God en deze werkelijkheid
Gewaagd proefschrift over Turrettini en Jüngel
Eerder dit jaar promoveerde dr. Willem Maarten Dekker aan de Protestantse Theologische Universiteit te Utrecht. Hij verdedigde daar een studie over de godsleer van twee zeer verschillende theologen, namelijk Francesco Turrettini (1623-1687) en Eberhard Jüngel (geb. 1934).
Dekkers proefschrift is een lijvige studie van 440 pagina’s geworden. De combinatie van een klassiek theoloog, die Turrettini was, en een modern theoloog, die Jüngel is, maakt de thematiek van dit boek spannend. Hoe gaat de gereformeerde theologie met haar erfenis om? Wordt die erfenis integraal overgenomen of willen we bijstellen, restaureren, vernieuwen? Hoe actueel is de scholastieke gereformeerde theologie, zoals Turrettini die bedreef ? Welke facetten van die theologie kunnen ons, met het oog op de hedendaagse vragen, verder helpen?
Deze vragen zijn extra complex omdat in dit geval twee tradities in het geding zijn: de gereformeerde en de lutherse. Deze studie laat zien dat in het licht van de huidige vragen de verschillen tussen de gereformeerde en de lutherse traditie betrekkelijk zijn. In die zin draagt de dissertatie bij aan het gesprek tussen luthersen en gereformeerden.
Niet echt thuis
De titel van het boek luidt: De relationaliteit van God. Met als ondertitel: Onafhankelijkheid en relatie in de godsleer en ontologie van Francesco Turrettini en Eberhard Jüngel.
Hoofdstuk 2 is gewijd aan de (van oorsprong) Italiaanse theoloog Turrettini, die in Genève werd geboren en daar ook is overleden. Turrettini studeerde en doceerde aan de Academie van Genève.
In hoofdstuk drie wordt de theologie van Jüngel uiteengezet. Jüngel is emeritus hoogleraar van de universiteit van Tübingen en lutheraan.
Hoofdstuk drie (over Jüngel) is het meest omvangrijke hoofdstuk van het boek.
De hoofdstukken vier en vijf bieden een vergelijking en een evaluatie van het denken van Turrettini en van Jüngel.
Te verwachten was dat het vijfde hoofdstuk ook het slothoofdstuk zou zijn geweest. In zo’n evaluatie hadden we dan een synthese kunnen verwachten: een evaluatie van beide theologen met daaraan verbonden een slotconclusie.
Dat is te simpel gedacht. Deze theologen zijn zo verschillend en spreken binnen een geheel eigen context, zodat het begrijpelijk is dat de slotbeschouwing toch een apart hoofdstuk vereiste.
In hoofdstuk 6 formuleert Dekker zijn eindvoorstel. Bij geen van beide onderzochte theologen kan hij zich echt thuis voelen. Daarom probeert hij een andere richting te wijzen.
Grote probleem
In dit onderzoek gaat het in feite om de verhouding van God tot deze wereld. Dat is het grote probleem waarmee de theologie in de moderne en postmoderne tijd steeds weer geconfronteerd wordt. Kan God in deze werkelijkheid nog ter sprake gebracht worden en zo ja, hoe dan?
Deze vraag veronderstelt nog een andere vraag: wat is de relatie van God tot deze werkelijkheid? Dekker zegt het wat filosofischer: wat is de verhouding van de godsleer tot de ontologie, de zijnsleer? Dus God en het zijn, God en onze aardse werkelijkheid: hoe verhouden zij zich tot elkaar? Het boek van Dekker gaat over nog veel meer dingen, maar dit is toch het punt waar het om draait.
Ds. Hendrikse
Bij mij kwam de gedachte boven of ds. K. Hendrikse misschien een ander boek geschreven zou hebben als hij van deze dissertatie had kennis genomen. Want Hendrikse is wel erg snel klaar met het bestaan van God. Hij maakt op een handige manier gebruik van begrensdheid en dubbelzinnigheid van het woord ‘bestaan’. Het ligt in de theologiegeschiedenis vele malen ingewikkelder dan Hendrikse ons wil doen geloven. Ik noem dit om aan te geven dat de studie van Dekker in directe relatie staat tot de actualiteit.
Hendrikse stelt de vraag (en beantwoordt die ontkennend) of over een bestaan van God gesproken kan worden boven en buiten deze aardse werkelijkheid. Met een vakterm: is het mogelijk om het metafysische theïsme te handhaven? De theologie heeft altijd beleden dat er een nauwe relatie is tussen God en de schepping. Maar die relatie werd meer gekenmerkt door macht dan door liefde. Op dit punt wil Jüngel de klassieke theologie bijstellen. Jüngel gaat om zo te zeggen halverwege met Hendrikse mee: hij verwerpt met Hendrikse de gedachte dat God boven en buiten deze werkelijkheid staat, maar erkent, anders dan Hendrikse, dat God de persoonlijke, almachtige en vrije Schepper en Onderhouder van de wereld is. Jüngel wil consequent vanuit het kruis denken en verraadt op dit punt zijn lutherse achtergrond niet. En wie vanuit het kruis denkt, denkt vanuit deze (harde) werkelijkheid.
N.a.v. Willem-Maarten Dekker:
‘De relationaliteit van God. Onafhankelijkheid en relatie in de godsleer en ontologie van Francesco Turrettini en Eberhard Jüngel’;
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 440 blz.; € 32,50.
Verzet
Jüngels inzet moeten we zo verstaan dat hij in verzet komt tegen de vanzelfsprekendheid waarmee het hedendaagse denken God buiten deze wereld plaatst. Dan houd je een puur geseculariseerde wereld over. Vandaar dat in de jaren zestig ineens gesproken werd over de dood van God. Het verrassende is nu dat Jüngel gebruik wil maken van de uitdrukking dat God dood is, juist om de relatie van God tot deze wereld te benadrukken. Jüngel concentreert zich op het kruis en dat betekent dat God Zich vereenzelvigt met Christus. Hij identificeert Zich daarom ook met de dode Jezus. Op die manier kan Jüngel spreken over de dood van God. De dood van God is niet iets bijkomstigs, maar behoort tot het wezen van God. Deze identificatie mag niet beschouwd worden als een samenvallen van God en Jezus, want God is meer dan Zijn relatie tot Jezus. Als Vader en als Geest blijft God van Jezus onderscheiden. Toch is het waar dat God op Golgotha sterft. Zo heeft de dood van Jezus het wezen van God veranderd. God neemt deze dood in Zijn wezen op en op die wijze transformeert God de dood. Terecht stelt Dekker de vraag of Jüngel nog recht kan doen aan het feit dat de dood een vijand van God en mensen is. Bij Turrettini liggen de zaken heel anders. Turrettini kan op geen enkele manier spreken over de dood van God.
Karl Barth
Ondanks voorzichtige kritische opmerkingen meen ik dat Dekker op dit punt Jüngel te veel in bescherming neemt. Dekker meent een eind met Jüngel mee te kunnen gaan, omdat in Jüngels visie God niet alleen de dood in Zijn wezen opneemt, maar ook tegen de dood strijdt. God neemt de dood in zich op in zoverre het een negatieve macht is, en God strijdt tegen de dood in zoverre die een vernietigende macht is, die de schepping te gronde wil richten.
Deze passage heeft mij niet kunnen overtuigen. De dood die God in Zijn wezen opnam was de dood van Christus aan het kruis. Dat is inderdaad een vernietigende macht geweest. Het was een macht die zich in een uiterste krachtsinspanning richtte tegen de schepping en tegen de herschepping en dus tegen God. Het was het ultieme kwaad. Hier wreekt zich mijns inziens de gedachte dat God Zich zonder meer identificeert met Jezus. Als God zich geheel met Jezus identificeert, dan moet God Zich ook met de zonde identificeren, omdat Christus de zonde droeg.
Opvallend is dat Karl Barth, wiens theologie door Jüngel grondig is bestudeerd, heel anders spreekt. Voor Barth is het kwaad het Nichtige, het ultieme kwaad dat de rechtstreekse ontkenning is van Gods macht en genade. God wijst het kwaad radicaal af in plaats dat Hij het in zijn wezen opneemt. Daarom roept de stelling van Dekker dat God de eenheid van leven en dood is ten gunste van het leven, de vraag op hoe zich deze gedachte verhoudt tot een bijbelse en gereformeerde theologie.
Gereformeerde theologie
Hoe verhoudt God Zich tot deze werkelijkheid? Heeft de gereformeerde theologie God wel echt op deze werkelijkheid betrokken? En moeten we dan niet een stap verdergaan en de (pijnlijke) vraag stellen of de gereformeerde theologie niet mede oorzaak is van het feit dat God in onze cultuur afwezig is? Dekker zegt het nergens zo expliciet, maar zijn betoog gaat wel deze kant op.
Dekkers boek behandelt een pittige problematiek, is helder geschreven, dwingt tot nadenken, prikkelt ook tot tegenspraak en lokt uit tot discussie. Ik hoop dat dit laatste ook zal gebeuren. Want het spannende punt is in hoeverre wij kunnen aansluiten bij nieuwere theologische ontwikkelingen. In die zin is het boek van Dekker moedig en gewaagd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's