‘En nu jullie!’
Belijdenis staat tussen doop en avondmaal
Het is elk jaar weer spannend wie op de belijdeniscatechisatie af komen. Je begint met een rondje kennismaken. Wat doe voor werk? Ben je daar de enige christen? Of wat studeer je? Weten ze dat je christen bent? Is het moeilijk om er voor uit te komen?
Een kennismakingsrondje geeft al direct een opening, naar elkaar en naar het doel. Wie ernaar wil leven en ervoor uitkomen, dóet al belijdenis: in de ‘wereld’. Daarna spreken we over belijden in de kerk. Wat vind je moeilijker: buiten of binnen? Binnen ben je welkom in die ‘strijd’. Waar begon Jezus: buiten of binnen? Volgens Mattheüs 16 bevroeg Hij Zijn discipelen tijdens een moment van afzondering in Caesarea Filippi, dus in besloten kring. Daar vroeg Hij: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ En dan: ‘Wie zegt ú dat Ik ben?’ Dus toch eerst over de buitenwacht, ‘de mensen’. Maar is het dan zo belangrijk te weten wat ‘men’ van Jezus vindt? Het lijkt wel een opinieonderzoek. Blijkbaar moet je dat weten. Over God zullen de mensen niet veel goeds zeggen, helaas, maar over Jezus meer. Net als toen vinden de meesten Jezus heus wel een profeet.
Van school misschien. Hij heeft echt geleefd. Hij preekte, maar was ook goed voor zieken en armen. Een kindervriend. Rembrandt schilderde Hem. Een voorbeeld ter navolging. Ook onkerkelijken sturen hun kinderen wel naar een christelijke school. En allochtonen? Moslims kennen Jezus als Isa en vinden hem de op een na grootste profeet. En in Israël weet elke Joodse gids precies waar Hij preekte. Er blijkt eenstemmigheid over de historische Jezus: een profetische figuur.
‘Nu jullie!’
Dan komt de tweede vraag: ‘Maar u, wie zegt u dat Ik ben?’ Nu jullie! Hij had dat nog niet eerder gevraagd. Jullie hebben Mij nu van nabij meegemaakt. Zeg eens, wat heeft dat met jullie gedaan? Je hoeft het niet meteen te weten, maar na jaren wordt het toch tijd om te evalueren. Mag Ik horen: wat leeft er in je hart?
Dan zegt Petrus: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’ In zijn hart is grote bewondering gegroeid en grote liefde. Na de wondere visvangst had hij Jezus vastgegrepen en gezegd: ‘Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens.’ Hij voelde zich bij Jezus zo onheilig, maar kon Hem niet loslaten. Dat dubbele – dat is juist een kenmerk van het ware. Als Jezus dan vraagt wie Hij voor je is, val je Petrus toch bij? Dat is wat de kerk sindsdien doet: Petrus bijvallen in zijn Christusbelijdenis. Nu was Jezus de Messias van Israël. Bij Grieken, heidenen als wij, noemde Paulus Hem Kurios, Heer, maar dan Een Die slaven vrijkoopt. Hoe actueel. Waar zijn wij aan verslaafd? Dan mag je meebelijden: Jezus is Heer! Onze Heere Jezus Christus.
Uitlokken
Wat hoorde Petrus? Zalig ben je, Simon! Dat heb je niet van jezelf, maar van Mijn Vader. Eerst lokt Hij je goede keus uit. En dan mag je horen dat God die al in je werkte. Daarom vroeg een oude dominee, ds. R. Kok, altijd eerst: wat is de keus van je hart? En dan: ben je met die keus al eens omgevallen? Want de goede keus, al is die uit God, is niet de grond. De jonge Charles Spurgeon dacht bij zijn doop dat hij uit vrije wil voor God had gekozen, maar spoedig ontdekte hij dat God voor hém gekozen had. Een hele ontdekking!
Publiek geheim
De discipelen mochten het niet verder vertellen. Waarom niet? Doorlezen: ‘Van toen af begon Jezus te tonen dat Hij veel moest lijden.’ Hij is de Messias, maar nu blijkt: een lijdende. Wat veel jongeren zingen: Hij was bij ons heel gewoon. De Koning-Knecht, Hij heeft Zijn leven afgelegd. Dat is precies wat Jesaja profeteerde: eerst een Koning, maar wie wil een Knecht zijn? Hij wilde niet voortijdig koning worden gemaakt. Vandaar dat Messiasgeheim. Eerst moest Hij sterven. Wij staan daar achter. Het Messiasgeheim werd publiek. Sindsdien mogen wij vrij van Hem spreken. Maar dat lijden, wie wil dat horen? 'Is dat, is dat mijn Koning?' Meteen na zijn goede belijdenis is Petrus sta-in-de-weg.
Wat kwam er van onze belijdenis terecht? Belijdenis doen is geen eindpunt. Wij moeten leren wat Jezus hierna zei (Matth. 20): ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Mijn leven te geven tot een losprijs voor velen.’
Over de brug
Ze waren gedoopt, maar stonden nog voor het avondmaal. Belijden staat daar tussenin. Het eerste komt eerst: beaam je na zoveel jaar je doop? Create in me a clean heart, o God. Evangelisch getinte jongeren zingen hem graag, die boetepsalm. Belijdenis doen is ook: toegang vragen tot het Avondmaal. ‘Denk je ook aan te gaan?’ vraag je in een persoonlijk gesprek. De ene jongere verlangt ernaar, de andere niet. Laat niemand ze pressen, ook de groep niet. Ds. G. Boer sprak wel van ‘razzia’.
Wij zongen tijdens de catechese uit het HGJB-boek Leer ons belijden het mooie avondmaalslied 358: Zie hoe naar U zich mijn verlangen wendt, en leid mij Zelf Heer tot Uw sacrament.
Geen examen
Op de aannemingsavond worden je kennis en motivatie getoetst. Het is heus geen examen, maar een ‘alvast belijden voor de kerkenraad’. Zoiets als in Caesarea Filippi: Wie leert wat? En wat vind je zelf ? Bij de broeders mag je ook een getuigenis geven.
Sommige jongeren willen dat best, maar de stillen zijn niet minder. Voor de predikant is die avond even spannend als voor de groep. Heb ik genoeg meegegeven? Als ‘wachter’ moet ik eens mijn handen laten zien. Maar gelukkig, ik hoef geen hartenkenner te zijn. De Heere kent de Zijnen.
Ziedaar water
Voor de belijdenispreek zijn treffende teksten te vinden. Johannes 16 bijvoorbeeld: 'Nog veel heb Ik jullie te zeggen, maar jullie kunnen dat nu niet dragen.' De Geest zal dat doen! Wie weet de tekst nog? Die van ons was Lukas 24: ‘Was ons hart niet brandende in ons, als Hij met ons sprak op de weg, en ons de Schriften opende.'
Daarna stelt de dominee de kerkelijk geijkte vragen. De eerste, over de drie-ene God, dat mysterie, vindt niemand moeilijk. Die vraag past, want in die Naam werden we ook gedoopt. Daarom spreken we wel van: ‘je doop overnemen.’ Maar dan rekenen we niet met groei.
Fijn als er telkens weer iemand bij is die van buiten komt en nog gedoopt moet worden. Zo verging het de kamerling uit Afrika en zo was het van den beginne. Rond de doopvont wordt ieder aan zijn doop herinnerd. Dat God de eerste was, kan tobbers helpen! Maar Hij vraagt wel onze reactie. Denk maar: als ik niet gedoopt was, zou ik het dan nu willen worden? Ziedaar water!
Predikanten geven ook vaak een aparte tekst mee. Dat luistert nauw. Hij kan later terugkomen, tot op de rouwkaart. Laat hij de tekst voor de prediking niet verdringen.
Zegen
Jongeren in Amsterdam en Delft vroegen mij ook om voelbare zegen. Die hebben ze zeker bij de afval in de Randstad nodig. En de kerkenraad ontdekte dat handoplegging volgens Hebreeën 5 elementair was en dat Calvijn dat ook voorstond. De gemeente die om hen heen staat en hen de zegen toezingt blijkt onder de indruk. Je kinderen zullen erbij staan! Wat een weelde voor ouders. Nu jullie! Maar ach, wie missen wij? Wat een pijn ook. ‘Bewaar ze in Uw Naam.’ De kerk stelt tegenwoordig meer vragen dan de Meester Zelf.
De tweede vraag uit het Dienstboek van de kerk is het langst: ‘Aanvaardt gij de roeping om als lidmaat van de gemeente die Hij verkoren heeft (…)’ En dan volgen er zoveel grote woorden, dat zelfs een dominee zou terugdeinzen. Laten we terugdenken aan die onvergetelijke ‘retraite’ in Caesarea Filippi: ‘Wie ben Ik voor jullie?’ Dat hoeft u niet te vragen. U werd ons te sterk.
De derde vraag gaat over trouw onder Woord en Sacrament. Wie zullen er straks aangaan? Wie zaten er in de paaszaal aan tafel? Discipelen, ja. Geen onbekeerde.
Maar de een zou de Meester verloochenen en de ander wist nóg de weg naar de Vader niet. Ze maakten zelfs ruzie. En toch volgelingen. Lievelingen!
Ten slotte klinkt: ‘Ga heen in vrede en ontvang de zegen des Heeren.’ Want buiten, in de wereld, wacht het moeilijkste: navolging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's