De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrede in uw vesting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrede in uw vesting

Waarom betrokkenheid op Israël onder ons afnam

8 minuten leestijd

Rust bij onze regering, ook bij onze kerkelijke regering, is veel waard. De sleutel ertoe kan wel eens liggen bij het gebed om de vrede voor Jeruzalem. Daarom klemt de vraag naar de plaats van Israël ook in de kring van de Gereformeerde Bond.

In welk land zijn geen conflicten? Openlijke geweldsconflicten of kleinere, interne kwesties. David, dichter en koning, bidt in Psalm 122 om vrede en rust: ‘Laat vrede in uw vesting zijn en rust in uw paleizen.’ De vrede en de ‘aangename rust’ waarvan de berijmde psalm zingt, hebben te maken met de liefde tot de stad van de grote Koning, waar de zetels van het recht staan. In het gebed voor Israël dragen we niet alleen het Joodse volk aan de God van Israël op, maar ontvangen we zelf ook Zijn zegen.
Zestig jaar naoorlogse geschiedenis van de staat Israël toont ons de hardleersheid van de volken van deze aarde, toont ons het negeren van Psalm 122. Iran en Irak, Syrië en Libanon, Fatah en Hamas, en andere volken hebben zich alle min of meer ontpopt als de vijand van Israël – en de rust in eigen gelederen is ver te zoeken geweest. Aangrijpende oorlogsbeelden hebben we gezien, over verschrikkelijke terreurdaden hebben we gelezen – en het eigen volk is er blijvend slachtoffer van. Wie als regeringsleider welvaart en welzijn beoogt voor de eigen bevolking, moet het net daarom aan de andere zijde uitwerpen en beginnen om de Naam van Israëls Heer te danken. Of moeten we daarvoor wachten tot in het Messiaanse rijk, dat Jesaja (Jes. 9:5, 6) tekent, als hij spreekt over de grootheid van de heerschappij en van de vrede van het Kind, dat de Vredevorst heet?

Ver familielid
De vraag is of kerkelijke ambtsdragers het zoveel beter begrepen hebben dan wereldse heersers. Vorige maand zei de Jeruzalemse rabbijn David Rosen in ons blad dat ‘de kerken afgedwaald zijn van een broederschap met de Joodse gemeenschap naar een afstandelijke houding’. Er was een tijd dat de kerk in Nederland in Israël gezien werd als de beste vriend van de Joodse gemeenschap. Een nabije vriend werd echter een ver familielid.
De betrokkenheid op het Joodse volk is in de kerk sterk afhankelijk geweest van de situatie waarin het volk zich bevond. Na de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse Hervormde Kerk bezig met de verwerking van Israëls terugkeer in de geschiedenis. Israël werd als een geheimenis gezien, maar ook als een téken: een ontroerend teken van Gods trouw én een teken van onze onmacht, omdat weinig christenen voor Israël streden toen het in zijn bestaan bedreigd werd.
In 1970 sprak de Hervormde Kerk uit dat ze de opdracht heeft haar geloof in God te verkondigen en dat haar verbondenheid met het volk Israël van deze verkondiging deel uitmaakt. Internationaal was het de eerste keer dat een kerk zich in een officieel geschrift uitliet over de betekenis van de staat Israël. Wie dit leest, begrijpt de woorden van rabbijn Rosen: beste vriend van de Joodse gemeenschap.

Kerk en synagoge
In de kring van de Gereformeerde Bond heeft deze verbondenheid met name in de jaren tachtig doorgewerkt. Er kwam een Bezinningscomité Israël dat enige jaren lang conferenties belegde, studiereizen voor theologen naar Israël organiseerde en op vrijdagavond samen met de Evangelische Omroep het programma Zicht op Israël verzorgde. Onder de laatste titel verschenen er drie bundels die gemeenteleden confronteerden met de plaats van Israël in het licht van de Bijbel en van de reformatorische traditie. Het was met name dr. S. Gerssen, als hervormd predikant begonnen in Wouterswoude en jarenlang secretaris voor de verhouding van Kerk en Israël, die ons geleerd heeft dat kerk en synagoge niet los van elkaar te denken zijn. Met de veroordeling van Jezus heeft Israël niet afgedaan, hoe inktzwart deze bladzijde in haar geschiedenis is. ‘Men moet ook zeggen dat de Messias Israëls is opgestaan uit de doden en daardoor het voortbestaan van het volk op een voor ons ondoorzichtige wijze gesteld heeft in het licht van de toekomst.’ Dr. Gerssen bepleitte het openen van de kerkdeur naar het jodendom, overigens niet in de verwachting snel tot overeenstemming te komen. Want wat overblijft, is een mysterie, een raadsel, ‘een niet in systeem te brengen spanningsverhouding die op weg naar de voleinding van de wereld volgehouden moet worden’.

Bekering der Joden
De nieuwe betrokkenheid op Israël van een kwarteeuw geleden mag ook verklaard worden vanuit liefde voor de theologie van de Nadere Reformatie. Dat was een tijd dat er veel Joden in ons land woonden, zodat vanwege hun invloedrijke positie in de samenleving het theologische gesprek met hen gezocht werd. Voetius noemde bij voorbeeld onenigheid in visie op het gezag van de Bijbel in de kerk voor de Joden een steen des aanstoots, terwijl de slordige levenswandel van veel christenen een valstrik is, waardoor zij níet tot jaloersheid gebracht zouden worden.
Bij alle verschil in visie op de plaats van het Joodse volk – de bekering van de Joden was een gedeelde passie, een motief om zich intensief met hun plaats in de heilsgeschiedenis bezig te houden. In het naoorlogse Nederland missen we de aanwezigheid van Joden in ons straatbeeld. En terwijl de kennis van de geschriften uit de Nadere Reformatie afneemt, betekent dit voor ons dat deze impulsen om de bekering van de Joden en daarin heil voor de wereld biddend te verwachten, er nauwelijks nog zijn.

Palestijnse volk
Sinds 2002 bestaat het Centrum voor Israëlstudies, een samenwerkingsverband van de GZB, de CHE en de deputaten Kerk en Israël van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Het centrum stimuleert de bezinning op de praktijk van de joods-christelijke ontmoeting. Dit mooie werk neemt niet weg dat de brede en diepgaande bezinning uit de tijd van het hervormd-gereformeerde Bezinningscomité Israël voorbij is. ‘Het was een hype’, zei me ooit een theoloog die er van nabij in betrokken was. Het is even erg als de constatering van een uitgever die een boekje over zending in een kleinere oplage deed verschijnen: ‘Want zending verkoopt niet.’
De politieke en militaire verwikkelingen in Israël hebben gemaakt dat velen anders tegen land en volk zijn gaan aankijken. In december 1987 ontlaadde de collectieve frustratie van de Palestijnen zich in een volksopstand tegen de Israëliërs: de zogenoemde intifada, die drie jaar duurde.
Vanaf 2000 ontstaat de tweede intifada, die de eerste in intensiteit en aantallen doden ruimschoots overtreft. De wereld kijkt verbijsterd toe hoe het bloedige geweld escaleert naar een bijna-oorlog. De intifada’s eisen honderden slachtoffers aan beide kanten, onder wie veel vrouwen en kinderen. Het aantal zwaargewonden loopt in de duizenden. De roep om gerechtigheid voor de Palestijnen wordt sterker, waarbij de discussie in de kerken zich toespitst op de vraag hoe de onopgeefbare verbondenheid met Israël zich verhoudt tot recht doen aan het Palestijnse volk.

Paulus
Laten we leren in de gemeente van Christus dieper te kijken dan wat voor ogen is. Als onze meningsvorming vooral plaatsheeft op basis van wat de krant meldt of het journaal laat zien, missen we oog voor de blijvende plaats van Israël in het heilshandelen van God. Dan versmallen we de prediking uit het Oude Testament door te vergeten dat Israël de eerste hoorder van het Woord was én is. Nog altijd staan er beloften voor het volk van Gods verbond uit.
Ligt er in het zestigjarig bestaan van de staat Israël voor ons een aansporing om Israël in de prediking de plaats terug te geven die het vanwege het heilshistorisch handelen van God hoort te houden? Johan de Heer zei ongeveer honderd jaar geleden dat elke Jood die hij tegenkwam, ‘een handtekening van God is onder alle beloften die Hij in de Bijbel gegeven heeft’. Hoe nodig is het dat ook in de vorming van aanstaande predikanten hiervoor blijvende aandacht is. Dan zal in de gemeente het gebed voor haar bekering, waarin Paulus ons hartstochtelijk voorgaat, volgen.

Man van Smarten
De kerk mag naar Israël uitstralen dat ze in de Knecht des Heeren, de Man van Smarten haar Zaligmaker vond. Er is verzoening door het bloed van het kruis, waardoor Christus onze vrede is, omdat de tussenmuur die scheiding maakte, afgebroken is (Ef. 2:14).
Tegelijk kan de kerk niet anders dan zich bezighouden met het geheimenis van Israël. Hoe kan het dat de Joden op weg naar de gaskamers bleven zingen: ‘Hoor Israël, de Heere onze God is een enig Heere’? Waar komt die toewijding van bidders bij de Klaagmuur vandaan? Wat leert Israël ons over onze positie als kerk, die in een gebroken gestalte haar weg gaat?
De blijvende overdenking van het geheim van Israël, van vrede voor Jeruzalem, is de doodsteek voor elke gearriveerdheid van de kerk en houdt ook de hervormd-gereformeerde beweging bij de rechtvaardiging van de goddeloze. Wie Israël zegent, wordt gezegend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vrede in uw vesting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's