De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods overmacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods overmacht

Na de opstanding is er alom twijfel en ongeloof

6 minuten leestijd

De opstanding van Christus brengt niet de reactie teweeg die past bij deze wondere werkelijkheid. Zij die met Jezus geweest waren, geloven het niet. Ook de discipelen wordt ongeloof en hardheid van het hart verweten.

En een zekere vrouw, met name Lydia (…), welker hart de Heere opende dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.’ Lydia, wat moet zij rond Pasen? Is dat zo verrassend? Wie zou werkelijk christen kunnen zijn zonder de Vorst van Pasen te ontmoeten? Haar oude leven stierf toen Lydia met de Opgestane in aanraking kwam. Waar in Hem het nieuwe komt, moet het oude wijken.
Maar let erop hoe dat in haar leven gebeurde en hoe het zich doorzette. De Heere opende haar hart; dan let ze op het Woord. Ze drinkt het in, neemt het in zich op. Het wordt haar tot bit en teugel tot de gehoorzaamheid van het geloof, zoals Luther zegt: ‘Het Woord is als het ware teugel en gebit waardoor de mensen tot de gehoorzaamheid van het geloof gebracht worden.’
Het stramien van het genadige werken van God zet zich op Pasen glansrijk door. Hij gaat voorop, God moet eerst komen en ons Zijn Woord geven, zoals – nog eens – Luther zegt: ‘Wanneer God met de mens samenkomt, dan moet niet de mens beginnen, maar God moet eerst komen en ons Zijn Woord geven (…).’ Dan breekt het geloof door de twijfel, het Licht door de duisternis, het Leven door de dood.

Verkoolde resten
Wat is het op de paasmorgen donker in de discipelkring. Naargeestig stil en somber. Het heeft iets van de verkoolde resten van een bos waar een brand heeft gewoed. Eerst waren er de statige beuken en was er het frisse groen op het brede bospad. Nu zijn er nog de geblakerde stammen en de grijze as. Er hangt een zure geur. Elk spoor van leven is weg. Mocht hier of daar nog een vlam spelen, dan is hij gedoemd te doven. Een korte rondgang door de evangeliën stelt ons op de hoogte van de situatie.
Mattheüs schildert ons Maria en Maria Magdalena, zittend tegenover het graf. Wachters die op verzoek van de overpriesters in de graftuin rondscharrelen. En dan diezelfde twee vrouwen die in het eerste schemerlicht van de nieuwe dag geen ander doel hebben dan ‘het graf te bezien’.
Bij Markus stormt Maria Magdalena met het grote paasnieuws de kring van de discipelen binnen. Maar de boodschap dat de Heere is opgestaan, vermag de droevige stemming niet te verdrijven; zelfs de tranen niet te drogen. ‘En als dezen hoorden dat Hij leefde en van haar gezien was, geloofden zij het niet.’ (16:11) Een enkel vers verder horen we de stem van de Heere Die Zijn leerlingen ongeloof en hardheid van hart verwijt.

Thomas
Lukas vormt in zijn beschrijving al geen uitzondering op de andere evangelisten. De Emmaüsgangers gebruiken de onvoltooid verleden tijd: ze ‘hoopten’, maar het is heden de derde dag. En wat te denken van de discipelen, die ‘verschrikt en zeer bevreesd’ zijn wanneer de Heere in hun midden komt? (24:36)
Ten slotte is er het evangelie van Johannes. De deuren zijn gesloten vanwege ‘de vreze der joden’. En Thomas laat zich pas voegen in de rei van de blijdschap wanneer de Opgestane hem verschijnt.
Misschien is het goed om even bij Thomas te blijven. Hij wordt om zijn twijfel en ongeloof nogal eens apart gezet. Dat lijkt niet terecht. De rondgang door de evangeliën bevestigt die gedachte. Alom is er twijfel en ongeloof. Geen wonder; het wil er bij ons eenvoudig niet in. Opgestaan. Het hoongelach op de Areopagus wanneer het over de opstanding gaat is geen incident. De zonde sluit ons de ogen voor God.
Leerzaam dan om te zien hoe het toch Pasen wordt. Want dat wordt het. De Herder zoekt Zijn weggedwaalde schaap op. Christus neemt de moeite om opnieuw te komen wanneer Thomas met de andere discipelen samen is. Zijn komst geeft de doorslag. Toen Thomas Hem misliep, bleef de twijfel oppermachtig. Maar als Hij komt, wordt dat anders. Waar klinkt in het evangelie een dieper en hoger belijdend woord dan uit de mond van Thomas? ‘Mijn Heere en mijn God.’
Overmacht, is dat het goede woord niet? Overmacht hoort bij God, Die ons te sterk wordt, zodat de banden waarmee ongeloof en twijfel ons mensen binden, knappen. Op zoveel kracht zijn ze niet berekend. Daar begint Pasen mee. Daar breekt het door. Dat is het handelsmerk van al Gods werken. Overmacht. Ogen die opengaan.
Hoe hebben Adam en Eva verder gekund toen zonde en dood hun spoor trokken door hun hart en in de schepping? In hun gezin, niet te vergeten? Eén jongen op de vlucht; de ander ontzield op het veld. Niet anders dan door de overmacht van God, Die in de belofte op hen aankwam.
Bij Abraham is het al niet anders. En bij al de anderen. De overmacht loopt als een gouden draad door de heilsgeschiedenis. De Heere is de eerste; Hij gaat voorop. In Zijn spreken, in Zijn Woord komt de overmacht openbaar.

Blinddoek
Daar geeft de paasgeschiedenis nog een voorbeeld van. Twee mannen op weg naar Emmaüs. Ze lopen uit de geschiedenis van Pasen weg, maar de Heere haalt hen in. En Hij haalt hen terug. Hun stemmen klinken luid. Ongeloof geeft onenigheid. Ze kennen de Heere, maar ze herkennen Hem niet. Hun ongeloof is de blinddoek die hen het zicht beneemt. In Lukas 24:31 staat letterlijk: ‘en hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem’. Hoe komt dat zover? Het opengaan van de ogen heeft alles te maken met het opengaan van de Schriften. Daarin komt Gods overmacht openbaar. Wanneer ze terugzien, zeggen ze tegen elkaar: ‘Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op de weg en ons de Schriften opende’? Daarover zijn ze het wonderlijk eens trouwens; de onenigheid is verdwenen. In de Schriften en de uitleg daarvan hoorden ze Hem aankomen. Hun harten gloeiden. Ze bogen hun hoofd toen Hij hen scherp vermaande als ‘onverstandigen’ en ‘tragen van hart’. Zo toont Hij hen te kennen. Wie zou een weerwoord hebben? Aan het schuldige ongeloof gaat Hij niet voorbij. Maar in dat alles keerden ze zich niet af, omdat de liefde trok. Zijn liefde. De overmacht van Zijn reddende liefde, die gaandeweg de harten verwarmt.
Dan slaat de vlam eruit. Luther zegt in dat verband: ‘ons hart wordt met een goddelijke zoetheid doortintelt.’ Zo gaat de blinddoek af.

Waarlijk opgestaan
Dan is er opeens leven in de discipelkring. De een roept het de ander juichend toe: ‘De Heere is waarlijk opgestaan.’ De geblakerde stammen lopen uit. Nieuw leven breekt door. De lucht wordt gereinigd. Goed om het te herkennen op Pasen.
Lukas herhaalt het aan het slot van het evangelie: ‘Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden’. Al onze paasvuren doven uit. De Heere maakt het Pasen. Overmachtig. Daar waar de Schriften opengaan. Goed om daar te zijn. Je kunt veel in je leven mislopen en daar kun je zo je gedachten over hebben, maar Hem mislopen, daar kom je niet overheen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gods overmacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's