De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In VolZin geeft de Joodse schrijfster Tamarah Benima in elke aflevering een doorkijkje (en actualisering) van het Schriftgedeelte dat in die week in de synagoge wordt gelezen. In het laatste nummer over Leviticus 19:1-27, de zogeheten Kedosjiem:

• Woekerpolissen, overvallen, brutale jeugd, oplichting, uitbuiting, manipulatie door de armen, klassenjustitie, dierenmishandeling, slavernij, incest, intensieve landbouw, vaders als pooiers, Char, discriminatie van vreemdelingen, rituele moord, opvoedingscursussen van staatswege, tattoos, dagloners, halal slachten, genetische manipulatie, seks met dieren, gewelddadige voetbalsupporters, pesten, stenigingen, de Bond tegen het vloeken, de zondagsrust – het bijbelstuk Kedosjiem (Leviticus 19, 1-26, 27) leest als een moderne krant. Als je een beetje weet hoe je moet lezen (maar zoveel Chinees is er niet bij). Natuurlijk staat het er niet in de vorm van krantenberichten, maar als tips, geboden en verboden. Als lezer weet je dat ze verwijzen naar dingen die ook toen al, 3500 jaar geleden, gebeurden. Een tram met het bordje ‘Opstaan voor iemand, misstaat niemand’ (wat oubollig klinkt dat trouwens tegenwoordig) bestond niet, maar ‘Je zult opstaan voor een grijsharige’ (19, 32) laat zien dat de jeugd van alle tijden gedragsregels moet worden bijgebracht. Over de woekerpolissen (onder andere) gaat is het in 19, 14: ‘Je zult geen obstakel plaatsen voor de blinde.’ De letterlijke betekenis is duidelijk, maar de commentatoren konden zich niet voorstellen dat mensen echt zo kinderachtig zouden zijn, dat ze een blinde op zo’n wrede manier zouden pesten. Daarom hebben ze het vers veel breder uitgelegd: men mag een onwetende niet een advies geven waar men zelf beter van wordt, maar dat de geadviseerde benadeelt. Precies wat de men gedaan heeft met degenen die woekerpolissen kochten. Theodore Dalrymple, de columnist van ‘Opinio’, kan zijn hart ophalen met 19, 15. Anders dan de westerse bestuurders en magistraten, weet Tenach dat ook de arme macht kan uitoefenen. Door zielig te doen. En dat de rijke vaak op voorhand schuldig wordt bevonden, puur en alleen omdat hij rijk is. Marianne Thieme kan 19, 23 en 19, 19 in stelling brengen, en de Amsterdamse wethouders kunnen met een ruime interpretatie van 19, 20 de seksslavernij aanpakken. Al die voorschriften – die ons de haren te berge doen rijzen en die in onze ogen verstandig zijn – zijn bedoeld om ons heilig te doen zijn. In navolging van God. Heilig betekent: volstrekt doordrongen zijn van gerechtigheid, en daarnaar handelen. Iets ‘kleins’ als opstaan voor ouderen hoort daarbij, maar ook iets ‘groots’ als geen overval plegen. Iets ‘onschuldigs’ als een eerlijk advies geven en iets ‘ingrijpends’ als je dochter niet tot hoer maken. Kedosjiem leert: in alle aspecten van het bestaan kan men heilig of onheilig zijn, juist ook met al die dingen die tegenwoordig in de krant staan.

Hier volgen twee momenten uit een lijvig boek van Leon Wieselter, Kaddisj, het gebed ter nagedachtenis aan zijn vader volgens Joods ritueel:

Op 24 maart 1996, oftewel 5 nisan 5756, is mijn vader gestorven. Gedurende het jaar daarna heb ik driemaal daags het gebed gezegd dat bekend staat als het kaddisj van de rouwende, tijdens ochtenddienst, middagdienst en avonddienst, in een synagoge in Washington en, wanneer ik op reis was, in synagogen in andere plaatsen.

• Vandaag is de eerste dag van de elfde maand, de laatste maand van mijn kaddisj. Ik dacht dat dat me zou opvrolijken. Maar toen ik vanochtend de sjoel verliet, maakte ik me zorgen. Opeens voelde het kaddisj aan als een vaarwel, en ik wilde niet dat er een eind aan kwam. Zolang ik mijn leven heb georganiseerd rond het kaddisj, heb ik mijn leven rond mijn vader georganiseerd. Wanneer het kaddisj voorbij is, zal hij zijn heengegaan. De strikte manier waarop ik me aan het rouwjaar heb gehouden, heeft tot gevolg gehad dat de terugkeer naar een normaal bestaan is uitgesteld. Ik heb in een zwevende toestand geleefd, tegen een vaderloze wereld beschermd door een vadervolle praktijk. De Joodse wijze van rouwen heeft een afwezigheid veranderd in een aanwezigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's