Een eeuwigdurende bezitting
Ballingschap maakt eind aan landbelofte
God heeft Abraham het land Kanaän beloofd als een eeuwigdurende bezitting voor zijn nageslacht. Dat was zo ongeveer even lang vóór Christus als we nu na Christus leven. Meer dan ooit is die belofte onderwerp van gesprek, sterker: van debat en van geweld.
Over Israël en het land kunnen we niet eenduidig spreken. Het land is niet Israëls eigen land. Het is het land Kanaän. Het is het land waar de Kanaänieten woonden – en de Amorieten en nog vele andere volken. Abraham komt er als vreemdeling wonen en zo ziet ook Jakob, door God Zelf Israël genoemd en Israël bij uitstek, zijn verblijf in het land. Hun enig bezit is hun graf, dat ze moesten kopen van de Hethieten, die het land van de Kanaänieten verkochten als was het hun bezit.
Als Israël het land krijgt, dan is dat een gave van God aan hen. Het is alleen Zijn vrije beschikking, zonder dat daartoe redenen waren in Israël. Alleen Gods belofte aan Abraham is de basis voor die gave.
Eeuwigdurend
Eens gegeven blijft gegeven. Dat geldt zeker voor wat God schenkt. Hij heeft het land aan Israël gegeven en zij mogen het voorgoed als hun eigendom beschouwen. Dat wil zeggen: het komt geen ander toe. Het blijft wel altijd het land van de Heere. Israël leeft er bij Zijn gratie.
Het land is daarom niet alleen Israëls land, maar bovenal Gods land. In dit land is Zijn woning, die Hij gekozen heeft. Die woning blijkt uiteindelijk Jeruzalem te zijn, waar het huis van David mag regeren in Zijn naam. Dat betekent ook dat het volk Zijn verordeningen moet houden. De koning doet bij uitstek waartoe heel Israël geroepen is: het heiligen van de Naam. Zo is het land een heilig land, waar de Heilige Zijn woning heeft en waarheen alle volken der aarde zullen komen om te aanbidden.
Uiteindelijk zal het heilige land zich uitstrekken over de hele wereld en over alle tijden. Dan zullen er geen grenzen meer zijn, omdat de hele wereld heilig land is geworden.
Voorwaardelijk bezit
Tot heel de aarde heilig is, zal het land waarin Israël als heilig volk mag wonen, een heilig land zijn. Zo moet Israël daarin leven. Het is een beloofd land met een doel. Als Israël dat doel vervult, zal de zegen zich uitstrekken tot alle volken van de aarde. Als Israël het land ontwijdt, zullen ze alle vervloekingen die er op aarde zijn, ondergaan en uit het land worden uitgeroeid.
Het laatste is bewaarheid geworden. De stad waar God Zijn Naam had gesteld, is verwoest. De tempel is verbrand. Het huis van David is geen koning meer. Het volk is uit het land verdreven. Waarschijnlijk zijn er velen achtergebleven. Maar het is niet meer hun eigen land, waar zij wonen in hun bezitting als geschenk van God. De landbelofte is voorbij.
We moeten niet onderschatten wat in 586 v Chr. gebeurd is. Het is niet minder dan de zondvloed. Het is voorbij met Israël en het beloofde land. Vaak wordt de ballingschap gezien als een soort intermezzo van enkele tientallen jaren. Het is echter geen intermezzo, maar het einde.
Om Zijn grote Naam
Toch keert Israël terug uit de ballingschap. Dat is echter niet terug naar wat het was. Het oude is definitief voorbij. Nooit heeft Israël meer als zelfstandig volk kunnen leven zonder de grootmachten om zich heen. Daarin was de tijd van de Makkabeeën niet meer dan een adempauze. Nooit meer is het huis van David koning geworden. Het slot van Psalm 89 staat nog altijd overeind. Erger nog: in de herbouwde tempel is geen ark meer. De laatste keer dat over de ark wordt gesproken is onder Josia (2 Kron. 35:3). De tweede tempel is niets anders dan een lege huls. Er is niet meer de troon van God Die woont boven de cherubs.
Toch is de terugkeer niet niets. Het is inderdaad vervulling van Gods beloften. Maar het is niet de terugkeer naar de toestand als voorheen. Het is alleen de voorbereiding van wat God Zelf gaat doen om Zijn heilige Naam op aarde te heiligen. ‘Ik doe het niet om uwentwil, maar Ik doe het om mijns heiligen Naams wil.’
In het uit de verstrooiing bijeengekomen groepje Joden in Palestina, waar in Jeruzalem de Romeinen de dienst uitmaken, komt Israëls God Zelf in hun midden. Hij gaat Zelf alles wat geschreven is vervullen (Luk. 18:31). Dat betekent: Hij gaat Zelf hun dood vervullen. Hij sterft als de Koning van Zijn volk, als de Zoon van David, voor wie het ‘Hosanna in de hoogste hemelen’ klinkt. Hij is gekomen tot het Zijne – en als de zijnen Hem niet aannemen, dan neemt Hij de zijnen aan die door Zijn Geest met Hem sterven en een eeuwig Koninkrijk verwerven. Er blijft een rust over voor het volk van God.
Alleen door de dood heen, alleen door het oordeel heen, alleen door het einde heen worden Gods beloften vervuld. Dat geldt ook voor de belofte van het land. Het is voorbij. Het was al voorbij in de ballingschap. Dat is bevestigd in de kruisdood van Jezus.
Nieuwe hemel, nieuwe aarde
Jezus is opgestaan uit de doden. Hij is de wortel Davids en zo heeft Hij de sleutels van de geschiedenis in handen. Hij is het Lam dat geslacht is. De gekruisigde Christus heeft alle macht. Als alles in Hem vervuld is, dan is alle aardse heiligheid gestorven, ook die van het heilige land. En als Hij is opgewekt, dan is Hij opgewekt tot onze rechtvaardigmaking: om ons te laten delen in Zijn gerechtigheid. Dat is de vervulling van Zijn gerechtigheid in het beloofde land. En als die vervuld is, dan zijn er geen grenzen meer. Dan zal de gerechtigheid de aarde bedekken zoals de wateren de bodem van de zee. Dan is er dus geen enkele reden meer voor een afzonderlijk heilig land.
Tussen de tijden
Alles is in Christus vervuld. Daar mogen we geen letter van afdoen. We wachten slechts op de voltooiing, zoals een moeder wacht op de voltooiing van de bevalling, juist als de tijd van de verwachting definitief en absoluut voorbij is in het kraambed.
In deze korte tijd (Openb. 6:11, die voor de betrokkenen een eeuwigheid kan lijken) is de kerk in voortdurende strijd. Er zijn steeds weer machten die de vervulling in Christus ontkennen. Zij willen de aarde aan hun eigen macht onderwerpen. Het zijn de mensen van voor de zondvloed – de mensen van de cultuur, de techniek en de macht (Gen. 4:17-24), en die denken dat ze de wereld daarmee redden. Tegenover die mensen is Israël de bondgenoot van de kerk: zij heeft
vervolg op pagina 8
de geboden; zij heeft de Naam ontvangen; zij herinnert aan een koningschap van andere orde, aan gerechtigheid en aan een land van vrede en heiligheid. Dan is het goed dat er Joden zijn en dat er een synagoge is. Het verhindert christenen zomaar de wereld van Lamech en Tubal-Kaïn, van Jubal en Jabal in te lopen. Tussen de zondvloed en ons zit gelukkig Israël. Tussen de wereldheerschappij van de toren van Babel en het Koninkrijk van Christus zit gelukkig het beloofde land: het heilige land.
Het land Israël ontneemt ons onze ideologieën van menselijke wereldvrede. Het is goed dat het land er is. Als menselijke ideologieën over wereldheerschappij zich al te groot willen maken, dan blijkt er ineens dat vreemde volk. Dan blijkt het zelfs ineens een claim te leggen op een land. Daarover breken wereldheersers hun benen en hun nek. Daarover breken christenen hun hoofd en soms hun benen als ze het met de wereldheersers eens willen worden.
Twistappel
Het is goed dat het land er is – om de voortdurende onvoltooidheid van de wereld onder ogen te brengen. Het zal dus ook, zo lang deze aarde blijft bestaan, een twistappel zijn. Want tot zo lang is de aarde niet vol van de gerechtigheid van Israëls God. En het zal het meest een twistappel zijn als christenen het op een akkoord gooien met de wereldmachten.
Wat dat betreft had Julianus de Afvallige net zo’n soort profetisch inzicht als Kajafas, toen hij de tempel voor de Joden wilde laten herbouwen: beter een tempel voor de Joden dan Gods Koninkrijk op aarde. Als de kerk en de grote politiek het op een akkoord gooien, dan komt er algauw een Joodse spelbreker – in het uiterste geval een terugkeer uit de ballingschap of uit de verstrooiing.
Als de kerk in dit spel gemene zaak wil maken, dan liever met Israël dan met de wereldmachten. Israël staat altijd nog tussen God en de wereld in. Maar er is een uitnemender weg: die van het behoren bij Christus en Zijn eeuwig Koninkrijk – Die de hele kosmos in eigendom heeft als een eeuwigdurend bezit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's