De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

In het radioprogramma ‘Deze week’ van 24 maart werden enkele dichtregels geciteerd die stonden boven de overlijdensaankondiging van de moeder van programmaleider Ad de Boer. Luisteraars vroegen naar de tekst. Hier volgt het hele gedicht, In memoriam’ De laatste drie regels werden aangehaald:

Er is een schaduwspel van twijgen            
en knoppen over ’t zonnig grind,
en bloemengeur en licht en wind
verzaligen het grote zwijgen.

Het is zo stil, dat het bewegen
van ’t licht wordt of een ver geruis
van vleugelen ging door het huis
en of zich engelen om u negen.

Het is zo stil en wit dit rusten.
Zo slapen enkel Gods gekusten,
zo vredig licht en grondloos diep.
De tijd valt lang voor hen die waken.
Maar God zal samen wakker maken,
die hij gescheiden tot zich riep.

Enkele jaren geleden werd in het literaire tijdschrift Liter een vertaling van de hand van Arend Smilde en dr. Gijsbert van den Brink geplaatst van een gedicht van de Amerikaanse schrijver John Updike, waarin hij op niet mis te verstane wijze opkwam voor de feitelijkheid dan wel de lichamelijkheid van de opstanding van Christus. Ik hoorde het nog eens in een paaspreek:

Zeven coupletten met Pasen.
Vergis je niet: als hij al opstond, dan was het met zijn lichaam; als niet de afbraak van de cellen omkeerbaar was, de moleculen, elkaar terugvonden, met nieuw vuur in aminozuren, dan valt de kerk.
Het was niet net als de bloemen die iedere zachte lente terugkomen, niet als zijn geest in de monden en de waterige ogen van de elf apostelen; maar als zijn vlees, het onze.
Dezelfde scharnierende duimen en tenen, hetzelfde hart, met kleppen, doorstoken, gestorven, bedorven, even opgehouden, en toen met eeuwige macht weer bij elkaar geraapt, om nieuwe kracht te bevatten.
Laten we geen grappen met God maken, met metaforen en analogieën om de bovenwerkelijkheid heen draaien, niet van het gebeuren een gelijkenis maken, een souvenir uit vergeten goedgelovige tijden: laten we de hoofdingang nemen.
De steen is weggerold, geen ding van papier-maché, geen steen uit een verhaaltje, maar de enorme kei van de tastbaarheid, die langzaam knarsend als de tijd, voor ieder van ons het daglicht wegneemt.
En als we een engel bij het graf willen hebben, laat het dan een echte engel zijn, kwantummechanisch verantwoord, met flink wat haar, goed te zien in het ochtendlicht, gekleed in linnen van een echt weefgetouw.
Laten we niet proberen het minder monsterlijk te maken, voor ons gemak en ons gevoel van schoonheid, zodat we niet, ooit, in een ondenkbaar uur, ons moeten schamen voor het wonder, en overdonderd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's