De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen lid, wel verbonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen lid, wel verbonden

Alles met orde – Vragen over de kerkorde

4 minuten leestijd

In sommige gemeenten leven mensen die bewust geen lid zijn zeer betrokken mee. Twee vragen over hun rechten.

Staat de kerkorde toe dat zogenaamde ‘blijkgevers’ namen indienen van personen die zij geschikt achten om een ambt te vervullen (nadat de kerkenraad hier gemeenteleden om heeft gevraagd)?

Tot een gemeente behoren de doopleden en de belijdende leden (ord. 2-2-1) en de eventuele gastleden (ord. 2-3-1). Daarnaast worden ook de niet gedoopte kinderen van gemeenteleden en degene die blijk geven van verbondenheid met de gemeente ‘tot de gemeenschap van de gemeente gerekend’ (ord. 2-4-1). Het is goed hen zo dicht mogelijk bij de gemeente te houden: ze laten zien dat ze zich met de gemeente verbonden weten. Ze hebben daardoor een bepaalde plaats in de gemeente, al is die niet gelijk aan die van de belijdende leden.
Bij de verkiezing van ambtsdragers is bepaald dat ‘de gemeente wordt uitgenodigd’ om aanbevelingen in te dienen (ord. 3-6-3). Daar wordt bewust de bredere formulering ‘de gemeente’ gebruikt. Daaronder vallen ook doopleden, jongeren en mensen die meeleven met de gemeente. Zij mogen een brief aan de kerkenraad schrijven waarin ze aangeven dat ze A of B een geschikte ambtsdrager zouden vinden. Als de verkiezing plaatsvindt door de gemeente zelf (ord. 3-6-4) worden echter alleen die personen op de verkiezingslijst geplaatst die door tien of meer stemgerechtigde gemeenteleden zijn aanbevolen. Daarbij tellen de brieven van zogenaamde blijkgevers niet mee: die gelden slechts als een advies aan de kerkenraad.
Als de verkiezing plaatsvindt via dubbeltallen (ord. 3-6-6), neemt de kerkenraad kennis van alle ingekomen brieven, maar bepaalt hij zelf welk gewicht men aan de aanbevelingen toekent. Ook hier hebben de brieven van ‘blijkgevers’ het karakter van een advies en kan daaraan geen beslissende bevoegdheid worden toegekend.
Samenvattend: een brief schrijven mag iedereen, ook de ‘blijkgevers’, maar dat heeft uitsluitend het karakter van een advies. Omdat ze niet tot de stemgerechtigde leden van de gemeente behoren, hebben ze geen actief en passief kiesrecht: ze mogen niet stemmen en kunnen niet tot ambtsdrager gekozen worden.
In mei 2004 heeft in onze hervormde gemeente een aantal mensen met grote bezwaren tegen de Protestantse Kerk zich als lid laten uitschrijven en daarna ingeschreven in het register van hen die verbonden zijn met de hervormde gemeente. Sinds die tijd leven zij volwaardig mee in onze gemeente, met dien verstande dat ze niet stemgerechtigd waren. Nu blijkt dat hen in sommige andere gemeenten toestemming is gegeven om in voorkomende zaken hun stem uit te brengen.
Daaraan verbonden is de vraag: hoe is het met de andere kerkelijke rechten? Mogen zij deelnemen aan het Heilig Avondmaal en kunnen zij hun kinderen in de gemeente laten dopen? Waar worden deze gedoopte kinderen ingeschreven?
Wie zich op grond van principiële bezwaren heeft laten uitschrijven, kan in de gemeente geen bevoegdheden uitoefenen. Stemmen is immers bij uitstek een vorm van medeverantwoordelijkheid dragen voor de gemeente.
Wat doop en avondmaal betreft: de kerk wil in pastoraal geduld met hen omgaan – natuurlijk in de hoop dat ze op den duur zich weer als volwaardige leden in de gemeente zullen voegen. Tot die tijd zijn ze als ‘gasten en bijwoners’ welkom in de gemeente en laten we hen delen in het leven van de gemeente. Ze zijn welkom in de kerkdiensten en op de bijbelkring, bij catechese en jeugdwerk. Ze kunnen worden betrokken in activiteiten van de gemeente en daarin taken vervullen. Zoals de vraagsteller schrijft: ze leven volwaardig mee in de gemeente.
Bij de sacramenten ligt het gevoeliger: de sacramenten worden ontvangen en gevierd door de (leden van de) gemeente. Zij worden tot de deelname aan het avondmaal toegelaten (ord. 7-2-1). Bij de doop van de kinderen gaat het om de kinderen van de gemeente (ord. 6-1-1). Toch wil de kerk ook hierbij haar pastorale geduld voorop zetten. Zij die blijk geven van verbondenheid kunnen als gasten aan de tafel worden genodigd, zoals we ook leden van andere kerken als gasten ontvangen.
Bij de doop moet er wel iets aan worden toegevoegd. De doop is nooit los verkrijgbaar. In de doop wordt ‘de inlijving in de gemeenschap der Kerk bekrachtigd’, zegt de kerkorde. De hoofdletter laat zien dat daarmee de Kerk van Christus is bedoeld: de Kerk van alle eeuwen en plaatsen. Maar bij de doop worden we ook ‘als zodanig ingeschreven als lid van de gemeente’ (art. III-3). Dat moeten de doopouders van tevoren weten en daarmee zullen ze ook moeten instemmen. Bij de doop wordt hun kind als dooplid opgenomen in de hervormde gemeente en daarmee dooplid van de Protestantse Kerk in Nederland. Daarop kan geen uitzondering worden gemaakt.

Kerkordelijke vragen kunnen worden ingediend bij p.v.d.heuvel@hetnet.nl
Eerdere afleveringen van deze rubriek zijn te vinden op de website kerkrecht.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2008

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen lid, wel verbonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2008

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's