De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Blijvende band met Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blijvende band met Israël

Impressie van de synode [I]

7 minuten leestijd

De verkiezing van een nieuwe scriba en de nota over Israël en de Palestijnen – voor beide agendapunten gold dat toen deze op donderdag 10 april op de synode aan de orde waren, er publiekelijk al veel over gesproken was.

Een waardige en hoogstaande discussie. Zo was de synodevergadering van november genoemd, waarin de nota Het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict besproken was. In januari belegde het moderamen enkele hoorzittingen voor bij het Joodse volk of de Palestijnen betrokken organisaties.
Vorige week lag er een herschreven rapport, anderhalf keer zo dik en voorzien van besluitvorming. De twee belangrijkste lijnen zijn dat de kerk zich onopgeefbaar verbonden blijft weten met het volk Israël én dat de kerk zich oecumenisch verbonden weet met de kerken in het Midden-Oosten.

Wegversperringen
Uiteraard ging het in de discussie vooral om de spanning die het bijeenhouden van beide lijnen oplevert. Die spanning werd opgevoerd, doordat het moderamen voor de synodebespreking mevr. Meta Floor en prof.dr. S. Schoon een inleidend woord liet spreken. Meta Floor is vorig jaar uitgezonden naar Sabeel, een oecumenische basisbeweging voor bevrijdingstheologie die werkt onder Palestijnse christenen. Zij typeerde het conflict in het Midden-Oosten als ‘een conflict om een stuk land’. Aan de hand van foto’s toonde ze de (aangrijpende!) gevolgen van de bouw van de Muur voor de Palestijnen, evenals van de wegversperringen op Palestijnse wegen. In navolging van de theologie van Naim Ateek vroeg ze inzet voor recht en gerechtigheid. Helaas bleef dit verhaal in de lucht hangen, omdat met geen woord gerept werd over de reden waarom Israël de muur bouwde: veiligheid.

Prof.dr. S. Schoon, in de jaren tachtig pastor in het Israëlische dorp Nes Ammim, waar hij sinds vorig jaar opnieuw woont, zei dat het ervaren van botsende loyaliteiten beter is dan denken in zwartwitschema’s. Hij hoopte dat de kerk zich – bescheiden vanwege haar verleden – blijft inzetten voor Jood en Palestijn en dat ze overeenkomstig het internationale recht pleit voor een Palestijnse staat. Dr. B. Plaisier noemde beide inleidingen ‘indrukwekkend’, omdat ‘ze ons op toonhoogte brengen’. Deze mening van de scriba van de kerk neemt niet weg dat het een aanvechtbare keuze is dat iemand op eenzijdige wijze namens Sabeel het woord mocht voeren, terwijl tijdens de hoorzitting met deze organisatie twee keer is gesproken. In de lijst genodigden daarvoor ontbrak (bijvoorbeeld) het Centrum voor Israëlstudies, waarin de GZB deelneemt.

Van Darfur tot Haifa
J. van Heijst pleitte namens de commissie van rapport – de commissie van synodeleden die voor de vergadering gezamenlijk de voorstellen bespreekt – voor bespreking van de nota in de classes. Hij was blij met de duidelijker theologische grondlijnen. Het commissievoorstel om de naam van de nota te wijzigen in Het Israëlisch-Palestijns conflict nam de synode over.
Oud. G.M. van der Slikke (classis Goes) zei zich onopgeefbaar verbonden te weten met allen die in de knel zitten, van Darfur tot Haifa. Hij wilde zich alleen verbonden weten met ‘het Israël dat wij uit de Bijbel kennen’, zodat de staat Israël buiten beeld blijft. Slechts enkele tientallen synodeleden ondersteunden zijn voorstel, dat daarmee verworpen was.
Ds. J.D. Kraan (classis Buitenpost) meende dat de nota de dialoog met de islam terugbrengt tot een oproep tot bekering. ‘Dat tijdperk hebben we gehad.’ Hij wilde in het rapport ‘ten minste één keer zeggen dat de kerk niet verbonden is met de staat Israël.’
Ds. R. van den Beld (classis Zeist) was blij met de nota en toonde zich bezorgd dat er onvoldoende mee gebeurt. Hij hoopte dat de nota een impuls aan het werk van de nog bestaande Israël-commissies geeft, want ‘zoveel zijn er niet meer’.
Dr. H. Veldhuis (classis Tiel) herinnerde eraan dat de synode in november ‘oprecht geraakt was door de geschiedenis van het Palestijnse volk’. Hij toonde zich nu ernstig teleurgesteld, omdat ‘het de Palestijnen aangedane onrecht afstandelijk is benoemd. Weten we ons na zestig jaar staat Israël ook zo lang verantwoordelijk voor het Palestijnse volk?’ Ds. Veldhuis meende deze nota niet te kunnen aanvaarden.
Diaken H. Zomer (classis Enschede) zei vanwege zijn kritiek op de staat Israël voor antisemiet uitgemaakt te zijn.
Diaken P. van Poelgeest (classis Rotterdam) citeerde Wilhelmus à Brakel, die in de achttiende eeuw geloofde dat Joden uit alle delen van de wereld naar Kanaän zouden terugkeren. Hij gaf aan dat de schuld van de problemen in het rapport te veel bij Israël gelegd worden.
Ds. P. Verhoeff (classis Alkmaar) onderstreepte dat de synode als kerk, niet als politieke organisatie spreekt. ‘Als we bijbels-theologisch met Israël verbonden zijn, betekent dit geen legitimatie van de wandaden van Israël.’ Hij zei huiverig te zijn voor te vergaande politieke uitspraken.

Volkenrecht
Ds. J. Brouwer (classis Hattem) was dankbaar voor de theologische grondlijnen. Hij informeerde naar het gesprek met de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden. Diaken mevr. C.J. Dam (classis Schiedam) miste aandacht voor het recht op veiligheid van christenen in Gaza.
Oud.-kerkrentmeester M. van der Klooster (classis Dordrecht) toonde zich dankbaar voor de ordenende functie van het volkenrecht. ‘Echter, het echte recht is van Goddelijke oorsprong’. Hij miste de rol van ‘de grote Vredevorst, Die het recht in Zijn binnenste draagt en onrecht verzoent’.
Oud.-kerkrentmeester J. de Waard (classis Brielle) zei dat ‘als je de Heere liefhebt, je ook Zijn volk liefhebt. God zegt dat Israël Kanaän erfelijk zal bezitten. We komen niet uit de precieze omvang, maar daarin zal God voorzien.’
Diaken A.C. Burggraaf (classis Gorinchem) merkte op dat God voor en na de komst van Christus met Israël een eigen weg gaat. ‘Maar geweld wijzen we af.’
Diaken C.G. Elings (classis Ede) toonde zich overtuigd voorstander van het benoemen van de onopgeefbare verbondenheid met Israël. Met instemming citeerde hij dr. H. Vreekamp: ‘Het evangelie van Jezus Christus is onopgeefbaar verbonden met de Schriften van Israël.’ Hij verwoordde zijn grote moeite met de zinsnede dat ‘Jood, christen en moslim drie dochters van één Vader zijn’.
Ds. L.W. van der Sluijs (classis Nijkerk) vroeg ook meer aandacht voor de Messiasbelijdende Joden. Omdat de islam in het Midden-Oosten geradicaliseerd is, vroeg hij of er niet ‘een scheutje Wilders’ in het rapport gekund had.
Dr. C. van Sliedregt (classis Harderwijk) benoemde de door God gegeven unieke plaats van Israël. Hij vroeg of een complex Midden-Oostenconflict ertoe kan leiden dat de kerk eerder politieke dan profetische uitspraken zou doen. De dialoog met moslims zou hij zo willen voeren dat de inhoud van het in 2000 aanvaarde rapport Jezus Christus, onze Heer en Verlosser recht overeind blijft.

Dialoog
Nadat veel sprekers hun visie gegeven hadden, nam de bespreking van tegenvoorstellen en amendementen nog lange tijd in beslag. Met 74 van de 114 stemmen (hoe later op de vrijdagavond, hoe meer van de 154 synodeleden huiswaarts waren) aanvaardde de synode de motie om in het besluit via ‘ontmoetingen met moslims’ te komen tot verdieping van de relatie, te vervangen door ‘dialoog met moslims’. Vrijwel evenveel stemmen haalde het amendement van oud. M.H.H. de Weerd (classis Den Haag) om in het besluitvoorstel nadrukkelijk ‘de betrokkenheid op het Palestijnse volk’ vast te leggen.

                                                            ***
Uiteindelijk stemden slechts drie leden tegen de aanvaarding van het rapport. Het Israëlisch-Palestijnse conflict, dat hiermee uitgangspunt voor het beleid van de kerk in de komende jaren is. Ongetwijfeld zullen allerlei parakerkelijke stichtingen in hun werk voor het Joodse volk eigen accenten blijven leggen. Daarin blijft een spanning liggen. In ieder geval, het is toch de kérk die haar eigen identiteit steeds te zien heeft in het licht van Israël. Zo blijft Israël toetssteen voor onze theologie, ons denken over God. Daarin kwam de veelvormigheid van de Protestantse Kerk opnieuw aan het licht. Gelukkig is de in de kerkorde verwoorde ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ in deze nota overeind gebleven.

In een volgend nummer een bijdrage over de bespreking in de synode van de oecumene.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Blijvende band met Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's