De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Islam en beklaagdenbank

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Islam en beklaagdenbank

9 minuten leestijd

In het Nederlands Theologisch Tijdschrift (februari) schrijft dr. Sipco J. Vellenga een zeer leerzaam artikel over ‘De islam in de beklaagdenbank. Het integratiedebat in Nederland’. Hij wil een antwoord zoeken op de vraag ‘hoe het debat over migranten de laatste vijftien jaar is verlopen en vooral welke factoren daarop van invloed zijn geweest’.
Omdat dit artikel in een wetenschappelijk tijdschrift verschijnt, heeft het een hoog gehalte aan moeilijke woorden en vaktermen. Toch wil ik er vanwege de actualiteit één fragment uit citeren. Vellenga reageert daarin op de vraag hoe het komt dat ‘vanaf het einde van de jaren 1990 in Nederland de omslag plaats vond in de houding tegenover ‘de ander’ (…) en het denken zo sterk een wij/zij karakter heeft gekregen’. Dat heeft volgens hem met twee ontwikkelingen te maken:

Allereerst met het feit dat een fors deel van de Nederlandse bevolking niet goed raad wist met de processen van migratie en globalisering en die ervoer als een bedreiging. Men had het gevoel dat men door de migranten het vertrouwde Nederland kwijtraakte. ‘Er was een gemeenschap van ongeveer één miljoen mensen in de Nederlandse samenleving aanwezig, die eigenlijk niet paste en wellicht zelfs niet wilde passen. In brede kringen heerste nu het gevoel dat het vertrouwde Nederland verloren was gegaan.’ In het verleden had Nederland in het systeem van de verzuiling een vorm gevonden om grote religieuze verschillen onder de bevolking te hanteren. Dit systeem was evenwel goeddeels verloren gegaan en men besefte dat zij in ieder geval nu geen receptuur meer bood. Bovendien werd Nederland nu geconfronteerd met religieus gelegitimeerd geweld, iets waar ze, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland in de Noord-Ierse kwestie, totaal geen ervaring mee had. Tevens was het onduidelijk wat de toenemende invloed van Europa voor Nederland als klein land zou betekenen. En mede ten gevolge van de economische globalisering kwamen verworven rechten en oude zekerheden op de tocht te staan. Men beleefde al deze ontwikkelingen als een bedreiging van de soevereiniteit van Nederland en van de in Nederland opgebouwde verzorgingsstaat. Direct gekoppeld aan deze factor speelt een rol dat het geloof onder de bevolking afnam dat de politieke elite het hoofd zou kunnen bieden aan deze vermeende bedreigingen. Vanaf 2000 daalde het vertrouwen in kabinet, parlement en partijen drastisch. In 2002 halveerde dit vertrouwen zelfs en sindsdien is nog maar iets meer dan een derde van de bevolking van mening dat de overheid goed functioneert.
Vanwege de ervaren bedreigingen van Nederland en het gebrek aan vertrouwen onder de Nederlandse bevolking dat de politiek hierop een adequaat antwoord zou kunnen formuleren, groeide aan de ene kant de behoefte om ‘de ander’ op afstand te zetten en aan de andere kant de behoefte aan een versterking van het ‘wij-besef ’, kortom, de behoefte aan een nationale identiteit die een sterke ‘sense of belonging’ verschaft.
'Sense of belonging' wil zeggen: het gevoel hebben ergens bij te horen. We zien dat de twee nieuwe politieke partijen in ons land daarop inspelen en op hun manier heel krachtig de Nederlandse identiteit onderstrepen: de PVV van Wilders en de ToN van Verdonk. Uit de peilingen blijkt dat ze inderdaad tegemoetkomen aan de behoefte die Vellenga hier aangeeft.

Mohammed en de koran
In het christelijk literair tijdschrift Liter (maart, aflevering 49) staat een uitvoerig gesprek te lezen van de redacteuren Marianne Dingemanse en Gerda van de Haar met de bekende schrijver Kader Abdolah. Het grootste succes oogstte deze uit Iran afkomstige schrijver met zijn boek Het huis van de moskee (2005). In mei zal weer een nieuw boek van zijn hand verschijnen: De koran van de boodschapper. Daarin geeft hij een eigen en eigenzinnige ‘vertaling’ van de koran in combinatie met het levensverhaal van de profeet. Wie wel eens een poging heeft ondernomen om de koran te lezen, zal dat zeker niet met rode oortjes hebben volbracht. Daarom heeft Abdolah een geheel eigen poging ondernomen het boek te vertolken. In het gesprek wordt aan hem gevraagd hoe hij dat dan heeft aangepakt.
Door het een beetje soepeler te maken, een beetje leesbaarder, door saaie en nietszeggende passages weg te halen en door een beetje dieper te gaan, de hele cultuur voelbaar te maken. Het probleem met de bestaande vertalingen is dat die door arabisten zijn gemaakt die de taal meestal op school hebben geleerd. Maar ze hebben niet met de koran geleefd en niet de cultuur van binnenuit ervaren. Ze hebben dus alleen een vertaling van de zinnen gemaakt, maar niet van de geest achter de tekst. En dat kunnen ze eigenlijk ook niet, want dat is hun werk niet. Een arabist moet gewoon woord voor woord en zin voor zin vertalen. Hij moet altijd verder, en hij heeft faalangst, want als hij iets fout doet, wordt zijn werk afgekeurd door collegaprofessoren. Maar ik ben geen professor, ik ben schrijver. En ik mag mijn fantasie de vrije loop laten. Ik mag fouten maken. Ik heb volgens de wet van de koran geleefd. Mijn grootmoeder was gelovig, mijn grootvader, mijn moeder, mijn vader, mijn tante, mijn vrienden: heel mijn huis. Ik begrijp waar het over gaat en daarom kan ik het gemakkelijk vertalen en het gemakkelijker doorgeven.
Ik heb alle honderdveertien soera’s van de koran vertaald. Maar ik heb iets toegevoegd: bovenaan elk hoofdstuk heb ik uitgelegd waar dit hoofdstuk over gaat. Op die manier maakte ik elke tekst wat duidelijker.
Abdolah wil de geest van de koran aan zijn lezers laten zien. Hem wordt daarom gevraagd:
Wat is volgens u de geest van de koran?
De geest van de koran, eigenlijk de boodschap van de koran, wordt heel verschillend ervaren. Mohammed staat bij velen bekend als een fascist, een pedofiel, een dictator, een vrouwenhater, een Jodenhater. Dat klopt niet. Want Mohammed is, allereerst, een mens. Ik heb hem niet als boodschapper, als profeet behandeld, maar als mens. En hij is een dromer. Hij had een droom om zijn samenleving te veranderen. Hij was erg vrouwvriendelijk. Volgens mij heeft niemand in de geschiedenis zoveel voor vrouwen gedaan als Mohammed gedaan heeft. Hij is de eerste die voor rechten van vrouwen opkwam. Vrouwen hadden geen erfrecht in die tijd. Maar Mohammed zei: vrouwen krijgen de helft. Dat was een revolutie. Elke man had twintig of dertig vrouwen en daarnaast nog slavinnen. Mohammed zei: je mag vier vrouwen hebben. Dat was een revolutie. En hij zei: je mag niet met je moeder, je dochter of je tante slapen. Ook dat was nieuw.
Mohammed was bovendien een ondernemer, een leider, een krijgsheer. Hij kon vechten. En hij had iets heel belangrijks: hij had een droom en hij was ervan overtuigd dat hij die droom zou bereiken. En hij heeft die bereikt. Mohammed was de mens in zijn ultieme puurheid, met al zijn ups en downs, met al het geweld dat hij gebruikte, met al de liefde die hij gaf. Hij was nieuwsgierig. Naar alles. Maar omdat de wetenschap nog niet zo ver was ontwikkeld, kon hij daarin geen antwoord vinden op zijn vragen. De antwoorden lagen voor hem bij één persoon en dat was Allah. In zijn cultuuromgeving waren bijna alle volken monotheïstisch. Alleen de Arabieren niet. Mohammed wilde ook zijn samenleving in een monotheïstische samenleving veranderen. En hij was niet bang, want hij had een droom. Hierin zit het verschil tussen mijn vertaling en die van anderen. Tijdens mijn vertaling heb ik iets moois ontdekt en dat was Mohammed
.

Er wordt ook gevraagd of de islam een godsdienst is of een cultuur.
Abdolah geeft dan als antwoord:
De koran kun je vergelijken met vloeistof die in verschillende kannen verschillende vormen krijgt. De islam in Iran is anders dan in Saoedi-Arabië, in Saoedi- Arabië is de islam anders dan in Marokko, in Marokko anders dan in Indonesië, en in Indonesië weer anders dan in China. En de islam in Nederland zal er ook anders uitzien dan de islam in Iran. Elke cultuur heeft eigen waarden en de koran is opgenomen binnen die al bestaande cultuur. In Somalië, waar mevrouw Hirsi Ali vandaan komt, worden vrouwen besneden. Dat heeft niets met de koran te maken, maar ze hebben die met hun eigen, bestaande cultuur gemixt. Wij hebben de geest van de koran overgenomen, met onze Zarathoestra geloof toegevoegd, en de islam de islam van de Perzen gemaakt. Dus de koran is een rivier. Je neemt water, maar het stroomt overal anders.

Dus de godsdienst gaat op in de cultuur, begrijp ik. Die is helemaal cultuurbepaald.’
Ja, helemaal. Ga naar Saoedi-Arabië, en je ziet geen vrouw zonder een sluier. Ga naar Egypte, ga naar Marokko en je ziet vrouwen zonder een sluier. Ga naar Iran: dertig jaar geleden liepen vrouwen in een minirok en nu in een chador. De politiek en de cultuur maken een andere islam. Ook in Afghanistan: in de tijd van de communisten liepen vrouwen daar met een decolleté, maar nu, in de tijd van de Taliban, is het totaal anders. Beide zijn vormen van islam.

Een volop actuele vraag aan het eind van het gesprek luidt: Hoe kan Allah rechtvaardig worden genoemd, terwijl in zijn naam soms de meest onrechtvaardige daden worden gepleegd?
De koran is heel suggestief. Alle zinnen zijn krom en kort. Mohammed vertelt niets compleet, niets. Hij verwijst naar niets, je weet niet waar hij het over heeft. Je kunt er alle kanten mee op. En daardoor haalt iedereen zijn eigen visie uit het boek. De fundamentalisten gaan een andere kant op dan degene die met liefde het boek leest. De koran is een prisma: het licht komt op één plaats binnen, maar gaat verschillende kanten op. Het ligt eraan bij wie de koran binnenkomt. Ik heb er schoonheid in ontdekt. Maar geef je hem aan iemand van de Taliban, dan vindt hij geweld

Het is goed om juist in deze roerige tijden ook iemand aan het woord te laten die vanuit een positieve invalshoek en met een mentale verbondenheid probeert de betekenis van de koran toe te lichten aan buitenstaanders zoals wij allen zijn.

Het NTT is aan te vragen via www.nttonline.nl. Voor Liter is het mailadres: gerrie. wildeman@planet.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Islam en beklaagdenbank

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's