Geen tussenweg mogelijk
Arminiaans denken [2]
De Remonstrantie, het korte geschriftje waarin de leer van Arminius wordt samengevat, zegt dat God mensen verkoren heeft die in Christus geloven en in dat geloof volharden zouden. Arminius stelt hiermee dat de mens met zijn geloof de eerste en de laatste is.
Volgens Arminius zag God vooraf welke mensen blijvend zouden gaan geloven; hen heeft uitverkoren. Eerst is er dus het geloof van de mens met de volharding in dat geloof, dan komt de uitverkiezing. De Schrift stelt dat niet de mens de eerste is, maar dat God de eerste en de laatste is, de Alpha en de Omega.
Afhankelijk
Ten diepste wordt God hier afhankelijk van de mens. De mens op zijn beurt wordt een eenzame figuur, die in een titanenstrijd het zelf moet zien te maken wil hij voor Gods verkiezing in aanmerking komen. Ik ben zelfs geneigd te stellen dat hiermee een terugval in het heidendom is veroorzaakt. Het is immers heidens te denken dat de mens door zijn handelen de godheid gunstig kan stemmen en tot zegenrijk handelen kan bewegen. God wordt hier toegebogen naar vermenselijking en de mens wordt toegebogen naar vergoddelijking.
De Schrift openbaart ons God als de Soevereine. De mens is totaal geen partij voor Hem. Hij is door Hem gewild en gemaakt met als doel dat hij Hem de plaats zou geven die Hij verdient, de hoogste plaats. Binnen dit kader heeft God ons volop ruimte gegeven om te leven tot Zijn eer en ons heil. Dat wij door onze zonde in Adam en Eva die ruimte te krap vonden, is een ander verhaal.
Geloof als voorwaarde
Wie de uitverkiezing door God afhankelijk maakt van ons geloof, doet een ernstige misstap. Het is een hoogmoedige misstap, waarin de mensen weigeren de omvang en ernst van de zonde te peilen en te aanvaarden. Wij mensen willen onze nek niet buigen. We verzetten ons tegen Gods recht en tegen Zijn soevereine Majesteit. Verbrijzeling van hart en verslagenheid van geest over onze zonde en schuld zijn ons vreemd. Achter de Heere aankomen is er niet bij. We lopen als gelijken naast Hem op, ja Hem zelfs vooruit. Het geloof is een middel geworden om God te bewegen ons uit te verkiezen. Daarmee is geloof een voorwaarde om zalig te worden.
Achtergrond van deze gedachte is dat we in staat geacht worden aan die voorwaarde te voldoen. Ondanks onze zonde is volgens Arminius onze wil nog vrij tot het goede. De rechtvaardiging van de goddeloze, zozeer door de Reformatie onderstreept, is hiermee om zeep gebracht.
Genade voor allen?
In hoofdstuk twee van de Remonstrantie wordt een tweede onbijbelse visie weergegeven. Daar wordt gezegd dat Jezus voor ieder mens gestorven is, zodat Hij voor allen verzoening en vergeving verworven heeft. Met deze opvatting wordt geheel tekort gedaan aan het verlossingswerk van Christus. Er wordt beweerd dat Christus weliswaar onze zaligheid op Golgotha verdiend heeft, maar dat wij die verdienste in eigen kracht door het geloof moeten eigen maken. Onze vrije wil dient de keuze van het geloof te maken en is daartoe in staat.
Dat is in strijd met Jeremia 23:6, waar de beloofde Messias ‘de Heere onze gerechtigheid’ heet. Hij is dus niet onze gedeeltelijke, maar onze totale gerechtigheid. Verder is het ook in strijd met andere bijbelse gegevens die aangeven dat de Heere Jezus alles voor honderd procent volbracht heeft. Wij hoeven er op geen enkele wijze iets aan toe te voegen, ook ons geloof niet als prestatie van ons zelf.
Wij zouden dat ook niet kunnen, want door de zonde zijn we zozeer verdorven, dat we alle kracht missen om dat te presteren. Onze wil is in plaats van vrij te zijn tot het goede, geheel gebonden aan zonde en dood.
Geloofsprestatie
De Heere Jezus heeft niet alleen de zaligheid voor ons verdiend, Hij heeft er ook voor gezorgd dat die zaligheid ons geschonken kan worden. Hij is niet alleen onze verdienende gerechtigheid, maar ook onze toedienende gerechtigheid. Zowel de verwerving van het heil als de toepassing ervan komt van Hem. Ook het geloof komt van Hem, als gave voor ons verdiend.
We begrijpen dat dit samenhangt met het werk van de Heilige Geest. We mogen zeggen dat de Heere Jezus door Zijn werk er ook voor gezorgd heeft dat de Heilige Geest werd uitgestort. Dat is de Geest Die door het Woord het geloof in ons hart werkt. Ons geloof is geen prestatie van ons, zoals Arminius wil, maar genadegeschenk van God.
Doordat Arminius het geloof als prestatie blijft plaatsen, haalt hij twee onbijbelse visies binnen. Hij onteert Christus als volkomen Zaligmaker. Hij beweert dat het werk van Christus aangevuld moet worden met ons geloof. Vervolgens ontkent hij onze totale verlorenheid door de zonde en gaat hij ervan uit dat we van ons zelf kracht hebben om te geloven. Onze wil heeft daartoe de vrijheid. Arminius loochent dat we door de zonde geheel bankroet zijn. Zalig worden is een kwestie van samenwerken tussen God en mens.
Tevergeefs gestorven
Hiermee hangt nog iets anders samen. Arminius stelt namelijk dat het mogelijk is dat er geen enkel mens zalig zou worden. Als alle mensen zouden weigeren om te geloven, dan zou de Heere Jezus voor niets aan het kruis hebben gehangen. Dat is tegen de Schift, waarin staat dat Jezus stierf voor de zijnen, die Hem van de Vader gegeven zijn. Volgens de Bijbel is het onmogelijk dat Jezus tevergeefs aan het kruis zou hebben gehangen. De Schrift leert ons dat alles voortvloeit uit de uitverkiezende liefde van God. Alles in het zalig worden komt voort uit deze bron van Gods eeuwig welbehagen. Het werk van Christus komt eruit voort en ook het geloof als werk van de Heilige Geest.
De middelen, waardoor de uitverkiezing wordt gerealiseerd, zijn er niet voor niets. Alle uitverkorenen zullen zeker zalig worden. Arminius komt niet verder dan de mogelijkheid van zalig worden. Christus biedt volgens Arminius de mogelijkheid om gered te worden.
De werkelijkheid ervan hangt geheel van ons af en hangt dus eigenlijk in de lucht. De Reformatie heeft op grond van de Schrift geleerd dat er door Christus niet alleen de mogelijkheid is om behouden te worden, maar evenzeer de werkelijkheid. Ook ons geloof is door Zijn volbrachte werk gegarandeerd.
Onthutsend
Het bijbelse verbondsdenken hangt hiermee samen. Verbond wil immers zeggen dat God de Eerste is en de Laatste. Niet wij zoeken God als eerste door te beginnen met geloof. God zoekt ons als Eerste en brengt ons tot geloof. Bovendien laat Hij niet varen het werk van Zijn handen. We geloven in de volharding van de heiligen en de onwederstandelijke werking van de Heilige Geest.
Dat zijn twee zaken waar Arminius niets van wilde weten. Het is onthutsend dat Arminius zegt zich alleen op de Bijbel te willen beroepen, terwijl hij bepaalde zaken van het gereformeerd belijden veranderd wilde zien. Hiermee ontkende hij dat het gereformeerd belijden zich juist op de Schrift alleen wil baseren. Zowel het sola gratia als het sola scriptura worden door Arminius aangetast.
We moeten ook vandaag voorzichtig zijn met hen die roepen alleen naar de Bijbel te willen luisteren, terwijl ze, vaak zonder enige kennis ervan, niets moeten hebben van de inhoud van de belijdenisgeschriften.
Spagaat
In hoofdstuk drie en vier van de Remonstrantie wordt aan de ene kant geleerd dat zalig worden genade is, aan de andere kant wordt gezegd dat deze genade door ons zo tegengestaan kan worden, dat zalig worden uitgesloten is. Bij dit laatste wordt onder andere verwezen naar Handelingen 7, waar Stefanus spreekt over het weerstaan van de Heilige Geest (vs. 51). Arminius is hier in tegenspraak met zichzelf. Als alles genade is, dan kan er toch niets meer misgaan? Volgens Arminius wel.
Deze spagaat in het denken van Arminius hangt samen met zijn foutieve begrip van wat genade is. Hij ziet genade allereerst als een soort algemene genade, die ieder mens heeft ontvangen door innerlijk aanraden van de Heilige Geest. Wie via eigen vrije wil deze algemene genade gebruikt, ontvangt effectieve bijstand van de Geest tot echt zaligmakend geloof. Wie dat niet doet gaat verloren. Ook hier is dus weer sprake van samenwerking tussen God en mens. De rechtvaardiging van de goddeloze is veranderd in de rechtvaardiging van de gelovige. Dat is ten diepste de rechtvaardiging van de rechtvaardige.
Honderd procent
Blijkbaar is Arminius nooit in zijn eigen semipelagiaans denken vastgelopen, zoals Luther overkwam toen hij ontdekte dat zijn eigen goede werken niets konden bijdragen aan zijn eigen zaligheid. Wie geheel of gedeeltelijk blijft steken in het denken dat de mens ook een aandeel heeft in het zalig worden, verspeelt de totale zaligheid en stuurt mensen met een ingebeelde hemel naar de hel. Jezus is een honderd procent Zaligmaker of Hij is het in het geheel niet. Een tussenweg is er niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's