Tussen lokaal en landelijk
De classis in de verenigde kerk [1]
Een veel gehoorde vraag in plaatselijke gemeenten is: De classis, wat hebben wij er aan?
Wie als ambtsdrager of als gemeentelid aan de classis denkt, denkt al snel aan vergaderen en nog eens vergaderen en aan de vraag: ‘Wie moet (ouderling(-kerkrentmeester), diaken of predikant) en wil er als ambtsdrager naar de classis worden afgevaardigd?’ Liefst iemand met veel tijd en (enige) kennis van de kerkorde en vooral ook gaven om met de kerkorde om te kunnen gaan.
Binnen kerkenraadsvergaderingen is het classicale werk niet bepaald het meest geliefde gespreksonderwerp. Liever geen extra vergaderingen en gesprek over zaken die voor de plaatselijke gemeente nauwelijks (? ) van belang of interessant zijn, maar vooral het bovenplaatselijk (provinciale en synodale) werk betreffen.
In een tweetal artikelen wil ik een globale schets geven van de plaats van de classis in het geheel van de verenigde kerk en van de kerkordelijke taken van de classis. Ik wil ten slotte een lans breken voor meer gebed en betrokkenheid vanuit de plaatselijke gemeente bij het classicale werk.
Motivatie
Als classisconsulent heb ik een aantal jaren mee mogen kijken in de keuken van de classicale vergaderingen en haar brede moderamina (dagelijkse besturen). In verband met de omvorming van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk is de functie van classisconsulent per 1 januari 2008 vervallen. Hiervoor in de plaats is de gemeenteadviseur ‘nieuwe stijl’ gekomen.
De gemeenteadviseurs zijn het eerste aanspreekpunt voor de gemeenten in een bepaalde regio (zie het artikel in De Waarheidsvriend van 6 maart jl.). Wel blijft de classis tot het netwerk van de gemeenteadviseur behoren. De classicale vergaderingen behouden (voorlopig?) ondersteuning door de regionaal adviseur classicale vergaderingen. Het ‘meekijken’ als classisconsulent voor de classes Harderwijk en Hattem heeft me een aantal indrukken opgeleverd, die ik graag wil delen. Al vrij snel kwam ik tot de conclusie: ‘Wat is de kerk zonder ‘vrijwillige’ ambtsdragers en/of vrijwillige medewerkers (taakdragers)?’ En: ‘Wat is er grote betrokkenheid bij het wel en wee van de gemeenten en een grote motivatie voor het classicale werk.’ Hierin betrek ik zeker ook het werk van de visitatoren.
Binnenplaats
Met name leden van het moderamen en het breed moderamen worden geroepen om niet alleen de classicale vergaderingen voor te bereiden, gespreksonderwerpen vast te stellen en sprekers uit te nodigen, maar ook zelfstandig veel verschillende zaken af te doen. Dit kost veel tijd, energie en wijsheid. Vooral ook integriteit en liefdevolle betrokkenheid. Zeker wanneer het om personen gaat.
In het algemeen komen deze veelal tijdrovende classicale taken bij het ‘gewone’ ambtelijke werk in de plaatselijke gemeente. Je moet dus wel erg geïnteresseerd zijn in het bovenplaatselijk werk en veel vreugde beleven in het omgaan met een diversiteit aan kerkordelijke bepalingen en regelingen om voor het classicale werk te staan. Integriteit is belangrijk. Bepaalde aangelegenheden betreffen soms een buurgemeente, een collega-predikant of hebben te maken met diepgaande interne problemen (conflictsituaties). Ik ben vooral onder de indruk gekomen van de wijze waarop leden van het breed moderamen spraken over de gevolgen van de breuk in enkele gemeenten, het begeleiden van (nieuwe) ambtsdragers bij voortzetting van hervormde gemeenten en de nauwkeurigheid van handelen bij het doorhakken van knopen in ingewikkelde en uiterst gevoelige zaken, zoals in SOW-situaties, grenswijzigingen en dispensaties (vrijstellingen). In zulke situaties merk je dat de plaats van de classis een heel belangrijke is. Ook heb ik gemerkt dat de onderlinge broederlijke en zusterlijke liefde soms behoorlijk beproefd wordt. De eenheid is ondanks – of dankzij? – de verscheidenheid sterk aanwezig.
Het breed moderamen duid ik als de binnenplaats van het classicale werk. Er komt van dit werk niet veel naar buiten. Veel zaken zijn vertrouwelijk van aard. Des te meer reden om te vermelden dat voor dit uiterst geconcentreerde werk geestelijk leiderschap, kwaliteit van leidinggeven, kennis, communicatieve vaardigheden en een goede sfeer belangrijke ingrediënten zijn.
Buitenplaats
Welke plek heeft de classis in het geheel van de (verenigde) kerk? Met andere woorden: wat is naar buiten toe het meest zichtbare van het classicale werk? Vanuit de oude situatie zou je kortweg kunnen zeggen dat de hervormde classis altijd geduid werd als de scharnier tussen synode en gemeenten op de terreinen van belijden en kerkorde. Bij de gereformeerden ging het meer om de classis als een platform van meningsvorming, dienstverlening en regelingen. Bij de luthersen was van geen classis sprake.
Bij de toelichting op de kerkorde van de Protestantse Kerk schrijft dr. P. van den Heuvel over de classicale vergadering: ‘De classicale vergadering neemt een centrale plaats in binnen de kerk. Ze legt de verbinding tussen de plaatselijke gemeente en de landelijke kerk. Daarom is ze dikwijls aangeduid als de ‘grondvergadering der kerk’. In deze uitdrukking ligt de nadruk op de kerk: in de classicale vergaderingen komt de kerk in haar bredere verbanden tot uitdrukking.
Meer taken
In de verenigde kerk heeft de classis er aanzienlijk meer taken bij gekregen. Dat betreft bijvoorbeeld het gebied van het beroepingswerk, uitbreiden/inkrimping predikantsplaatsen, betrokkenheid bij combinaties van gemeenten, vormen van streekgemeenten, vormen van protestantse gemeenten, bepalen van gemeentegrenzen en het goedkeuren van enkele onderdelen uit de plaatselijke regeling (bv. verkiezing van ambtsdragers, verkiezing vorm van beroep predikanten). Taken die eerst (vanuit de hervormde situatie) en vooral waren toebedeeld aan de provinciale kerkvergadering van de Nederlandse Hervormde Kerk. Dit orgaan en de provinciale synode van de Gereformeerde Kerken zijn verdwenen.
Er is wel een algemene classicale vergadering (acv). Deze heeft hierdoor een beperkt aantal taken gekregen. Van den Heuvel schrijft: ‘De algemene classicale vergadering is een ambtelijke vergadering. Zij staat niet als meerdere vergadering ‘boven’ de classicale vergadering, maar staat ‘naast’ haar (vergelijkbaar met algemene kerkenraad ten opzichte van wijkkerkenraden).’
Aan de acv is verbonden de regionaal adviseur classicale vergaderingen. Inmiddels is deze persoon een onmisbare schakel tussen regio en classicale vergadering geworden. De taakverdeling komt voort uit het principe: wat plaatselijk kan moet plaatselijk, wat classicaal kan moet classicaal enzovoort. Een goed principe, omdat onze kerk van onderop is opgebouwd. Wij kennen in onze kerk het presbyteriale stelsel. De plaatselijke gemeente als basis en uitgangspunt, naar bijbels voorbeeld. De plaatselijke gemeente als draagbalk voor al het bovenplaatselijk kerkenwerk. De gemeente kiest uit haar midden de ambtsdragers. Met alle gemeenten samen zijn we het geheel van de kerk en dragen we onze verantwoordelijkheid voor het geheel van de kerk. Ons stelsel mag ons wat waard zijn en ook wat kosten aan gebed, energie en tijd.
Beleidsplan
Een nieuw element voor de classis is de bepaling in ordinantie 4, artikel 15, lid 1 van de kerkorde. Het betreft hier het vaststellen van het beleidsplan over het leven en werken van de classis. Deze bepaling lijkt wat zakelijk, maar heeft toch vooral als doel het bevorderen van saamhorigheid en verantwoordelijkheid voor elkaar, opdat gemeenten in al hun veelkleurigheid leren van elkaar en ontdekken dat hun geloof daardoor verdiept wordt en hun werk meer mag beantwoorden aan de opdracht van Christus.
De bepaling voor het maken van een beleidsplan geeft dus een extra dimensie aan de taken van de classis. Naast de vele activiteiten die te maken hebben met de organisatie van het gemeentewerk, de structuurvragen, die naar de orde van de kerk opgelost dienen te worden, en niet te vergeten de taken en verantwoordelijkheden die er zijn richting de synode (zoals het spreken over voorstellen tot kerkordewijzigingen en/of aanvullingen), kan – gelet op de nieuwe situatie – aan het classicale werk een drietal (verdiepende) aspecten toegevoegd worden, namelijk:
* het inspireren, ondersteunen, begeleiden en toerusten van gemeenten en ambtsdragers;
* het creëren van een aantrekkelijke ontmoetingsplaats voor gemeenten;
* het stimuleren tot onderlinge verbondenheid en samenwerking van gemeenten en predikanten.
Het is voor de classis nog niet zo simpel om aan bovengenoemde zaken een goede invulling te geven, zeker omdat de organisatorische taken veel tijd en energie vragen. Om de genoemde drie aspecten verder te doordenken wil ik volgende week de plaats en taak van de classis nog wat scherper krijgen, door met name ook te luisteren naar personen die vele jaren in het classicale werk actief zijn geweest en nog zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's