De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet meer de beste vriend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet meer de beste vriend

Rabbijn Rosen over Israël en Nederlandse kerken

7 minuten leestijd

Hoe staat de Joodse gemeenschap tegenover andere godsdiensten? En hoe moet je de houding van bijvoorbeeld de Nederlandse kerken anno 2008 ten opzichte van Joden zien? Rabbijn David Rosen uit Jeruzalem weet er alles van.

David Rosen groeide op in Ierland, als zoon van een beroemde orthodoxe rabbijn. In het gezin ging een sterke verbondenheid met de Joodse traditie samen met openheid naar andere geloven toe. Grote invloed op Rosens betrokkenheid bij de dialoog hebben zijn ervaringen in Zuid-Afrika gehad, waar hij als rabbijn werkte.
Tijdens de jaren dat hij in Kaapstad was, raakte Rosen betrokken bij het streven naar sociale gerechtigheid. Hij ontdekte de positieve rol die godsdiensten konden spelen in de strijd tegen apartheid. Rosen raakte overtuigd van de noodzaak om op te staan tegen wederzijdse vooroordelen.
De dialoog ziet hij niet alleen als een noodzakelijke manier van omgang met anderen, waarbij ook eigenbelang meespeelt. Openheid voor anderen heeft volgens de rabbijn ook een geestelijk aspect. De ontmoeting met de ander en zijn geloof maken hem duidelijk dat God niet alleen gekend wordt in de eigen godsdienst, maar dat Hij op vele andere manieren aanwezig is in de wereld.

Geen nee zeggen
Inmiddels werkt de rabbijn voor verschillende nationale en internationale organisaties die gericht zijn op de dialoog met andere godsdiensten. Hij is vooral bekend vanwege zijn werk als adviseur van de Israëlische hoofdrabbijnen. Na het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Israël in het jaar 2000, is een commissie opgericht voor het directe contact tussen de Joodse gemeenschap in Israël en het Vaticaan. Met zichtbaar plezier vertelt Rosen dat het opperrabbinaat, dat nogal in zichzelf gekeerd is, overtuigd is geraakt van de noodzaak van contacten met andere godsdiensten. ‘Terwijl er geen enkele commissie bestaat voor het gesprek tussen de verschillende Joodse stromingen, bestaat er nu dus wel een commissie voor het contact met het Vaticaan. Toen de paus de hoofdrabbijnen vroeg om rechtstreeks contact, kon het opperrabbinaat eenvoudigweg geen nee zeggen.’

Minder interesse
Naar het gevoel van Rosen is ook de relatie tussen de protestantse kerken in Nederland en de Joodse gemeenschap in Israël de afgelopen decennia sterk veranderd. De solidariteit met Israël is afgenomen en de kerken zijn kritischer geworden, zegt hij. Hij heeft de indruk dat de kerken niet veel interesse meer hebben in de dialoog met de Joodse gemeenschap. De rabbijn voert een dringend pleidooi voor contact en voor een consequente zogeheten dubbele solidariteit met de partijen in het conflict.
De relatie tussen de kerk en Israël is theologisch van aard, stelt David Rosen. Daarom moet de relatie niet gebaseerd zijn op de geschiedenis of op het schuldgevoel van christenen ten opzichte van de Joden. Ze moet voortkomen uit de verworteling van de kerk in de Joodse traditie.
Volgens Rosen is dat besef cruciaal voor het verstaan van de persoon van Jezus en van de kerkgeschiedenis, maar ook voor het verstaan van het verbond. Uitdagend: ‘Ik kan me niet voorstellen dat christenen denken de aard van het verbond te verstaan, als zij geen zicht hebben op de aard van het verbond met de zonen van Israël. Zonder kennis van de relatie tot het Jodendom is een christen slechts ten dele en niet volledig christen. Dat is een ketterse vorm van christelijk geloof, die niet geworteld is in de werkelijkheid.’

Leuk of niet
De keerzijde van de ontmoeting tussen Joden en christenen is volgens Rosen dat ook de Joodse gemeenschap zich moet afvragen hoe ze tegen de kerk aankijkt. De rabbijn beseft dat hij bereid is veel verder te gaan dan de meeste Joden. Wat hem betreft mag de kerk, die weet dat ze geënt is in de Hebreeuwse Schriften en op de eerste Godsopenbaring, zichzelf zien als novus Israël of verus Israël, het nieuwe of ware Israël. Rosen: ‘Het is niet te ontkennen dat Joden en christenen een bijzondere relatie tot elkaar hebben. Of Joden dat nu leuk vinden of niet, ze hebben de verplichting christenen te zien als een nieuw Israël.’ Cruciaal is echter dat de kerk beseft dat ze niet het enige Israël is.
De rabbijn haalt zijn collega Greenberg aan, die de relatie tussen Israël en de kerk typeerde als twee midrasjiem (joodse uitleggingen) op dezelfde tekst. In die relatie wordt Gods mysterie geopenbaard en dat betekent vooral dat beide partners moeten gaan begrijpen dat zij elkaar aanvullen en nodig hebben.

Conflict
Rosen benadrukt dat de kerk zich niet alleen moet afvragen wat de Joodse geschiedenis en het Joodse geloof voor haar te betekenen hebben, maar ook wat de staat Israël te zeggen heeft. Is deze meer dan een uitdrukking van Joodse soevereiniteit? Is de staat op een of andere manier uitdrukking van Gods trouw aan Zijn verbond? Vanuit zijn ervaring in Zuid-Afrika wil Rosen allereerst duidelijk maken dat in Israël geen sprake is van apartheid: ‘Veel mensen begrijpen niet dat apartheid gebaseerd is op onderdrukking. In Israël hebben we te maken met een conflict. Dat betekent overigens niet dat er geen mensen worden onderdrukt. Apartheid is echter het doelgerichte beleid om de rechten van mensen te ontkennen vanwege hun ras, geloof of etniciteit. Een conflict betekent daarentegen dat twee partijen met elkaar wedijveren over iets dat ze beide willen hebben, zoals land. Daarbij is sprake van twee partijen, die allebei gelijk hebben en allebei deels ongelijk hebben. Als in zo’n situatie wordt gezegd dat alleen het verkrijgen van het geheel voldoende is, dan wordt daarmee de ander zijn hoop ontnomen en dat is immoreel.’ Rosen uit zijn reserves over de toenemende steun van de Nederlandse kerken voor de Palestijnse zaak: ‘Over de hele linie is de tendens waarneembaar dat een van de partijen in het conflict wordt gesteund en dat dat ten koste van de andere partij gaat. Het idee bestaat dat wanneer je geeft om Israël, je niet gevoelig kunt zijn voor situatie van de Palestijnen. Of dat wanneer je geeft om de Palestijnen, je vijandig moet zijn tegenover Israël.’ Het is een kwestie die hem hoog zit. Zonder stemverheffing, maar toch met klem roept hij de Nederlandse kerken op om niet mee te doen aan ‘vormen van dehumanisering, demonisering en delegitimering’ van een van de partijen. Hij raadt de kerken juist aan om vast te houden aan het uitgangspunt van dubbele solidariteit en om de verschillende gemeenschappen bij elkaar te brengen en gezamenlijke initiatieven te ondersteunen. ‘Hoe meer de Palestijnen en de Israëli’s verstaan dat degenen die hen steunen ook de andere kant steunen, hoe meer het proces van ontmenselijking kan worden omgebogen en onderlinge verzoening mogelijk wordt.’

Afgedwaald
Terugkijkend op de aanwezigheid van de Nederlandse protestantse kerken in Israël zegt Rosen op besliste wijze: ‘De kerken zijn afgedwaald van overweldigende identificatie, solidariteit en zelfs broederschap met de Joodse gemeenschap in Israël naar een afstandelijke houding. Er is weliswaar nog steeds sprake van een relatie, maar dan een zoals je die hebt met een verre verwant, in plaats van met een nabije vriend.’ Rosen wil niet oordelen over de verschuiving, omdat mensen en omstandigheden veranderd zijn. Hij merkt wel op dat er een tijd was waarin de kerk in Nederland in Israël gezien werd als de beste vriend van de Joodse gemeenschap. In de beleving van Joden neemt de Rooms-Katholieke Kerk die plaats nu in. Rosen hoopt echter dat de kerken op alle mogelijke manieren contact zullen leggen met de Joodse gemeenschap en trouw zullen zijn aan het principe van dubbele solidariteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet meer de beste vriend

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's