Geroepen en gehoorzaam
Echtpaar Kommers geeft huiswerk over zending
Er is geen speciale openbaring nodig om in de zending te gaan. De speciale roeping is om thuis te blijven. In 'Zending zonder franje' stimuleren ds. J. Kommers en zijn echtgenote, A. Kommers-Visser, om over zending na te denken.
Enkele weken geleden stond in De Waarheidsvriend een interview met dr. J. Kommers naar aanleiding van het boek dat hij samen met zijn echtgenote schreef over zending en uitgezonden worden in dienst van de Zender. Naast een bijbelse bezinning op zending komt in hun boek Zending zonder franje ook de praktijk van de zending duidelijk naar voren. Tweemaal werden zij uitgezonden naar Afrika, in de jaren tachtig gedurende zeven jaar naar Kenia en later nog eens zes jaar naar Mozambique. In 2006 keerden zij naar Nederland terug. Het boek Zending zonder franje is met name bedoeld voor mensen die in de dienst van de zending uitgezonden zijn, of zich daarop voorbereiden. Maar het wil ook een stimulans zijn om over zending na te denken voor hen die denken dat zending niet zo nodig is. Zelf zou ik zeggen: laten zoveel mogelijk mensen dit boek lezen, predikanten, kerkenraden, leden van zendingscommissies en gemeenteleden.
Roeping
Zending is een zaak van roeping. Geroepen door Jezus, maar ook geroepen tot Hem. Zendelingen hebben – naar een woord van Kierkegaard – een verhouding tot God uit de eerste hand nodig. Anders houd je het op het zendingsterrein niet vol wanneer moeilijkheden te groot dreigen te worden.
Hoe weet je dat je geroepen bent om uit te gaan in dienst van de zending? Ds. Kommers stelt een betere vraag voor (en die geldt voor allen die Christus leerden navolgen): op welke wijze zal ik betrokken worden bij Gods werk op deze aarde? Er is slechts één roeping, namelijk om het evangelie te verkondigen. Er is geen speciale roeping voor dichtbij of verder weg. Gehoorzaamheid aan de opdracht is beslissend. In die gehoorzaamheid maakt de Heere Zelf duidelijk waar onze weg heen is. Hij opent deuren. Zolang we nog in onzekerheid leven over de vraag waar onze weg heenleidt, dienen we biddend op God te wachten.
Wakker schudden
Het is duidelijk de bedoeling van de schrijver om ons wakker te schudden en ons ertoe te brengen dat we de roeping tot zending niet verwaarlozen. De opdracht in de Bijbel is helder: ‘Gaat dan heen in de gehele wereld, maak alle volken tot Mijn discipelen.’ Om uit te gaan is geen speciale openbaring nodig. De speciale roeping is om thuis te blijven (naar een woord van Hudson Taylor). Laat er vooral gebed zijn, speciaal voor predikanten, omdat zo weinig predikanten zich geroepen weten om op het zendingsveld te werken.
Het doel van de zending is de glorie van God. Aanbidding is brandstof en doel van de zending. Zending wil de naties brengen onder God. Daarnaast benadrukt collega Kommers herhaaldelijk het belang van de zending: als we bedenken dat er wekelijks duizenden mensen omkomen terwijl ze nog nooit van Christus gehoord hebben, kunnen we dan nog rustig (thuis)blijven? Zendelingen behoren dienend bezig te zijn, in zachtmoedigheid.
Van westerse betweterigheid mag geen sprake zijn. Daardoor is het werk van de zending al te veel schade toegebracht.
Geloofszending
Uitgebreid gaat ds. Kommers in op het verschil tussen kerkelijke zending (waarbij gemeenten hun zendingsopdracht laten uitvoeren via het kanaal van een gemeenschappelijke organisatie) en geloofszending. Hij acht beide vormen van zendingswerk bijbels, omdat beide werken vanuit de gemeente van Jezus Christus, die gehoorzaam haar roeping wil vervullen.
Wel is me opgevallen dat hij in vele gevallen geloofszending beter vond functioneren. Kerkelijke zending met een eigen organisatie heeft het gevaar in zich dat te snel geld een belangrijke rol gaat spelen. Geld bederft veel. Het geeft de donoren (een gevoel van) macht. Aan de andere kant loopt de kerkleiding van jonge zendingskerken het gevaar hun visie op zending te verliezen en zich te veel in te spannen om steeds weer nieuwe donoren te vinden en de eigen positie veilig te stellen. Wanneer er simpelweg geen geld is, betekent dit dat de roeping van de gemeente zelf veel beter uit de verf kan komen.
Persoonlijke ervaring
Naast enkele hoofdstukken waarin ds. Kommers ingaat op de concrete ervaringen op het zendingsveld, wijdt ook mevrouw Kommers twee hoofdstukken aan de praktijk van de zending. Hoe gaat dat in z’n werk, je geroepen weten en daar angst voor hebben? Uitgezonden worden, te horen krijgen dat je helemaal niet nodig bent, teleurstellingen incasseren, en toch de weg van roeping en gehoorzaamheid gaan. Het zijn hoofdstukken die heel eerlijk de vreugde en de moeite van het leven als zendingsgezin weergeven.
Wanneer de balans wordt opgemaakt na dertien jaren zendingswerk, blijven dankbaarheid en verwondering over. Niet alleen omdat het evangelie mocht worden doorgegeven, maar ook omdat iets gezien werd van het werk van God in mensen, Afrikanen, die op hun eigen, onnavolgbare wijze uiting geven aan hun geloof. Deze hoofdstukken lijken me erg belangrijk voor allen die zich op de zending voorbereiden. Zelf heb ik er – hoewel we werkzaam geweest zijn in een ander deel van de wereld, in Zuid-Amerika – veel in herkend. Het kost tijd om je de gedachten van anderen eigen te maken, en in hoeverre lukt dat ooit echt helemaal? Maar wanneer wij opzien naar onze Heere, kunnen we staan in de dienst van de zending, welke moeilijkheden er ook op ons pad komen. Hij is groter dan onze noden.
Huiswerk
Ds. Kommers geeft ons veel huiswerk mee. Ik noem een paar punten. Als eerste is er de bijbelse bezinning op zending, de nadruk op de roeping, gehoorzaamheid en het gebed. Dit zijn onderwerpen waar de schrijver uiterst waardevolle opmerkingen over maakt, die wij niet naast ons neer mogen leggen. Vooral de geestelijke toon van het boekje heeft mij persoonlijk geweldig aangesproken. Er is iemand aan het woord (en ik sluit daar de hoofdstukken van zijn vrouw volledig bij in) die het werk van de zending ter harte gaat. Wat nog belangrijker is: zending is Gods zaak en ligt Hem dus na aan Zijn hart. Is dat besef al tot ons doorgedrongen? Mij troffen de woorden: ‘waar de passie voor God gering is, is de ijver voor de zending zwak.’
Dan is er de bezinning op de taak van de zendingsorganisatie en de plaatselijke gemeente. Als ik de intentie van collega Kommers goed begrijp, pleit hij voor meer inbreng van de plaatselijke gemeente. De plaatselijke gemeente dient zich verantwoordelijk te weten voor zendingwerk en zendingswerkers. Dit zijn boeiende gedachten, die om nadere bezinning vragen. Aan deze gedachten kleven echter ook nadelen. De kennis en ervaring van een zendingsorganisatie zou ik niet graag willen verliezen. Persoonlijk denk ik dat de werkwijze van de GZB, die de laatste jaren is ontwikkeld via het project ‘deelgenoten’, een heel eind komt in de richting die de schrijver op wil. Wel wil ik graag recht doen aan zijn opmerkingen over de omslag die Zuid-Afrikaanse kerken hebben gemaakt, die meer verantwoordelijkheden bij de plaatselijke gemeenten hebben gegeven en de dynamiek die dit heeft losgemaakt.
Pleidooi
Het derde punt is ds. Kommers’ pleidooi aan predikanten: zijn ze bereid hun vertrouwde posities los te laten en zich beschikbaar te stellen in dienst van Gods zending, wereldwijd? Graag wil ik dit appèl met een paar persoonlijke woorden onderstrepen. Jaren geleden schreef ds. J. van Roest een stukje dat de titel droeg: Kan ook een dominee zendeling worden? De dringende oproep heeft mij (ons) destijds zeer geraakt. Die vraag heeft er uiteindelijk toe geleid dat we ons voor een periode hebben beschikbaar gesteld. Er ging geen speciale zendingsroeping aan vooraf. Of beter gezegd: de opdracht om het evangelie te verkondigen aan alle volken, stelde mij voor de vraag: waarom ik niet? De roeping tot zending ligt in de opdracht van Christus zelf besloten. Is Nederland dan geen zendingsland? Ook wij kregen, net als ds. en mevrouw Kommers, die vraag vele malen voorgelegd. Het antwoord kan alleen maar zijn: ook Nederland is een zendingsland, maar niet het enige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's