De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

6 minuten leestijd

Riemer Roukema: Jezus, de gnosis en het dogma. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 296 blz.; € 21,50. 0.P. van Ruitenburg Naar de kerk. 52 bijbeloverdenkingen over kerkgang. Uitg. Den Hertog, Houten; 207 blz.; € 14,50.

Riemer Roukema:
Jezus, de gnosis en het dogma.
Uitg. Meinema, Zoetermeer; 296 blz.; € 21,50.

De aandacht voor de gnostiek (leer die stelt dat een verlossend innerlijk weten inzicht geeft in het ware wezen van God, het eigen zelf en de kosmos) in de media heeft de laatste jaren een bepaalde beeldvorming rondom de persoon van Jezus doen ontstaan.
Populaire beschouwingen in de media bijvoorbeeld wekken de indruk dat het evangelie van Thomas of dat van Judas het ware beeld van Jezus geven, terwijl de tekening van de evangelisten en in nog sterkere mate de leer van de kerk dit echte beeld misvormd zouden hebben. In een rustig en weloverwogen betoog weerlegt de Kampense nieuwtestamenticus Riemer Roukema deze gedachte. Hij schetst achtereenvolgens Jezus’ herkomst en identiteit, Zijn onderricht en Zijn dood en verhoging zoals deze in het Nieuwe Testament worden weergegeven en in vroegchristelijke geschriften, waaronder ook gnostieke geschriften. Zijn conclusie is dat in het Nieuwe Testament Jezus naar voren komt als een echt mens Die tevens gezien wordt als de Zoon, de Christus Gods, Die in de weg van kruis en opstanding het heil verworven heeft. Als de Verhoogde kan Hij door mensen worden aangeroepen.
Gnostische getuigenissen stemmen soms met elementen uit het Nieuwe Testament overeen, maar geven toch een volstrekt ander beeld, waarbij vooral de scheiding tussen de Scheppergod en de hoogste God opvalt. Tussen Jezus’ menselijke gedaante en goddelijke gestalte wordt menigmaal een onderscheid aangebracht. Verlossing is in de gnostiek terugkeer tot je ware zelf. De visie van de gnostiek is, vergeleken met de canonieke getuigenissen, op historische gronden te zien als een latere visie. Er is geen reden om aan te nemen dat de aardse Jezus een vorm van geheim onderricht zou hebben gegeven wat zijn neerslag zou vinden in buitenbijbelse overleveringen. Waar in het Nieuwe Testament over de geheimenissen van het Rijk wordt gesproken, is het kenmerkend dat dit geheimenis wordt bekendgemaakt en in de evangeliën is opgetekend.
Aparte aandacht schenkt Roukema aan vroege vormen van joods christendom die aantonen dat de vroege overlevering meer geschakeerd was dan wij als bijbellezers vaak denken. Toch moet gezegd dat de hoofdstroom van het nieuwtestamentisch getuigenis kon aanknopen bij gedachten die we in het Jodendom van de eeuwen rondom de jaartelling vinden. De belijdenis dat Jezus HEERE en Zoon van God is heeft joodse wortels. De God van Israël heeft, zoals uit joodse bronnen blijkt, andere hemelse en goddelijke gestalten naast zich. Het gaat dus niet aan dat het Nieuwe Testament botst met de oudtestamentische prediking aangaande de enigheid van de HEERE.
In een afzonderlijk hoofdstuk trekt Roukema de lijnen door naar de Vroege Kerk. Het dogma van Gods drievoudigheid heeft wortels in de Schrift, al is de terminologie bepaald door de hellenistische cultuur. Boeiend is de wijze waarop de schrijver de belijdenis van Nicea intekent in de vroegchristelijke discussies en stromingen. In een conclusie zegt Roukema dat er een grote mate van verschil is tussen de Jezus van de evangeliën en de prediking van de kerk en de gnostieke Jezus. Het theologisch motief van Nicea, namelijk dat het God Zelf is Die in Jezus reddend tot ons komt, stoelt op het getuigenis van de Schrift. Het mag duidelijk zijn dat we hier een belangrijk boek voor ons hebben. De schrijver bouwt zijn betoog stap voor stap op. Het is een goede inleiding in de Christusprediking van het Nieuwe Testament. Meermalen moest ik denken aan de Christologie van het Nieuwe Testament van prof.dr. Sevenster uit 1946, al voeg ik eraan toe dat in de zestig jaar die verstreken zijn onze kennis van het antieke Jodendom en de Vroege Kerk aanzienlijk is toegenomen. De toon van de schrijver is bescheiden. Hij wil schrijven als historicus en daarnaast een theologische verantwoording geven. Roukema geeft toe dat het onderscheid tussen ‘historisch’ en ‘theologisch’ niet helemaal hard te maken is. Immers geen enkele historicus spreekt onbevooroordeeld. Toch kan ik hem wel begrijpen. De auteur wil hen die theologisch op een ander spoor zitten met historische argumenten overtuigen van zijn zienswijze. Of hem dat helemaal lukt, is de vraag. Als het gaat om de historische betrouwbaarheid van de evangeliën heb ik het gevoel dat de auteur er niet altijd in slaagt zijn keuzes te beargumenteren. Bovendien moet juist een historicus concluderen dat we het getuigenis over Jezus in geen andere vorm hebben dan in die van de evangelisten. Uiteindelijk beslist toch het geloof als het gaat om de waardering van het Schriftgetuigenis en het belijden van de Kerk. Op dat punt laat de schrijver ons niet in het onzekere. Al erkent hij dat er voor andere visies aanknopingspunten liggen in het Nieuwe Testament en al wil hij de stemmen van vroeg-joodse christenen niet wegredeneren, toch is hij overtuigd van de waarde en betekenis van het klassieke belijden. Vanaf het begin van de kerk, zo zegt hij, is er niet alleen in de naam van Jezus Christus tot God de Vader gebeden, maar ook tot Christus Zelf. Een mens kan zich in leven en sterven op Christus verlaten, en daarbij citeert Roukema zondag 1 van de Heidelberger. Wie deze traditie uit de christelijke spiritualiteit zou willen verwijderen, raakt naar zijn mening tevens het hart van het nieuwtestamentisch getuigenis. Dat is helder en duidelijk.

A. Noordegraaf, Ede

P. van Ruitenburg:
Naar de kerk. 52 bijbeloverdenkingen over kerkgang.
Uitg. Den Hertog, Houten; 207 blz.; € 14,50.

De auteur van dit boek is als predikant verbonden aan de Netherlands Reformed Congregation van Chilliwack BC, Canada. Hij geeft in deze publicatie informatie over de betekenis van de kerkgang, allerlei onderdelen van de kerkdienst en andere thema’s die met de kerkdienst te maken hebben. In totaal worden 52 onderwerpen besproken. Dat gebeurt aan de hand van teksten of gedeelten uit de Bijbel. Daardoor krijgt het geheel een persoonlijk, meditatief karakter.
Bij het lezen waren er onderdelen die mij troffen, zoals het hoofdstuk over de (diaconie) collecte, de lofprijzing, het pleidooi voor de leerdienst en de onderstreping van Dordtse Leerregels I.17 en III.15. Ik vond ze mooi en instructief. Tegelijk heb ik herhaalde malen mijn ogen uitgewreven bij bepaalde uitdrukkingen die de auteur bezigt. Ik noem er (maar) twee.
Ten eerste: ‘Kinderen begrijpen weinig of niets van Gods Woord’ (p. 153). Heeft de auteur geen andere ervaring dan deze met (kleine) kinderen? Mijn ervaring is: zij begrijpen het Woord van God soms beter dan volwassenen.
De tweede uitspraak betreft volwassen kinderen die niet mee willen naar de kerk. ‘Willen deze kinderen thuis blijven wonen, omdat ze nog financieel afhankelijk zijn, dan zullen ze zich moeten aanpassen en mee naar de kerk moeten gaan. Doen ze het gewoon niet, dan mogen we onze medewerking ook aan hen niet meer geven. Waarom zouden we dan voor hen koken, de kleren wassen en een kamer met een bed afstaan? Het moet heel duidelijk gemaakt worden dat de heer des huizes verantwoordelijk is’ (p. 28).
Ik begrijp niet hoe een pastor dit uit zijn pen krijgt. Wat denkt men zo te bereiken? Het lijkt me beter te handelen als de vader uit Lukas 15. Jammer, dit is een gemiste kans.

W. Verboom, Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's