De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De doop centraal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De doop centraal

Catechese kan niet wachten tot kind twaalf is

8 minuten leestijd

Veertig jaar geleden begon ik in Benschop met de catechisatie. De belangrijkste motivatie om dit te gaan doen, was de overtuiging dat de trouw van God het houvast van de gemeente is door de generaties heen. En dat moeten de jongeren weten.

Als ik bij de doopvont in mijn eerste gemeente sta, dan heeft deze plaats iets van heilige grond. Er is in die veertig jaar ontzettend veel veranderd in de wereld en in de plaats van de kerk in de wereld. Het zogenaamde Corpus Christianum, de door het christendom bepaalde maatschappij, is voorbij. Dat valt te betreuren, maar het heeft ook een positieve kant, namelijk dat we teruggeworpen worden op datgene waar het echt om gaat in kerk en geloof. En dat wordt misschien in de catechese wel het scherpst gevoeld.
Waar gaat het dan om? Dat lezen we in Romeinen 6: ‘Weet u niet dat zovelen als wij in Jezus Christus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?’ Het meest centrale in ons geloof, in ons kerk zijn wordt ‘betekend’ en bezegeld in het sacrament van de doop. De doopvont, waar het Woord van God vanaf de kansel weerklinkt, is het zichtbare hart van ons kerk zijn.
Paulus wil de gemeente in Rome aansporen om als leerlingen van Christus Jezus te leven te midden van een perverse, heidense cultuur. In zijn appèl herinnert hij de gemeente aan het feit dat ze gedoopt is. De doop is een handeling van mensen waarin zich een handeling van God Zelf voltrekt. Die handeling van God is dat je wordt ingelijfd in Christus. Dat je daardoor deelt in Zijn heilswerk, zodat je kunt zeggen dat je door het ondergaan in het doopwater met Hem begraven wordt om met Hem op te staan in een nieuw leven. De doop is daarom het meest ingrijpende dat in ons leven kan gebeuren.

Weet gij niet?
Mooi is het dat Paulus zegt: weet u niet dat u gedoopt bent? Je zou denken dat hij daarmee refereert aan de ervaring die de christenen hebben meegemaakt toen ze gedoopt werden. Maar zo is het niet bedoeld. Dr. A. Noordegraaf wijst erop dat Paulus hier denkt aan de catechese die de gemeenteleden in Rome over hun doop hebben gekregen. Daardoor sluit hij ook de kleine kinderen in, die om zo te zeggen op de arm van hun ouders mee gedoopt werden en daarover later onderricht ontvingen. Ook zij weten daarom dat zij gedoopt zijn. We stuiten hier op het kardinale belang van de doop, ook van de kinderdoop. Mijn vraag is of we dat belang wel voldoende gezien hebben. Dr. A. van de Beek zegt heel kernachtig over ons leven met Christus als een leven in doopkleding: ‘We zijn er aan gewend geraakt geen bruiloftskleed aan te hebben (Matth. 22:11-12), maar rond te lopen in een oude spijkerbroek met vlekken. We hebben doop, geloof en wedergeboorte uit elkaar getrokken.’ Hij heeft gelijk. Romeinen 6 geeft hoog op van de doop. Wanneer we er niet in slagen die hoge betekenis te betrekken op de doop aan kinderen, hebben we de slag om de kinderdoop verloren.
De vraag is alleen: hoe komen gedoopte kinderen en jongeren ertoe om uit hun doop te leven? Daar moet de Heilige Geest aan te pas komen. Die staat dan ook al klaar bij de doop, als wij in Zijn naam gedoopt worden. Hij wil door de bediening van het Woord mensen brengen tot het leven als gedoopte mensen.

Onmiddellijk na de doop
Hier zijn we bij de catechese. Ook in de catechese gaat het om bediening van het Woord. Dat gebeurt – anders dan in de prediking – niet op de wijze van de monoloog, maar op de wijze van de dialoog. Maar dan wel als een gekwalificeerde dialoog, waarbij wij het ‘tussenwoord’, maar het Woord van God het eerste en het laatste woord heeft. De doopvont is om zo te zeggen het centrum van de plaats waar de catechese plaatsheeft.
De catechese kan daarom ook niet wachten tot kinderen twaalf jaar zijn. Zij begint onmiddellijk nadat een kind gedoopt is. De ouders zijn de eerste catecheten en zij hebben van meet af aan de opdracht hun kind in het gedoopt zijn te onderrichten op een wijze die bij het kind leeftijd past. Dat geloofsonderricht is erop gericht dat kinderen al jong leren om te leven in hun ‘doopkleding’. De doopjurk mag dan in de kast gaan, maar de doopkleding dient uit de kast te komen. Dat is dat aandoen van de nieuwe mens, waarover Paulus schrijft in Efeze 4:24. Dat is het Christus leren, waarover Hij in hetzelfde hoofdstuk schrijft (vs. 20).

Tien à elf jaar
De kerk heeft de taak om ouders hierin bij te staan. Allereerst om de ouders zelf te instrueren hoe zij hun kinderen kunnen opvoeden als gedoopte kinderen, in de vreze des Heeren. Zoals belijdeniscatechese bij belijdenis doen hoort, zo hoort doopcatechese aan ouders bij de doop van hun kind. Het gedoopt zijn dient centraal te staan in heel de opvoeding. Ook de school kan een helpende hand bieden, hoewel deze een andere doelstelling heeft dan om kinderen te leren leven als gedoopte mensen. Van steeds meer belang is daarom de kindercatechese, al dan niet in samenwerking met de zondagsschool. Het is onbegrijpelijk dat wij de welaangename leeftijd van tien à elf jaar voorbij laten gaan, terwijl wij ervan overtuigd zijn dat deze leeftijd cruciaal is om de eerste beginselen van het gedoopt zijn te leren. Daarom nogmaals een klemmende oproep aan de kerkenraden om deze opdracht ter hand te nemen.

Weten met het hart
Catechese vanuit het diepingrijpende gebeuren van de doop kan nooit alleen maar gericht zijn op zogenaamde historische kennis. Het gaat van meet af aan om geloofskennis, kennis in de relatie met Christus. Wanneer we ervan uitgaan dat de doop niets voorstelt, plegen we ten diepste verraad aan de doop. Dan gebeurt bij ons wat in Nazareth gebeurde: Jezus heeft daar niet veel krachten gedaan vanwege hun ongeloof (Matth.13:58).
Hoe heel anders is deze houding dan die van Paulus in Romeinen 6, als hij zegt: 'weet u niet dat u in Christus Jezus gedoopt bent?' Om dat weten met het hart gaat het in alle catechese vanaf de doop tot aan het eind van ons leven. Wanneer in de leeftijd tot het twaalfde jaar de basiskennis is aangebracht, kan boven de twaalf jaar daarop voortgebouwd worden.
In onze tijd zoeken we daarbij naar nieuwe vormen van catechese. Bijvoorbeeld wat wij mentorcatechese noemen. Catechese waarin na gemeenschappelijk onderricht, groepsgewijs onder leiding van mentoren de informatie wordt verwerkt. Zo zouden er meer nieuwe vormen te noemen zijn. Deze creativiteit is goed, als de kwaliteit van het onderricht, maar ook het principiële uitgangspunt dat catechese catechese van het Woord is, bewaakt wordt.
Laten catecheten en mentoren toch vooral zelf laten zien dat zij in doopkleding leven. Laten zij toch vooral zelf wonen in het geloofsonderricht dat zij geven. En laat catechese vooral pastoraal zijn. Paulus spreekt in Efeze 4:11 over de herder en leraar in één persoon. Graag benadruk ik in navolging van het rapport Kansen voor catechese van de Protestantse Kerk dat de predikant een centrale rol moet spelen in de catechese. Dat betekent niet dat andere gemeenteleden er niet bij betrokken worden, maar nooit als alternatief voor de predikant. De predikant heeft een unieke verantwoordelijkheid en kans om een nieuwe generatie gemeenteleden te leren wat het betekent gedoopt te zijn. Jongeren zonder predikant (herder) zijn te beklagen en de predikant zelf nog meer.

Be-amen
Catechese vanuit de doop is gericht op het be-amen van de doop. Wij kennen daarvoor in onze traditie het prachtige instrument van het doen van de openbare geloofsbelijdenis. Dan mogen we zeggen: nu weet ik dat ik in Christus Jezus gedoopt ben en ik verlang ernaar als gedoopt mens leven. Dat men belijdenis doet in nieuwe kleren is iets moois. Het onderstreept het belang ervan. Maar eigenlijk zouden we in onze ‘doopkleding’ belijdenis moeten doen. En de plek waar we belijdenis doen, zou de doopvont moeten zijn. Kijk daar staan ze, samen rondom de doopvont.
Wanneer men in diverse gemeenten zoekt naar markeringsmomenten die aan het belijdenis doen voorafgaan, dan verdient dat onze steun en doordenking. Het bevordert ook de integratie van catechese en kerkdienst. Dat is hard nodig.
Doop en catechese vormen een twee-eenheid. Verliezen we de kinderdoop, dan verliezen we de catechese. Verliezen we de catechese, dan verliezen we de kinderdoop.

Verschuiving?
Ik eindig met een vraag aan onszelf als catechesecommissie van de HGJB. Is het zo dat er in die veertig jaar een verschuiving valt waar nemen van het verbond naar de doop? Toen, in het begin spraken we voortdurend over het verbond en nu hebben we het ook veel over de doop. Ik denk het niet. Ik zie het zo dat de doop het concrete gezicht van het verbond is en de eigenlijke inhoud van het verbond vertolkt. In de doop wordt zichtbaar dat de belofte van Gods heil, waarom het gaat in het verbond, een nieuwe werkelijkheid schept. Binnen die nieuwe werkelijkheid is catechese ten principale geloofscatechese. Elke andere catechese draagt de mislukking in zich. Sterker nog: een andere catechese is er niet.
Ik eindig niet in mineur. Mijn pleidooi voor het ‘weten’ van Romeinen 6 is geen kijkdoos van Verboom, maar opening van bijbelse perspectieven. Kijk, hier staat de doopvont, de uitbeelding van de belofte van de Heere dat Hij doorgaat met Zijn werk. In Benschop en in al de gemeenten waar de Heilige Geest mensen wil doen leven uit het Woord. Totdat Hij komt. 'Zalig wie het Woord van God horen en het bewaren' (Luk.11:28).

De auteur vierde gisteren in zijn eerste gemeente Benschop zijn veertigjarig predikantschap en nam afscheid van de HGJB-catechesecommissie. Dit artikel is een bewerking van zijn bijdrage aan het symposium ‘Catechese in perspectief ’, dat gisteren in Benschop werd gehouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De doop centraal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's