De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Israël halverwege kwijtraken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Israël halverwege kwijtraken

Volk van God moet ons bijbellezen stempelen

14 minuten leestijd

Ik was nog niet zo lang predikant toen ik preekte over het bekende hoofdstuk 37 van Ezechiël. Na de dienst sprak een oudere ouderling mij als jonge dominee toe: ‘Ik hoop dat u zo mag doorgaan.’ Hij had duidelijk met hartelijke instemming geluisterd.

Ezechiël 37 is het hoofdstuk waarin de profeet het visioen krijgt waarin hij een dal vol doodsbeenderen ziet, die levend worden. Onlangs las ik deze preek nog eens door. Zo doorgaan? Ik wil die vraag nu met ‘ja’ én ‘nee’ beantwoorden. Waarom?

Zo doorgaan? Ja
Wanneer wij de Bijbel ter hand nemen om deze te lezen en te bestuderen gaat het erom de betekenis van een bepaald gedeelte te ontdekken. Dit kunnen we doen door een drietal vragen te stellen. Vragen, die dus ten doel hebben om de betekenis van het Schriftgedeelte te verstaan. Ik zou ze als volgt willen verwoorden.
Om te beginnen vragen we ons af wat het Schriftgedeelte de toenmalige hoorders te zeggen had. We exegetiseren de tekst, we bekijken de context en proberen er zo achter te komen welke boodschap er voor de toenmalige luisteraars in zat. In het genoemde gedeelte, Ezechiël 37, hoorde ik een belofte van terugkeer uit de ballingschap voor de Joden toen. Het volk Israël zat in Babel. Het leek op een dal vol dorre doodsbeenderen. Wat moest ervan terechtkomen? Maar Ezechiël mocht profeteren dat er een opwekking zou plaatsvinden. Het volk zou weer tot leven komen. De eerste hoorders werden op deze wijze geweldig bemoedigd: We keren terug uit de ballingschap.
In de tweede plaats stellen we bij een bepaald Schriftgedeelte de vraag: kunnen we de lijn naar het Nieuwe Testament ontdekken? Anders gezegd: hoe komt het evangelie van de Heere Jezus in dit gedeelte naar voren? In het Nieuwe Testament liggen de zaken vrij duidelijk. Maar in het Oude Testament moet je soms wat langer op de tekst kloppen, voordat de Heere Jezus eruit springt (Luther). In bovengenoemd Schriftgedeelte kwam ik via de derde vraag bij de Heere Jezus uit.
Want de derde vraag die we stellen is: wat heeft dit gedeelte ons te zeggen? We zoeken naar de toepassing voor ons hart en leven. In de preek over Ezechiël 37 kwam ik terecht bij de levendmaking. Wij lijken op die dorre doodsbeenderen in dat dal. Maar God weet door Zijn Geest ons levend te maken. Hij behoeft maar te spreken en het is er.
Toen kon ik ook de tweede vraag beantwoorden. Want dit nieuwe leven is te danken aan de Heere Jezus, Die dood geweest is, maar levend is geworden.
Zo doorgaan? Ik wil die vraag nog steeds met ja beantwoorden.

Zo doorgaan? Nee
Bovengenoemde vragen zijn, denk ik, nog steeds van wezenlijk belang. Door deze vragen te stellen dringen we door tot de betekenis van de Bijbel voor ons. We proberen de Heere Jezus te ontdekken en wat Hij voor ons betekent. Ik stel deze vragen nog steeds. Tegelijkertijd zeg ik: ‘Zó doorgaan? Nee.’ Waarom niet?
Ik raakte Israël tijdens de preek kwijt. Ik had voor het concrete Godsvolk van vandaag en morgen geen oog meer. Ik vroeg me niet af: heeft dit Bijbelgedeelte blijvende betekenis voor Israël? Ik noemde in het begin van de preek Israël, de eerste hoorders, maar de preek ging verder over ons. Maar wie zich onopgeefbaar met het volk Israël verbonden weet, kan en mag bij het bijbellezen dit volk niet vergeten. Het is juist de bedoeling dat Israël onze omgang met de Schrift kleurt en stempelt. Maar hoe kan dit? Om hier meer oog voor te krijgen zou ik een aantal overwegingen of leesregels willen
geven.

Leesregels
Gods trouw aan Zijn verbond. Het is de apostel Paulus die in de bekende hoofdstukken 9 tot en met 11 uit de Romeinenbrief erop wijst dat God Zijn volk niet heeft verstoten. Zijn beloften aan dit volk gedaan zijn onberouwelijk.Israël is niet alleen in het verleden
van betekenis geweest voor de heilsgeschiedenis. Maar God heeft, ondanks het feit dat het de Christus verworpen heeft, Zijn volk niet losgelaten. In het verleden niet, vandaag niet en in de toekomst niet. Gods verbond houdt stand. En wij, christenen uit de
heidenen, schrijft Paulus, zijn dankzij Jezus Christus bij dit verbond ingelijfd. Als takken zijn wij in de olijfboom van Gods verbond met Israël ingelijfd. Wie zo Paulus verstaat, kan het huidige volk Israël niet vergeten. Nationaal en geestelijk herstel van Israël.
Dat God aan Israël trouw blijft, moet ons steeds bij het bijbellezen voor ogen staan. Dit betekent concreet dat we bij de Schriftstudie niet alleen de bovengenoemde drie vragen stellen, maar ook: wat heeft dit gedeelte Israël nu te zeggen? Dan worden we ervoor bewaard om een Schriftwoord alleen op de kerk toe te passen. Als we dan nog weer even aan Ezechiël 37 denken, zullen we er niet omheen kunnen hierin ook een belofte van een nationaal en geestelijk herstel in de toekomst te horen. En mogen we dan niet denken aan 1948? En is er dan geen lijn te trekken van Ezechiël 37 naar Romeinen 11:26: ‘En alzo zal geheel Israël zalig worden’? Door op deze wijze de Bijbel te lezen, ontdekken we dat Israël nog hoogst actueel in het heilshandelen van God is.
Als we zo de Bijbel lezen, worden we ook bewaard voor het vergeestelijken van bepaalde profetieën. Ik denk bijvoorbeeld aan wat de engel Gabriël in Lukas 1:32 en 33 zei: God zal Jezus de troon van Zijn vader David geven, Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn. We hebben de neiging deze woorden gauw te vergeestelijken. Maar mogen
we er toch ook niet een belofte voor het huidige Israël in horen? Hoe? Pasklare antwoorden liggen hier niet voor het grijpen. Desondanks mogen we zo met de Bijbel
in de hand toch iets van Gods wonderlijke weg met Zijn volk ontdekken.

Joodse uitleg
Niet dat de Joodse uitleg voor ons steeds bepalend is, maar door kennis te nemen van de Joodse uitleg van het Oude Testament kan soms verrassend licht op bijbelgedeelten
vallen. Zo heeft de kerk eeuwenlang nauwelijks nagedacht over de concrete landbelofte, terwijl de gesprekken hierover in de Joodse geschriften al volop gaande waren. Hopelijk brengen deze overwegingen ons tot een dieper verstaan van
de Schriften en van Gods weg met Israël. Laten we daarbij het gebed voor dit volk niet vergeten. Juist ook omdat het ons pijn blijft doen dat Israël Jezus Christus als de Messias (nog) niet erkent. Maar we mogen weten, vanuit de Schriften, dat we op weg zijn naar die toekomst, waarin gelovige Joden en heidenen de lof zullen bezingen op
de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

P.J. Teeuw

 J.C. Ryle preekt in 1868 over terugkeer van Joden.
Eeuwenlang heeft er in de kerken van Christus een vreemde en in mijn ogen niet te rechtvaardigen manier van omgaan bestaan met het woord ‘Israël’. Het is uitgelegd in vele passages van de Psalmen en de profeten alsof het uitsluitend ging om heidense gelovigen. Zijn er geen beloften die aan Israël ontstolen zijn? Mensen hebben voortdurend te horen gekregen dat deze beloften bestemd zijn voor christelijke heiligen. Zijn er niet vele glorierijke beloften waarvan gezegd wordt dat ze ter vervulling gereed liggen voor Israël? Altijd is er aan de mensen verteld dat ze de overwinningen en triomfen van het Evangelie in de kerken beschrijven. Er zijn hiervoor bewijzen te over en dus behoef ik er geen aan te halen. Er is geen mens die de enorme overdaad aan commentaren en populaire gezangen kan lezen, zonder besef te hebben of te krijgen van dit systeem van uitleg waar ik het nu over heb. Ik heb lang tegen dat systeem geprotesteerd en ik hoop dat te blijven doen zolang ik leef.

John Charles Ryle in 1868
Israël ‘leeft’ vandaag niet heel sterk in christelijke kring. Interessant genoeg hield de kerk zich in vroeger eeuwen intensief bezig met de vraag wat de profetieën van het Oude Testament over de terugkeer van de Joden naar het oude Kanaän betekenen. En dat, terwijl van een terugkeer, laat staan van een Israëlische staat nog helemaal geen sprake was.
In Engeland en Schotland leefden in de zeventiende en achttiende eeuw onder puriteinse christenen sterke belangstelling en verwachting voor Israël. Mede door hun invloed is deze interesse ook opgebloeid in de Lage Landen.

Appèl
De eerste Anglicaanse bisschop van Liverpool, John Charles Ryle (1816-1900), leverde een opmerkelijke bijdrage. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Londense Vereniging ter Bevordering van het Christendom onder Joden in mei 1868 preekt hij naar aanleiding van Jeremia 31:10: ‘Hoort des Heeren Woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal hen weer vergaderen en hen bewaren als een herder zijn kudde.’ Een fragment uit de preek is hiernaast afgedrukt.
Deze tekst bevat volgens Ryle zowel geschiedenis als profetie. De verstrooiing van Israël is een historisch feit. De vergadering van het Joodse volk ligt echter nog in het verschiet. Daarom betekenen deze profetische woorden voor Israël een boodschap van hoop, terwijl ze voor de heidenen een bevel inhouden, zegt Ryle. Ze zijn een appèl van God aan de kerken van Engeland, Schotland en Ierland, maar ook van Duitsland, Zwitserland, Holland, Zweden, Denemarken en Amerika. Deze stem tot het hele christendom roept op om Gods wil aangaande het Joodse volk bekend te maken. Een visie die voor de discussie in de synode van de Protestantse Kerk nog van betekenis is!

Israël is Israël
Het eerste waar Ryle zijn hoorders op wijst, is de betekenis van de naam Israël. Het woord komt bijna zevenhonderd keer voor in de Bijbel. In de kerk der eeuwen is deze naam dikwijls verkeerd geduid, omdat christenen meenden dat de gelovige heidenen ermee bedoeld werden. Daardoor zijn veel beloften aan Israël ontstolen. Ze zagen over het hoofd dat nog ‘vele glorierijke beloften’ ter vervulling voor Israël gereed liggen. Altijd werd echter verteld dat deze beloften de overwinningen van het evangelie in de kerk beschrijven. Ryle protesteert heftig tegen deze manier van bijbeluitleg, waarbij de toekomst van Israël wordt vergeestelijkt en de beloften exclusief op christenen worden toegepast. De gedreven prediker werpt de vraag op: ‘Waar vinden we een bewijs in het Nieuwe Testament dat het woord Israël op iemand anders kan worden toegepast dan alleen op de natie Israël? De gelovige heidenen worden wel aangeduid als ‘mede-erfgenamen en mededeelgenoten van Zijn belofte’ (Ef. 3:6), maar nergens worden zij Israëlieten genoemd.’ De foutieve uitleg van het begrip ‘Israël’ is volgens Ryle de oorzaak dat psalmen en profetieën zo dikwijls verkeerd worden geïnterpreteerd. Ryle geeft zijn hoorders de vriendelijke vermaning mee om zich voortaan aan de letterlijke betekenis van de bijbelwoorden te houden en zich te hoeden voor een systeem van allegoriseren, vergeestelijken en aanpassen. De school van de kerkvader Origenes is daarmee begonnen en dat heeft lang en breed doorgewerkt in de christelijke kerk. ‘Houd voor zeker dat wanneer u de psalmen en de profeten leest, Israël Israël betekent, evenals Sion Sion en Jeruzalem Jeruzalem. En ten slotte: Welke invulling u geeft voor uw ziel wat betreft de woorden die God spreekt tot Zijn oude volk, verlies de eerste betekenis van de tekst nooit uit het oog.’

Volk dat alleen woont
In de visie van Ryle beschrijft Jeremia in deze tekst precies de situatie waarin het Joodse volk zich in zijn tijd bevindt en zich in de voorafgaande periode heeft bevonden. Ze zijn een verstrooid volk. Relatief weinig Joden zijn na de diverse ballingschappen teruggekeerd naar het beloofde land. Hoezeer het echter verstrooid is geraakt, vernietigd is het Joodse volk nooit. Het is aldoor een apart volk gebleven, weliswaar zonder koning, zonder land, maar het is nooit verloren gegaan of in andere volken opgegaan. Ondanks alle vervolging zijn ze ook nooit afgevallen van het geloof van hun vaderen. Geen volk op deze aarde heeft zo’n grote nationale vitaliteit als Israël. Altijd en overal bleef het zichzelf: een volk dat alleen woont.
Over de oorzaak van Israëls verstrooiing kan volgens Ryle geen misverstand bestaan. Ze is een regelrecht gevolg van de zonden, het negeren van de voorrechten, afwijzen van profeten en boodschappers en de uiteindelijke weigering om Jezus Christus te ontvangen. Daarmee heeft het volk Gods toorn over zich afgeroepen. De verstrooiing moet worden gezien als een waarschuwing aan het adres van de kerk uit de heidenen. ‘En wat zegt God tot de kerken van Christus in deze tijd? Hij zegt: ‘Heb geen hoge dunk van uzelf, want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart.’ (Rom. 11:20, 21).’

Zonneklaar
Intussen bevat het woord van Jeremia ook hoop voor Israël. Ryle realiseert zich dat hij zich hiermee op het gebied van de onvervulde profetie begeeft en dat diepe eerbied en voorzichtigheid geboden zijn. Ondanks alle problemen en de veelheid van meningen mogen we er toch niet met een boog omheen lopen.
Voor Ryle zijn twee zaken zonneklaar: Hij is overtuigd van de persoonlijke terugkeer van Jezus Christus voordat het duizendjarig rijk aanbreekt. Ryle ontpopt zich in deze preek als een rasechte prechiliast. Het tweede wat voor hem als een paal boven water staat is de ‘letterlijke vergadering van de Joodse natie en hun terugkeer naar hun eigen land’. Hoewel deze zaken voor Ryle niet essentieel zijn voor het persoonlijke heil, zijn deze waarheden voor hem toch net zo zeker als bijvoorbeeld de godheid van Christus.

Geen twijfel mogelijk
We kunnen en mogen de belofte van Jeremia 31:10, dat Israël weer vergaderd zal worden, niet toepassen op een eerdere gebeurtenis. Het is iets dat nog moet plaatsvinden, aldus Ryle. Nog nooit is aan hun verstrooiing een definitief einde gekomen.
Over details wil de bisschop niet uitweiden. Zullen de Joden eerst bekeerd worden of mogen ze onbekeerd het land in bezit nemen? De prediker laat de kwestie rusten, al acht hij het laatste niet uitgesloten. Ook gaat hij niet nader in op de toekomstige heerlijkheid van Jeruzalem of op de laatste belegering van de heilige stad, die nog zal plaatsvinden.
Over bijkomstigheden kan verschil van mening bestaan, maar over de hoofdzaak, het toekomstige herstel van Israël in het land der belofte, is geen twijfel mogelijk. Wie deze waarheid van vraagtekens voorziet, geeft volgens Ryle toe aan vermomd scepticisme en versluierd ongeloof.

Christelijke plicht
De heilvolle verwachting voor het Joodse volk kan voor een christen nooit een vrijblijvende zaak zijn, maar heeft heel praktische consequenties. Niet dat de beloofde terugkeer van de Joden afhangt van menselijke inspanning; God Zelf draagt er zorg voor. Zoals geen mens ter wereld – geen paus en geen president, geen koningin en geen keizer – invloed heeft op het ondergaan van de zon ’s avonds, net zo min kunnen wij de vervulling van Gods beloften beïnvloeden. Ze zullen op Zijn tijd gerealiseerd worden.
Toch hebben christenen en kerken wel een heilige roeping ten aanzien van de Joden. Ryle noemt puntsgewijs een aantal plichten:
1. Christenen hebben de plicht om de geestelijke bekering van de Joodse natie een speciale plaats in hun gebed te geven. Daarbij moeten wij voortdurend bedenken hoeveel wij aan de Joden te danken hebben. Beseffen wij dat iedere bladzijde van de Bijbel – onder Gods inspiratie – door Joodse handen is geschreven? Laten we niet vergeten dat we ieder hoofdstuk van het heilige Boek – na God – te danken hebben aan Israël. En denken wij er wel eens aan dat de eerste predikers van het evangelie allemaal Joden waren?
2. Christenen moeten hun best doen om struikelblokken voor Joden uit de weg te ruimen. Alles wat hen ergert in het christendom en wat hun bekering in de weg staat, moet worden vermeden. Daarbij moet vooral worden gedacht aan het onheilig en slordig leven van veel christenen. En niet te vergeten aan de afgoderij die welig tiert in de Rooms-Katholieke Kerk.
3. Christenen moeten alles in het werk stellen om de bekering van de Joden te bevorderen. Daarbij mag niet worden vergeten dat ze een bijzonder volk zijn, dat een totaal andere benadering nodig heeft dan de heidenen.
4. Betrokkenheid bij Gods weg met Israël vraagt volgens Ryle van christenen ook dat ze acht moeten slaan op Gods beloften voor het Joodse volk. De Joden zijn en blijven beminden omwille van de vaderen. 'Wie Israël zegent, zal gezegend worden, maar wie Israël vervloekt, zal zelf vervloekt zijn' (Num. 24:9). ‘Is er onder u iemand die Gods bijzondere zegen verlangt? Laat hem arbeiden voor de bekering van Israël en zegen zal niet uitblijven.’

M. van Campen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Israël halverwege kwijtraken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's