Boekbesprekingen
Gerben Heitink: Een kerk met karakter. Tijd voor heroriëntatie. Uitg. Kok, Kampen; 419 blz.; € 23,50. A. van der Kooi: De ziel van het christelijk geloof. Theologische invallen bij de praktijk van geloven. Uitg. Kok, Kampen; 169 blz.; € 16,50.
Gerben Heitink:
Een kerk met karakter. Tijd voor heroriëntatie.
Uitg. Kok, Kampen; 419 blz.; € 23,50.
Prof.dr. G. Heitink is in Een kerk met karakter op zoek naar een kerk die openstaat naar de cultuur en deze cultuur verbindt met trouw aan haar traditie en identiteit. De emeritus hoogleraar Praktische theologie van de Vrije Universiteit windt geen doekjes om zijn oordeel over de Protestantse Kerk: het is ‘tijd voor groot onderhoud, voor een deltaplan tegen de versukkeling en verloedering van het kerkelijk leven’. Heitink noemt de stagnatie van het kerkelijk leven sinds de jaren zestig van de vorige eeuw – kerkverlating en traditieverlies – de zwaarste crisis in haar geschiedenis. De auteur signaleert dat als gevolg van de spanning tussen geloof en wetenschap de kerk het contact met de cultuur van de intellectuelen verloren heeft.
In tien hoofdstukken bespreekt dr. Heitink aspecten van het kerk-zijn, zoals catechese, inwijding, gemeentevorming, evangelisatie, organisatie en spiritualiteit. Om de kerk weer een plaats in de samenleving te geven, komt hij tot een ontwerp voor een praktisch-theologische ecclesiologie (leer van de kerk). Hij noemt die Sache Jesu bepalend voor haar identiteit, omdat we in Jezus ‘het hart van het christelijk godsgeloof vinden’ en op die wijze teruggaan naar de oorsprong van het christendom.
Het waardevolle van deze studie zie ik in de analyse van wat er in de aansluiting (kortsluiting?) tussen de generaties breed in de kerk plaatshad. Toen vooral de televisie de scheidslijn tussen volwassene en kind had opgeheven, vond in de kerk een toebuigen naar de wensen van het kind plaats, naar de beleving van jongeren. Dr. Heitink vraagt nu of de kerk hierin wel de goede keuzen maakte, omdat hij ziet dat vergaande aanpassing aan kinderen en jongeren hen geen hechtere band met kerk en geloof bracht. Hij noemt het onbegrijpelijk dat kerk en gemeenten het zover lieten komen dat hun de catechetische traditie is ontvallen. Waar kinderen niet leren zich te voegen in de tred van de volwassenen, wordt er naar hen geen brug geslagen. Dr. Heitink pleit voor leren deelnemen aan de samenkomst van de gemeente, beter dan kinderen ‘onder het mom van kindvriendelijkheid feitelijk al jong buiten de deur zetten’.
Tegen deze achtergrond is het op zijn minst merkwaardig dat de auteur geheel voorbijgaat aan datgene waarmee organisaties binnen de Gereformeerde Bond de kerk willen dienen. Als hij pleit voor een catechetisch reveil – nog geen artikel van prof.dr. W. Verboom wordt in vijftien pagina’s literatuurlijst genoemd. Als hij de kortsluiting tussen geloof en wetenschap signaleert – geen van de studies die onder andere prof dr. G. van den Brink de afgelopen jaren redigeerde, is een voetnoot waard. Als hij over geloofsoverdracht spreekt – het lijkt wel of er geen HGJB bestaat, de jongerenorganisatie die samen met Youth for Christ en JOP het jeugdwerk kerkbreed stimuleert.
Wie heel de kerk tot een geloofsgesprek wil brengen, kan toch niet heen om wat de orthodoxe vleugel zoekt in te brengen, zeker niet waar dit gebeurt in rapport met alle vragen van vandaag? Laat staan dat we zinnen lezen als: ‘De organisatie van de kerk is weerbarstig, de macht van de modaliteiten nog altijd groot’ en ‘Ook zal binnen de synode gesproken moeten worden over spelregels voor het gedrag van de richtingen binnen de kerk.’ Als dr. Heitink er geen blijk van geeft dit gedrag te kennen, hoe komt hij dan tot dit voorstel, laat staan tot de suggestie dat er sprake is van wangedrag?
Heeft dat te maken met dr. Heitinks constatering dat in onze tijd ‘veel leerstellige en kerkelijke ballast is weggevallen en we op een nieuwe bevrijdende wijze ons geloof mogen beleven’? Op die wijze komt hijzelf tot de stelling dat het niet het belangrijkste is of mensen in God geloven, ‘belangrijker is dat God in mensen blijft geloven en hen opzoekt’. Met deze boodschap stimuleer je mensen niet opnieuw aansluiting bij de geloofsgemeenschap van de kerk te zoeken. Dr. Heitink biedt ons een appellerend boek, eerlijk naar het geheel van de kerk, ook teleurstellend in het richtinggevende. Ik troost me met de gedachte dat de auteur me dit laatste niet kwalijk neemt. ‘Een boek als dit dat zoveel aandacht geeft aan pluraliteit kan onmogelijk op bijval vanuit alle kerkelijke richtingen rekenen. Dat is niet erg, als er maar over gesproken kan worden.’ Graag!
P.J. Vergunst
A. van der Kooi:
De ziel van het christelijk geloof. Theologische invallen bij de praktijk van geloven.
Uitg. Kok, Kampen; 169 blz.; € 16,50.
Alweer enige tijd geleden verscheen dit boek, geschreven door de docente dogmatiek van de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen. Het valt in tweeën uiteen: in het eerste deel wordt gezocht naar adequate woorden om over God te spreken, het tweede wil laten zien wat de consequenties daarvan zijn voor het christelijk leven. Haar stelling is dat met het nieuwe tijdsgewricht dat met Pinksteren begonnen is, nog onvoldoende door de theologie is gerekend.
In het eerste deel wordt een en ander geïllustreerd aan de hand van dr. O. Noordmans. Opnieuw blijkt van welke katholieke statuur deze theoloog is geweest. Prachtige passages haalt Van der Kooi aan, die ze goed weet te actualiseren. Ze laat zien hoezeer Christus in Zijn woorden en werken Gods nabijheid belichaamt.
Het vierde hoofdstuk springt er voor mij uit. Het handelt over verkiezing en volharding. ‘God is een verborgen God, niet omdat zijn werken niet klaarlijk schijnen, maar omdat zijn hart klopt in 't verborgene, achter de dingen.’ (70) Een mooie omschrijving, niet zozeer van de verkiezing, maar van de verkiezende Gód. En volharding is een levenshouding die een ruimte openhoudt; het is de ruimte van Gods rechts- en heiligheidsorde; daar hoort een mens thuis (69).
In het tweede deel komt de vraag aan de orde hoe menselijke relaties eruit zien als ze geraakt zijn door Christus. De thema's en vragen die de auteur behandelt, zijn: wat maakt iets tot een christelijke gemeenschap, delen als levensvorm, de werking van de Geest in de kerk, gemeente-zijn in een missionaire context, met name in stedelijke achterstandswijken, en volharding als een vorm van openheid en toekomstgerichtheid.
Met dit tweede deel had ik enige moeite. Allereerst omdat er een andere theologische taal gesproken wordt dan die ik ken. Op zichzelf is dat interessant, onder andere omdat ik theologen en filosofen tegenkwam wier namen mij tot nu toe onbekend waren. Maar er waren ook passages waarvan ik mij afvroeg of die in hun consequentie soms niet kunnen leiden tot een algemeen religieus spreken over God in plaats van een christelijk. Twee voorbeelden: ‘Christelijke gemeenschap staat of valt niet met een inhoud die haar bestaan determineert. Inhoud separeert, sluit af. Aan het begin van het christendom staat geen inhoud maar een oproep: Bekeert u.’ (100) ‘In onze tijd zal het profetische meer van doen hebben met het vragen om waarachtige openheid voor de toekomst dan met het presenteren van een substantiële boodschap.’ (115) Mijn vraag is of het evangelie toch niet een grotere mate van ‘massiviteit’ kent dan deze zinsneden aangeven, niet het minst vanwege zijn oproep tot bekering.
In het register trof ik niet de naam van Kohlbrugge aan; een van de eerste namen waar ik vaak naar kijk bij een boek. Tot mijn genoegen kwam ik deze toch tegen: op bladzijde 60. Rest mij te zeggen dat er met De ziel van het christelijk geloof een bezield werk is verschenen, dat noodt tot bestudering, instemming en tegenspraak.
H.J. Lam, Rijssen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's