Voel wat Jezus Christus voelde
Pastoraat – Gemeenschap der heiligen
Veel christenen laten hun gevoel beslissen over de waarheid. Ik vind. Ik voel. Ik ervaar. Dáárom is iets waar of niet. Maar in de Bijbel is het gevoel niet de bron van de leer – wel van het christelijke leven.
De stad Filippi was de eerste plaats in Europa waar het evangelie door de apostel Paulus is verkondigd. Je kunt zeggen: daar was de eerste Europese gemeente. In Handelingen 16 lezen we over de wonderlijke werking van het Woord in die stad. Tussen de regels door worden wij ook geïnformeerd over het karakter van die plaats.
Er vindt in Filippi, in tegenstelling tot de gemeenten in Klein-Azië, geen botsing plaats met het jodendom. Paulus vindt er geen synagoge. Alleen wat biddende vrouwen op een stille plek langs de rivier. Er wonen overwegend Romeinen. Het bijzondere van de stad is dat Filippi – zo vermeldt Lukas in Handelingen – een kolonie is.
Dat betekent dat daar hetzelfde recht als in de stad Rome geldt. De stad wordt ook precies zo geregeerd als de grote hoofdstad. Er is een senaat en een rechtbank en de hoge ambtenaren worden door een volksvergadering gekozen. De burgers van die stad, veelal rustende soldaten, krijgen van de overheid grond toebedeeld om een goed bestaan op te bouwen. En het Romeinse burgerrecht bezorgt de inwoners van Filippi aanzien.
Egocentrisme
Het is opmerkelijk dat over Filippi veel dingen te zeggen zijn die ook voor onze moderne samenleving gelden. Welvaart, vrijheid en democratie vormen een maatschappij van mensen, die op de maatschappelijke ladder zo graag opklimmen. In die wereld gedijt, omdat God buitengesloten wordt, het occultisme prima. En het bijgeloof van sommigen geeft dan aan anderen weer ‘groot gewin’.
Wij horen over oversten en hoofdmannen, want in de ambtelijke wereld heb je al heel snel baas boven baas. Op alle gebied is de concurrentiestrijd heftig. In zo’n samenleving hebben, om maar een voorbeeld te noemen, mensen met een handicap slechts een plekje aan de rand. Of zelfs eroverheen. De slavin uit Filippi die een ‘waarzeggende geest’ had, kon wel eens een gehandicapte vrouw geweest zijn die uitgebuit werd, in plaats van met liefde verzorgd.
In zijn brief aan de gemeente in Filippi noemt Paulus twee dingen die de gemeente daar bedreigen. In de Statenvertaling staat dat met de woorden ‘twisting en ijdele eer’ (Filipp. 2:3a). Prof.dr. J.P. Versteeg vertaalt het met ‘zelfzucht en praalzucht’. Is dat niet het kenmerkende van onze tijd en van onze samenleving? Dat egocentrische: Mijn eigen belang bepaalt of iets goed of kwaad is. Mijn wil is wet. En dan dat vertoon van macht of kennis, waarin de een boven de ander wil uit komen.
Dat alles brengt een hopeloze verdeeldheid onder de mensen tot stand. Het leven van ‘ieder voor zich’ is de dood in de pot in de wereld van vandaag. De brief aan de Filippenzen is daarom zo actueel, omdat de apostel met het evangelie van Jezus Christus in gaat tegen het moderne levensgevoel.
Tapijt
Met indrukwekkende bewogenheid bindt de apostel de gemeente op het hart eensgezind te zijn. Uit de grond van zijn hart klinken de woorden: ‘Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn, zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van één gemoed en van één gevoelen zijnde.’ Hij zegt kortom: Wie maar iets begrepen heeft van de liefde van God in Zijn Zoon en door Zijn Geest, die zoekt zichzelf niet, maar de ander. En dan valt het belangrijke woord ootmoedigheid. ‘Door ootmoedigheid achte de één de ander uitnemender dan zichzelf.’ (Filipp. 2:3b) Het Griekse woord voor die nederige houding betekent letterlijk: ‘aan het tapijt denkend’. Ootmoedig zijn is dus: door de knieën gaan. Je handen uit de mouwen steken om de ander van dienst te zijn. Wie denkt daarbij niet aan wat de Heere Jezus in de lijdensgeschiedenis Zijn discipelen leert? In de zaal van het Laatste Avondmaal wil niemand van de twaalf het vernederende werk van het voetwassen doen. Dan legt de Meester Zijn kleren af en trekt de dienstknechtgestalte aan. Hij knielt neer op het tapijt en begint één voor één de mannen, die zich niet vernederen wilden, een liefdedienst te bewijzen.
Simon Petrus schrikt ervan en deinst ervoor terug zich door Jezus de voeten te laten wassen. Hij schaamt zich voor zijn hoogmoedige onwil om zulk werk te doen voor zijn Heiland. Maar de Heere legt hem uit dat Hij dat nu doen wil opdat zij later, Hem gedenkende, dat ook aan elkaar zullen doen. De Heere zegt: ‘Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij schuldig elkanders voeten te wassen, want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gij ook doet’. (Joh. 13:14-15) Zoals hoogmoed de ruzie in de wereld brengt, zo schept de ootmoed eensgezindheid en vrede.
‘Jullie allemaal’
Ongetwijfeld heeft Paulus dit stukje uit de lijdensgeschiedenis voor ogen als hij de gemeente van Filippi tot onderlinge liefde oproept. De apostel heeft daarbij de gehele gemeente op het oog. Want als hij schrijft: ‘Want dat gevoelen zij in u …’, dan gebruikt hij voor ‘u’ een meervoudsvorm, die zeggen wil: in jullie allemaal. Niemand in de gemeente mag zich boven anderen verheffen. De opzieners en de diakenen (de ambtsdragers dus) moeten, net zo goed als alle andere gemeenteleden, zien op Hem Die gezegd heeft: ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen …’
Paulus beklemtoont dan dat niet alleen in de lijdensgeschiedenis maar in Zijn hele gang door dit leven de ootmoed het kenmerkende van Jezus Christus is geweest. In een paar woorden tekent de apostel Jezus’ leven als een vrijwillige vernedering. Hij was God gelijk en deelde als Zoon in de heerlijkheid van Zijn Vader. Hij legde die heerlijkheid gewillig af om mens te worden. Die vernedering ging zo diep dat Hij, aan het kruis genageld, afdaalde tot in de hel. In Zijn liefde dacht Hij nooit aan Zichzelf, maar altijd eerst aan de eer van Zijn Vader en daardoor aan de redding van Zijn gemeente. Afdalen tot het tapijt en de ander van dienst zijn, dat lag de Filippenzen van toen niet zo erg. In zo’n kolonie liet je een ander het vuile werk voor je opknappen. Net als in onze samenleving. En, laten wij eerlijk zijn, ook binnen de gemeente zoeken wij liever aanzien te krijgen dan waardering voor anderen op te brengen.
Omkeer
Zo roept de apostel, die uit ondervinding weet hoe moeilijk het is je oude levenswandel op te geven, het ook ons toe: Bekeer je toch! En dat met deze krachtige argumentatie: ‘Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was.’ Wat wil hij daarmee zeggen? Wel, dit. Waarom liep de barmhartige Samaritaan niet voorbij de hulpbehoevende man op zijn weg? De priester en de leviet waren doorgelopen, zij voelden niets voor die arme man. Maar de Samaritaan – zegt de Heere Jezus – werd ‘met innerlijke ontferming bewogen’. Zijn gevoel sprak en hij wist het: laat ik de minste maar zijn. En zo deed hij de wil van God!
Hoe komen wij aan dat gevoel, van waaruit het oprechte liefdeleven van de gemeenschap der heiligen ontspringt? In het Grieks staat er eigenlijk een bevel: ‘Voel wat Jezus Christus voelde!’ Het borgtochtelijke lijden deed Hijzelf. En voor verzoening heeft Hij alleen gezorgd. Dat hoeft niemand van Hem over te nemen. Maar Hij eist van Zijn gemeente: Voel dan wat Ik Mijn leven lang gevoeld heb: ootmoed. Dat is een goed gevoel: op te zien naar mijn gekruisigde Heiland en dan vervolgens om mij heen kijken met de vraag in het hart: ‘Wie zou ik, om Jezus’ wil, vandaag mogen dienen?’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's