De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Op 10 april promoveerde (nu dr.) A. de Muynck op een proefschrift over Spiritualiteit in de beroepspraktijk voor leraren in het orthodox-protestantse basisonderwijs, waarin zowel de reformatorische als de vrijgemaakt-gereformeerde zuil voor het voetlicht komen. Aan stellingen bij het proefschrift gaven we eerder aandacht. Een paar fragmenten over de verschillen tussen deze ‘orthodox-protestantse overtuigingen’:

• ‘De verbinding tussen professionele identiteit en persoonlijke overtuiging komt onder andere tot uiting in het taalgebruik van de leerkrachten. (…) Uitdrukkingen die men bezigt en die specifiek zijn voor het taaleigen van de reformatorische bevolkingsgroep, zijn bijvoorbeeld: ‘de vreze des Heeren’, ‘een afhankelijk leven’, het Woord legt beslag’, ‘het leven zien in eeuwigheidsperspectief ’, ‘de bewuste schuldvergeving’, ‘het is zo weinig echte nood’, ‘de binnenkamer’, ‘gestalte’, ‘je bent onuitsprekelijk gelukkig’, ‘je armoe’, ‘Hij staat klaar om ons te zaligen’, ‘Gods volk’, en het gebruik van het woord ‘mogen’ (bv.: ‘Dat mag ik zo ervaren’, Toch mocht ik een moment hebben dat ik zag …’, ‘Wat mag ervan overblijven? ).
Bij de gereformeerd-vrijgemaakte leerkrachten is het moeilijker om een specifiek taalei- is gen op te merken. Toch vallen ook daar bepaalde woorden en zinswendingen op. Zo spreekt men daar bijvoorbeeld vaak over ‘christenen’, en lijkt men het woord ‘God’ makkelijker in de mond te nemen dan reformatorische leerkrachten. Dit laatste gebeurt in zinnen, als ‘Dat hoort bij God’, ‘Dat mag niet van God’, ‘Dat vindt God fijn’ of ‘Als kind van God mag je plezier hebben’.(…)

Bij de  gereformeerd-vrijgemaakte leerkrachten treffen we – meer dan bij reformatorische leerkrachten – de verwijzing naar Jezus aan. Deze verwijzing is er ook bij reformatorische leerkrachten, maar alleen bij hen die zich ‘anders voelen’ ten aanzien van het gedachtegoed van hun eigen zuil. Verder is de integratie van geloof en leven bij gereformeerd-vrijgemaakte leerkrachten een groot aandachtspunt. Hun orthodoxe overtuigingen willen zij tot uiting brengen in hun handelen en betrekken bij de inhoud van de les. Ook worden door gereformeerd-vrijgemaakte leerkrachten herhaaldelijk lijnen getrokken naar de schepping.’

• ‘Vrijwel alle leerkrachten, zowel op reformatorische als op gereformeerd-vrijgemaakte scholen, uiten kritiek op hun eigen zuil. Ook leerkrachten die van huis uit sterk in de eigen zuil zijn gesocialiseerd, gaan kritisch om met wat ze in hun kerk horen. Christien: ‘Als ik naar een preek luister, luister ik niet onbevangen. Ook niet als ik in mijn eigen kerk zit.(…)
Sommige leerkrachten zijn kritisch vanuit een sterk behoudende oriëntatie, andere zijn kritisch omdat ze de zuil te behoudend vinden. Er is echter een sterke overeenkomst in thematiek. Allereerst geldt de kritiek het gesloten en het formele karakter van de zuil. Vervolgens is er kritiek die betrekking heeft op de heilsonzekerheid. In de analyse is opgevallen dat men specifiek kritische opmerkingen maakt over de ouders en over de eigen kerkelijke gemeente. Ook worden apart kritische opmerkingen gemaakt over de eigen school. In de kritiek op ouders, de eigen kerkelijke gemeente en de school waar men werkt, komen dezelfde thema’s terug.

Annemarie en Claudia benoemen de sfeer op hun school en in de kerk als ‘dode rechtzinnigheid’. Veel mensen belijden de leer als formaliteit, maar beleven die leer niet als een levende werkelijkheid of schermen de leer zelfs van die werkelijkheid af. Tegelijk wordt er wel nadruk gelegd op uiterlijke vormen. Annet houdt er wat dat betreft de ‘leer’ traditionele opvattingen op na, maar is kritisch op de gewoonten in het milieu waar ze vandaan komt. Er wordt van haar verwacht dat ze zich aan de conventies houdt. En hoewel men het in haar gezin erg vindt dat ze dat doet, gaat ze haar eigen gang. Annemarie en Claudia zijn eveneens kritisch op het belang dat aan uiterlijkheden gehecht wordt. Het lijken volgens hen vormen te zijn zonder inhoud. Bea noemt de religieuze tradities in reformatorische kring op sommige punten eenzijdig. Er wordt bijvoorbeeld veel gebeden maar weinig gedankt.’(…) Bas – die in zijn oriëntatie zeer behoudend te noemen is – is niet kritisch op de identiteit van de school, maar vindt dat er te weinig geestelijk leven is (…).’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's