De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Johannes, een lichtdrager

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Johannes, een lichtdrager

Blik in lege graf brengt niet tot geloof

6 minuten leestijd

Is Johannes in het verdriet dat de discipelen Jezus aandeden, geen lichtpunt geweest? Samen met Petrus volgde hij Jezus. De meesten willen eerst zien en dan geloven, maar van deze discipel staat: en zag het, en geloofde. Wat is dit zien van Johannes geweest?

In de eerste woorden van Johannes 20 luisteren we naar een ooggetuige die bescheiden zijn eigen naam niet noemt. Zijn eerste aandacht is niet voor de discipelen. Zij denken er in de vroege morgen nog niet aan om naar het graf van hun Meester te gaan. Het zijn de vrouwen en van hen noemt hij alleen Maria Magdalena. Hij hoort haar zeggen: ‘Wij weten niet waar ze Hem gelegd hebben.’ Zij heeft iets gezien: met het graf is het niet in orde.
Als een schim is ze naar het graf gegaan en er ook weer vandaan gegaan, na de ontdekking dat het open en leeg was. Met haar conclusie van diefstal die ‘ze’ hebben gepleegd, snelt ze weer de stad in. En daar weet ze Simon Petrus te vinden en de andere discipel die Jezus liefhad: Johannes. Blijkbaar zijn zij ook na de verloochening door Petrus samen te vinden. Zij vernemen de schrik, de onrust, de gejaagdheid, en heel diep ook de liefdesbinding aan Jezus. Beide discipelen moeten haar komen helpen en dus meegaan.

Zien
Hoe hard Petrus en de ander hebben gelopen? Ik denk snel, naast elkaar. Maar ineens lijkt het wel een beetje een wedren. De andere discipel loopt Simon Petrus vooruit. Eerst tegelijk, samen op, maar dan de ander vooruit, voorop, sneller dan Simon Petrus. Omdat hij jonger was (de verklaring van de statenvertalers)? Of omdat bij het naderen van het graf de herinnering aan de verloochening Petrus zwaarder begon te wegen en hem vertraagde? Dan gaf dat aan Johannes dus een voorsprong … Er klinkt geen woord. Alles wordt bepaald door wat ze zien. Drie keer gebruikt de evangelist het woord zien, maar in de grondtekst gebruikt hij verschillende varianten. Johannes ziet de doeken liggen, maar gaat niet het graf in. Hij aarzelt. Hij neemt vluchtig waar dat het verhaal van Maria Magdalena waar is.
Inmiddels is Petrus bij het graf, hij gaat wel binnen. Dat verwachten we natuurlijk ook wel van hem. Hij neemt waar wat Johannes al had gezien: de linnen windsels. Maar hij ontdekt ook dat de zweetdoek die op het voorhoofd geweest was, nu opgerold apart is neergelegd. Dit zien is nauwkeuriger, het oorspronkelijke woord kennen we uit ons woord theorie. Petrus komt zodoende dichterbij het geheim van de opstanding en zo is hij al bezig op die dingen in te gaan. Daarna gaat ook de andere discipel naar binnen. Let dus op: eerst volgt Simon Petrus de andere discipel en daarna volgt op zijn beurt de andere discipel Simon Petrus.

Orde
Als dit door een verborgen camera was opgenomen, zouden zich bijzondere momenten voor onze ogen voltrekken. Want wat is nu het echte zien? Het eerste oppervlakkige binnenkijken, of het meer in ogenschouw nemende zien? De eerste, Johannes, die bij het graf aankomt, is de laatste die binnenkomt en gelooft. Voorbarigheid en terughoudendheid zien we elkaar afwisselen.
Als we dit deel van het evangelie lezen en mediterend herlezen, geeft dat het gevoel dat we met een mysterie te maken hebben. Dat Christus door de Vader uit de doden is opgewekt, springt ons niet vanzelfsprekend tegemoet als constatering. Maar: wat zag hij dan?
In ieder geval zag hij dat lijkroof uitgesloten was. In de orde zag de discipel de liefdevolle hand van Zijn Meester. Zijn Meester dacht immers altijd aan alles? ! Bij de spijziging van de schare liet Hij alles met orde geschieden, tot en met het inzamelen van de overgeschoten brokken van het brood. Typisch de hand van de Meester. Met wat over is, gaat Hij niet slordig om. Ook nu laat Hij, hoezeer Zijn kleding ook in het graf symbool van armoede en vernedering was, dit restant niet achteloos achter omdat het niet meer nodig was.
Zoals we ook lezen in Johannes 21:7, zo is het ook hier: ‘Het is de HEERE.’ Het is in orde. Het is goed zo. Hij is opgestaan. Slechts de Levende kan deze ordening aanbrengen.
Zo is het goed, zoals we ook in Genesis horen van de orde in de schepping door God. Er moet bij Johannes een soort innerlijke verwerking zijn geweest en daardoor een beweging in de richting van het ware geloof. Er voltrekt zich een innerlijk wonder: de opstanding te kunnen geloven.
Het talmend wachten alvorens het graf in te gaan, leidde de stilte van de openbaring van de opstanding en het geloof bij hem in. Dit zien was hem als een teken. Dit beginnend geloof zal ook verder groeien. Zijn geschreven getuigenis is er krachtig uit voortgekomen.

Betrouwbaarheid
Rondom de heilsfeiten zijn altijd vraagtekens gezet met betrekking tot hun betrouwbaarheid. Zeker in onze sterk door wetenschap bepaalde omgang met Schriftgegevens. Maar is het al lezend en mee mediterend nog moeilijk aanvullende wetenschappelijke bewijsvoering los te laten als overbodig? De evangelist volstaat er in ieder geval mee voor zichzelf. Hij neemt echter een opzettelijke uitzonderingspositie in, die hem wordt gegeven. Zo en daarom ook mogen we zijn bevinding in het geloof omhelzen. We lezen in vers 10: ‘De discipelen dan gingen weer naar huis.’ Ja, maar er staat nog iets tussen: ‘Want ze wisten nog de Schrift niet dat Hij van de doden moest opstaan.’ In dit vers richt de evangelist zich tot toekomstige lezers met een vermaning die we wel ter harte moeten nemen. Deze: Dat we voor het geloof in de opstanding niet aangewezen zijn op onze ogen, maar op de Schriften die van Hem getuigen.

Niet uit het zien
Als de Schrift gekend was, zou alles al bij het sterven van Jezus duidelijk zijn geweest. Maar nu moet de gang naar het graf nog eens extra benadrukken dat de Schrift bevestigd is. Deze erkenning bespaart ons een noodzakelijke gang naar en in het graf. We mogen vanuit dit ooggetuigenverslag terug naar het geschreven Woord.
Op de avond van de Eerste Paasdag onderwees ook Jezus Zelf de Emmaüsgangers over Zijn opstanding (Luk. 24). Ook in de prediking op de Pinksterdag blijkt niet dat het lege graf en het zien daarin tot geloof brengt, maar dat het Schriftwoord in de prediking van de ooggetuigen levend wordt. Als een licht van lichtdragers doordringt het de duisternis, ook de duisternis van door twijfel gevoede wetenschap. Het Schriftwoord brengt de ontmoeting met de Levende tot stand.
Dit moeten we onthouden: Ook bij de ooggetuige is het geloof niet uit het zien maar uit het Schriftwoord geweest. Zo is op de Paasdag anno 2008 het geloof alleen maar geloof in het Woord.
De zichtbare dingen hebben het geloof niet gewekt, maar wel achteraf versterkt en bezegeld. Jezus geeft Zelf de kracht van de vervulling aan wanneer de Schriften blijkbaar van Hem getuigen. Het echte geloof erkent een werkelijkheid die buiten onze gezichtskring ligt. En die boven onze bewijsvoering uitgaat. Het Woord is doorslaggevend. Na Pinksteren maakt de Geest ons dit nog steeds indachtig (Joh.14:26).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Johannes, een lichtdrager

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's