Niet snel aan licht gewend
Bach en het kerkelijk jaar
Als iemand in het aardedonker waarin we liggen te slapen, plotseling het licht aandoet, schrikken we. Als een reflex trekken we de dekens weer over ons hoofd. Het duurt even alvorens onze ogen aan het licht gewend zijn.
Dr. O. Noordmans sprak over ‘de nevelen van Pasen’, die moeten optrekken voordat de zon kan doorbreken. Daarmee had hij de paasboodschap van met name Markus trefzeker getekend. De vrouwen, op weg naar het graf, zingen geen lofliederen en de hof waar hun de boodschap van Pasen wordt verkondigd, verlaten ze met ontzetting en beving. Van vrees zeggen ze niemand iets. Er is blijkbaar veel voor nodig alvorens een mensenkind gelooft in de opstanding. Het slot van het Markus-evangelie (de oudste handschriften eindigen met vers 8) kan iets teleurstellends hebben. Hadden de vrouwen niet uitbundiger moeten reageren en getuigen? Het is troostvol dat het evangelie zo eindigt. Het doet je ook begrip hebben voor hen die niet één, twee, drie Pasen kunnen vieren.
Pasen blijft overigens elke keer weer een wonder. Prof. K.H. Miskotte moet eens gezegd hebben: ‘Wie niet eerst in diepe verwondering gebeefd en gevreesd heeft in de nabijheid van de Opgestane, kan er niet echt over zingen en van spreken.’
Bijna klagend
De cantate ‘Christ lag in Todesbanden’ (BWV 4) hoort tot de vroege werken van Bach. Hij heeft deze geschreven in 1707 in Mühlhausen, waar de cantate voor het eerst werd uitgevoerd op Eerste Paasdag, in een dienst waarin 1 Korinthe 5:6-8 en Markus 16:1-8 werden gelezen. De cantate heeft een ontwikkeling doorgemaakt en wij kennen vooral de versie uit Leipzig. De compositie bestaat uit een toonzetting van de zeven coupletten van het gelijknamige lied van Maarten Luther. Het is diens vertaling van de middeleeuwse hymne ‘Victimae pascali laudes’ (laten wij het Paaslam eren). De cantate begint niet met een groot juichend koor, begeleid door een majestueus orkest, hetgeen je bij Pasen verwacht, maar met de bijna klagende tonen van een symfonie, als zijn de sporen van de nacht nog niet uitgewist.
Het gehele werk is symmetrisch van opbouw. Na de symfonie is de volgorde als volgt:
1. koraal, 2. duet, 3. solo, 4. koraal, 5. solo, 6. duet, 7. koraal.
Het eerste koraal is een beschrijving van de lijdensgeschiedenis en de opstanding. Het bezingt Christus, Die om onze zonden de dood in gegaan is, opstond uit de doden en ons het leven bracht, tot heil van ons en lof van God. De melodie klinkt in de sopraanstem, nagevolgd door de overige stemmen. Aan het slot treedt ineens een tempoversnelling op, uitlopend in een uitbundig ‘Halleluja’. Elk couplet eindigt overigens met een ‘Halleluja’.
In vers twee uiten sopraan en alt in een duet, de klacht over de grimmige heerschappij van de dood. Bij geen van de mensenkinderen was onschuld te vinden. In het derde couplet, een solo van de tenor, klinkt de jubelende vreugde in zestiende noten. Jezus Christus, Gods Zoon, is gekomen, heeft de zonden weggenomen en de dood weggedaan. Bij het nichts (het niets dat van de dood overblijft) is er een vertraging en houdt alles de adem in van verwondering.
Gevecht
In het vierde couplet, de kern van de compositie, zingen de alten de melodie. Het gevecht tussen leven en dood is hoorbaar. Daarna geeft de bas stem aan het loflied op het Paaslam, het offer Gods voor de mensen. Verwezen wordt naar de nacht van pascha in Egypte, het bloed gestreken aan de deurposten. In de zin Der Würger kann uns nicht mehr schaden (de wurger kan ons niet meer schaden) krijgt het nicht vanwege de herhaling de volle nadruk. De dood kan ons waarachtig niet meer schaden.
In een duet zingen sopraan en tenor van het feest dat we mogen vieren. Het is getoonzet in een feestelijk ritme. Op de woorden, Wonne (vreugde), Sonne (zon) Gnaden (genade) en Herzen (hart) klinken triolen in de zangstemmen. Dit geeft het levendige en vreugdevolle aan. De nacht is voorbij.
Hymne
De cantate eindigt met een vierstemmig koraal, waarin opnieuw naar het paschamaal wordt verwezen, waarin Christus de spijze is en de oude zuurdesem is weggedaan. Het heeft de stijl van een hymne, geschikt voor het instemmen van de gemeente. Van lijden naar opstanding gaat het. Van doodsangst naar het vieren van de overwinning van de dood. Niet in een ogenblik. Zonde en dood zijn niet een handomdraai overwonnen. Dat heeft veel strijd gekost. Onze ogen krijgen de tijd om aan het licht van Pasen te wennen, al wordt het nooit gewoon.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's