Eensgezind
Meditatie: Handelingen 1:14
Je zou iets anders verwachten. Als iemand vertrokken is, is het meestal even stil. Afscheid nemen doet nu eenmaal pijn. Noordmans zegt ergens: ‘Wij hebben eerder het gevoel dat, terwijl Jezus ten hemel is gevaren, de discipelen uit de hemel gevallen zijn.’
'Dezen waren allen eensgezind (...), met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus en met Zijn broers.'
Lukas schetst een ander beeld. Aan het slot van zijn eerste boek meldt hij dat de discipelen terugkeerden ‘naar Jeruzalem met grote blijdschap’ (Luk. 24:52). In zijn tweede boek pakt hij de draad weer op. Alsof hij zeggen wil: moet je eens kijken wat er gebeurt.
Leerlingen
Allereerst noemt hij Petrus. Wie kent hem niet? Een impulsief mannetje, met een grote mond maar als het er op aan komt met een klein hartje. Lukas signaleert ook de gebroeders Zebedeüs. Zonen van de donder noemde Jezus hen eens (Mark. 3:17). Was dat om hun temperamentvolle karakters? Thomas is er ook bij, de man die altijd maar wikt en weegt en nooit over één nacht ijs gaat. En dan noemt Lukas er nog die minder bekend zijn. Wie die namenlijst van Jezus’ discipelen leest, ziet ook dat er één ontbreekt: Judas. Zijn plotselinge dood zal de anderen zeker niet onberoerd hebben gelaten.
Kortom, de groep vertoont nogal wat verschillen, in afkomst, opleiding en beroep, psychologisch en op politiek gebied. Mensen uit de stad, van het platteland, uit vissersdorpen. Redenen genoeg om elkaar niet te kunnen verdragen. Bovendien vluchtten zij toen Jezus werd gearresteerd. En zij waren er niet allemaal toen Hij verscheen na Zijn opstanding. Vertoonde de groep toen al tekenen van verval? Anders gezegd: verloor men in de kerk elkaar toen al uit het oog? Hoe het ook zij, nu zijn ze er weer. Lukas vat hen even samen: ‘Dezen allen...’
Familie
Hij ziet er nog meer. Lukas vermeldt de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus. Dat zij er zijn ligt min of meer voor de hand. Zij waren immers altijd bij Jezus. Op Golgotha, in de graftuin. Nu in de bovenzaal. Trouwe metgezellen van de Heiland. Als het maar enigszins kon: present.
Maar Jezus’ broers? Via andere evangelisten kennen wij hun namen: Jakob, Jozef, Juda en Simeon. In eerste instantie moesten zij niets van Jezus hebben. Toen het Loofhuttenfeest eens naderde, schamperden ze dat Hij Zijn kunsten maar in Jeruzalem moest gaan vertonen. Alsof zij wilden zeggen: val ons er niet (meer) mee lastig. Veelzeggend noteerde Johannes dat ook (zelfs!) zij niet in Hem geloofden (Joh. 7:5).
Variatie
De groep in Jeruzalem lijkt op het eerste gezicht verre van gelijksoortig. De variatie is wel bijzonder groot. Volgelingen van het eerste uur, ook tegenstanders van misschien wel ver daarvoor. Wij zouden zo’n groep niet samenstellen. Dat matcht niet, zeggen we dan. Zo’n ‘stelletje ongeregeld’ is vragen om problemen. Als bijvoorbeeld een trainer van een voetbalclub een team formeert, selecteert hij op sportieve kwaliteiten en conditie. Ook let hij erop of de ploeg accordeert. Hier gelden blijkbaar andere criteria, na Jezus’ opstanding en hemelvaart. Die men sen zijn niet zomaar bij elkaar op basis van persoonlijke voorkeuren of gezamenlijke interesses, zij zijn samen om Christus, de Opgestane, Die ten hemel voer. Zijn Woord bracht hen bijeen. Hij had immers opgedragen in Jeruzalem te blijven (Luk. 24:49).
Gehoorzaam deden ze wat Hij zei. Die reactie is niet minder dan: geloven, vertrouwen in de belofte en uitzien naar vervulling. Zo zijn zij hier, eensgezind.
Eén
Lukas accentueert het. Hij heeft oog voor de variatie. Tegelijk benadrukt hij de eenheid. In eensgezind zit het telwoord één. Eén is niet veel. Ook niet verdeeld. Maar één. De volgende lettergrepen vormen het woord gezin. Van Dale verklaart dit met gemeenschap. Oudere vertalingen lezen: eendrachtig. Daarin zit het werkwoord dragen. Prachtige gedachten. Eén gezin, elkaar dragen.
Zou dat niet de blauwdruk zijn van de gemeente van Christus? Vast. Eensgezind, in hemelse sfeer, samen in de naam van Jezus. Heel verschillende mensen. Mannen en vrouwen, ouderen en jongeren – zij worden hier niet genoemd, maar horen er wel bij. Denkers en doeners, arbeiders, academici en noem maar op. Zie je jezelf, met veel anderen? Om Jezus. Hij maakt één.
Net als toen in Jeruzalem. Straks, met Pinksteren, zijn ze er weer. Of: nóg (Hand. 2:1). Want eensgezindheid kent geen limiet. Paulus adviseert het later de Filippenzen: ‘... maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent ...’ (Filipp. 2:2).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's