De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dagelijks brood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dagelijks brood

Meditatie: Exodus 16:4

4 minuten leestijd

Het is opvallend dat de Israëlieten, nadat zij zo begenadigd waren bij Elim met zijn twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, ineens tot verontwaardigd beklag komen.

(…) 'Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel regenen; en het volk zal uitgaan en verzamelen elke dagmaat op haar dag, opdat Ik het verzoeke of het in Mijn wet ga of niet.'

Israël klaagt. Maar hoe vaak komt het niet voor dat wij dat doen, terwijl we blind zijn voor de genoten weldaden van God en voor de weldaden waarmee Hij ons nog steeds overvloedig omringt?
We lezen in Exodus 16 geen verwijt van de Heere. Dit zou te verwachten zijn. Sterker nog: Waarom ontbrandde Zijn toorn niet? We lezen dat namelijk wel in Numeri 11, waarheen ook Psalm 78:21 terugverwijst. Hoewel het volk zich tegen Mozes en Aäron richt, geven zij indirect God de schuld. Waarom heeft Hij hen niet laten sterven in Egypte, bij de vleespotten?
We zien ook hierin Gods genade, wat nog versterkt wordt door de uitdrukking ‘des HEEREN heerlijkheid’ in vers 7. Een uitdrukking die hier voor het eerst voorkomt en die volgens Joodse verklaarders wijst op de openbaring van Gods wezenlijke natuur, Zijn bijzondere zorg en goedertierenheid met betrekking tot de noden van Zijn volk.
In Hebreeën 1:3 lezen we dat Christus het afschijnsel van Gods heerlijkheid is. Zoals deze heerlijkheid zich verhulde in de wolk, later in de tabernakel en in de tempel, zo is deze heerlijkheid in Christus geopenbaard. God Zelf heeft de hemel, die wij dicht gezondigd hebben, genadig geopend. Het Manna, het Brood des levens, Christus, regende in rijke mate op een verloren wereld neer.

Nauwkeurig bevel
Het volk krijgt de opdracht om uit te gaan en te verzamelen. Het eerste werkwoord dat hier gebruikt wordt, lijkt haast overbodig. Om te verzamelen moet je immers je tent verlaten? Toch heeft het een betekenis. Het werkwoord ‘uitgaan’ doet denken aan het verlaten van Egypte. Hoewel de Israëlieten Egypte wel fysiek verlaten hadden, had Egypte hen nog niet verlaten.
Egypte zat namelijk van binnen. Liever onafhankelijk van God zijn, veilig bij de eigen zekerheden van de vleespotten, met de slavernij dan maar op de koop toe. De Heere zegt als het ware: ‘Verlaat uw standpunt, ga uit uw eigengemaakte vesting, uw bastion van ongeloof, en vertrouw alleen en geheel op Mij.’
Het vervolg laat zien dat er genoeg te verzamelen was voor een dag, namelijk een gomer, de grootte van de maaginhoud. Elke dag moest er opnieuw verzameld worden. Elke dag moest het volk opnieuw uitgaan. Bewaren was onmogelijk, want dan kwamen de wormen eruit. Bovendien had het de smaak van de beste vochtigheid van olie en kon men er brood van bakken, maar ook koeken of taart.
Geeft de Heere ons in Christus niet alles? Leert Hij ons in Hem niet bij de dag te leven en ‘het goede te genieten ten dage van de voorspoed’? Op die wijze alleen wordt ons dagelijks leven verheven tot een hoger, geestelijk niveau. Dan komt ook ons eten en drinken in een ander licht te staan. Dan wordt alles een wonder van onverdiende genade. Zowel ons aardse als geestelijke leven wordt dan gekenmerkt door kinderlijke afhankelijkheid en een aanklevend leven aan Gods genadetroon.

Heilzame beproeving
De Heere wil ons beproeven. Christus is een Rots der behoudenis of een Steen des aanstoots. Manna verzamelen hield een geloofsdaad in. De Heere op Zijn Woord geloven, zoals ook de discipelen later op Jezus’ woord het net moesten uitwerpen. Niet langer teren op eigen denkbeeldige en nostalgische rantsoenen uit Egypte, maar leven uit de volheid die er in Christus is, in de vrijheid van het kindschap Gods. In Deuteronomium 8:2 en 3 staat: ‘En gij zult gedenken aan al de weg die u de HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden of niet. En Hij verootmoedigde u en liet u hongeren en spijsde u met het Man, dat gij niet kende, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit des HEEREN mond uitgaat.’ Christus heeft die proef doorstaan, opdat wij in en door Hem meer dan overwinnaars zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Dagelijks brood

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's