) centraal staat.
De titel De weg van magie tot geloof geeft in essentie weer hoe Kruyt het zendingswerk zag, namelijk als een ontwikkelingsproces. Noort hoopt dat zijn onderzoek ‘inzicht verschaft in de opmerkelijke vorm die het missionaire werk in Midden-Celebes kreeg en dat het bijdraagt aan de kennis van zending in een koloniale context.’
Na bestudering van deze dissertatie kan gesteld worden dat Noort – eerder docent in Midden-Sulawesi en nu aan het Hendrik Kraemer Instituut en aan Hydepark – erin geslaagd is om visie en werk van Kruyt helder en trefzeker aan te reiken, met grote betrokkenheid en loyaliteit en goed gedocumenteerd.
In het eerste deel – er is een viertal delen in dit proefschrift – geeft de auteur een uitgebreide en welkome biografische schets van Kruyt. Het geheel geeft kleur aan en inzicht in het leven en werk van de zendeling-leraar. Wat de spiritualiteit van Kruyt betreft, maakt Noort duidelijk dat deze een missionaire spits heeft.
Deel 2 geeft een systematische beschrijving van Kruyts visie op de verhouding van het genoemde animisme en de zending. Animisme is een ‘primitieve’, zich ontwikkelende godsdienst. De zendeling moet in zijn werk bij dat ontwikkelingsproces aansluiten en de groei van geestelijk godsvertrouwen bevorderen. Uitvoerig wordt in dit onderdeel de godsdienstige wereld van de bewoners in Midden-Celebes geschetst.
De lezer ontdekt ook hoe Kruyt dacht over ontwikkeling en beschaving. Kruyt beschouwde een grondige kennis van de cultuur en de religie van het volk als een absolute must voor een zendeling. Hij wilde zelf zo diep mogelijk doordringen in de ziel van de animist, om het denken en voelen van de heiden te doorgronden.
Als zendeling van Christuswege was het Kruyts intentie het voortreffelijke van het christendom aan te tonen tegenover het nutteloze van het animisme en koos hij partij tegen alle magie. De hoger ontwikkelde laag van het animisme en het zich ontwikkelende godsgeloof zag Kruyt als voorbereiding op het christendom. Openbaring was daarom nodig om de hoogste fase van religieuze ontwikkeling te bereiken, namelijk het geloof in Gods liefde en genade in Christus.
In deel 3 wordt het handelen van Kruyt, bepaald door etnologische (volkenkundige) inzichten en vanuit een evolutionistische benadering, toegelicht en komen de kerstening van, de bijbelvertaling en kerkplanting bij, alsook de levensvernieuwing van de Pamona-stam aan de orde.
De conclusie van Noort is dat de verheerlijking van God als belangrijkste doel van de zending (Voetius) in het zendingswerk van Kruyt geen rol van betekenis heeft gespeeld. Het ging hem vooral om de kwalitatieve groei van de persoonlijke godsverering. Opmerkelijk is ook dat de plaats en de betekenis van de persoon en het werk van de Heilige Geest bij Kruyt onderbelicht zijn gebleven.
In deel 4 schetst Noort de invloed van Kruyt op zending en kerk in en buiten Indonesië en gaat hij na hoe zijn visie heeft ingewerkt op theologie en culturele antropologie. In dit verband worden ook de contacten met de GZB (bestuur en zendelingen, met name A.A. van de Loosdrecht) vermeld.
De zendingsmethodiek van Kruyt is in die tijd baanbrekend te noemen. Hij was de eerste Nederlandse zendeling die het concept van de volkskerstening consequent heeft uitgewerkt in een model dat uitging van de zogenaamde communaliteit van de tribale samenleving. Met de stukken is aan te tonen dat het gezag van Kruyt tot 1930 groot was, maar dat zijn invloed daarna door allerlei invloeden (Barth, nieuwe etnologische inzichten), alsook door het opkomend nationalisme en nieuwe zendingsvisies (zelfstandigheid van kerken) is afgenomen. Dat laat echter onverlet dat Kruyt zich met belangrijke missionaire vragen heeft beziggehouden, die van belang blijven in de worsteling om verantwoord om te gaan met naasten en hun traditionele culturen.
In een korte slotbeschouwing typeert Noort Kruyt als ethisch theoloog, als ethisch missioloog en als theoloog van het heidendom en maakt hij duidelijk in welk opzicht Kruyts werk van belang is voor de oecumene en voor de huidige missiologische bezinning.
In de bijlagen wordt ons de levensloop van deze zendeling-leraar geboden met de genealogie van zijn familie, alsook een aantal preekschetsen, wat foto’s en een bibliografie van Albert C. Kruyt.
Het mag uit het vermelde duidelijk zijn dat in deze dissertatie heel veel materiaal wordt aangereikt dat zicht biedt op de zendingsgeschiedenis. Dit onderzoek van Noort nodigt ons uit tot verdere bezinning op de wezenlijke taken in de zending van God en in die van Zijn kerk in binnen- en buitenland. Tevens komen de problemen van de omstandigheden (contextualiteit) en van de (eigenaardige) cultuur daar en hier in beeld, die om verdere doordenking vragen. Daarbij kunnen onderdelen van Kruyts visie en werk ons nog altijd van dienst zijn.
Naast waardering blijven vragen rond het gebodene leven. Om er enkele te noemen: wat betekent het voor het zendingswerk met zijn diverse facetten, als de persoon en het werk van de Geest niet of nauwelijks aan de orde komen? Is in de visie van Kruyt echt sprake van een radicale breuk met het oude leven en van een totale vernieuwing van het leven in en met Christus? Waardoor wordt groeien in godsvertrouwen genormeerd? Wat wordt vanuit het transformerend karakter van het evangelie op hart en denken van enkeling en volk, op bestaande culturen en samenlevingsverbanden beleden en beleefd en hoe krijgt dit gestalte? En: kunnen wij voor de situatie van vandaag leren van de Indonesische kerken en van hun (zendings) geschiedenis?

P. Koeman, Barneveld

G. Wisse:
De Heilsfeiten. Van Advent tot Pinkstertriumf.
Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 310 blz.; € 22 50.

De naam van prof. G. Wisse (1873-1957) is nog altijd een zeer bekende, allereerst binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken maar ook binnen het geheel van de gereformeerde gezindte. Meer dan één anekdote is van hem in oploop. ‘Tijdredenaar’ was hij, die de gave had actuele gebeurtenissen te plaatsen in het licht van Gods Woord. Niet minder had hij echter de gave om ‘gewoon’ het evangelie te verkondigen, op – zoals dat heet – Schriftuurlijk-bevindelijke wijze. Begrijpelijk dat zijn werken nog steeds (her)uitgegeven worden, zoals het hier besproken boek, waarin Wisse de heilsfeiten behandelt. Inderdaad, behandelt, want we treffen niet zozeer preken als wel verhandelingen aan, die niettemin je hart raken. Wie zoals de recensent dezes voor het eerst iets van Wisse leest, moet aanvankelijk wennen aan zijn stijl. Maar na enig doorzetten word je erdoor meegenomen, onder andere omdat Wisse organisch heilsfeit en heilsorde in elkaar laat overlopen. Af en toe moest ik denken aan Schilder en soms ook aan Kohlbrugge. Al met al een waardevol boek, netjes uitgegeven voor een schappelijke prijs, opbouwend voor gemeenteleden, stimulerend voor predikanten. En niet te vergeten: een beknopte maar zeer waardevolle inleiding van prof.dr. A. Baars, die Wisse in de context van zijn tijd plaatst, zijn theologie kenschetst en een enkele kritische vraag niet onderdrukt.

H.J. Lam, Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's