Niveauverschillen in de groep
Catechese in deze tijd [3]
Uit de praktijk blijkt hoe lastig het kan zijn om met een groep heel verschillende jongeren in gesprek te raken over geloven en daarbij iedereen ook echt te betrekken. Hoe om te gaan met niveauverschillen?
Actuele onderwijsbenaderingen benadrukken juist dat gesprekken interessanter worden en betere resultaten hebben met leerlingen die verschillen in kennis, taalvaardigheid, interesses of aanpak. Ook vanuit de Bijbel is hier veel voor te zeggen, gezien het beeld van het lichaam in bijvoorbeeld de Efezebrief. Dat vraagt wel van de catecheet of mentor een goede voorbereiding. Ik stel drie vragen die iedere catecheet persoonlijk kan (en eigenlijk ook zou moeten) beantwoorden.
Leiding even
De eerste is: Wie is de catecheet, wat is zijn stijl? Het is belangrijk om als catecheet in een groep met (grote) (niveau)verschillen echt leiding te geven. Als de catecheet niet de leiding neemt, pakt de groep haar over, en dat moet je nu net niet hebben. Of degenen met een hoog niveau trekken de leiding naar zich toe (bv. door het stellen van intellectuele vragen of het oproepen van discussie) of de lager opgeleiden proberen aanwezig te zijn door opvallend gedrag te vertonen of juist ongeïnteresseerd onderuit te zakken en te zwijgen.
De catecheet kan het groepsklimaat positief beïnvloeden. In een groep met grote verschillen is het belangrijk dat jongeren respect voor elkaar hebben (of krijgen). Iedereen is waardevol. In een goede sfeer toon je interesse in de ander en probeer je het waardevolle van de ander naar boven te halen. Jongeren moeten leren om elkaar als gesprekspartners te accepteren, met alle verschillen die er zijn. Dat is de basis voor het groepsproces. Daarin is de catecheet een voorbeeld.
Drie stijlen
Wanneer catecheet en catechisanten samen om de tafel zitten, vormen ze een groep. Wat is de goede manier voor de catecheet om leiding te geven aan deze specifieke groep? Er zijn drie leiderschapsstijlen te onderscheiden. De eerste is de autoritaire stijl: de catecheet maakt de dienst uit, de catechisanten gehoorzamen. Er is de laissez-faire-stijl, waarbij de catecheet terugtreedt en de groep bepaalt wat er gebeurt. De derde stijl is de democratische, waarbij catecheet en catechisant samen bepalen hoe het groepsgebeuren gaat verlopen. Het is goed als de catecheet nagaat wat zijn of haar leiderschapsstijl betekent voor de verschillende niveaus in de groep. Hoe reageert de hoogopgeleide hierop en hoe degene die met zijn handen werkt? Is het misschien nodig dat de catecheet iets aan zijn manier van leidinggeven verandert met het oog op de verschillende niveaus?
Observeren
De tweede belangrijke vraag is hoe de catecheet zijn catechisant ziet. Als je naar je groep catechisanten kijkt, zie je als het goed is heel verschillende mensen. Goed observeren helpt om de catechisanten beter te leren kennen. Je zoekt op de plek waar zij zitten aanknopingspunten, en wat jij wilt overdragen krijgt op die plek in hun leven betekenis. Het is dus belangrijk dat je je lesstof op hen afstemt. Zorg ervoor dat alle jongeren op een bepaald moment (ook letterlijk) aangesproken worden. Dat hoeft niet tegelijkertijd, maar het is wel belangrijk dat ze allemaal een moment hebben waarop ze ontdekken: dit gaat over mij, hier word ik aangesproken, hier kan ik wat mee, deze vraag kan ik beantwoorden.
Ga eens na welke leerstijlen de catechisanten hebben. Zijn de catechisanten vooral doeners of denkers, zitten er misschien jongeren tussen die meer bezinnend of beslissend zijn ingesteld? Het is belangrijk om hun leerstijlen mee te nemen in de manier waarop de catecheet met hen in gesprek gaat. Anders kan het zijn dat hij hen op een niveau probeert te bereiken waarop ze niet zitten.
Hardop denken
De derde vraag is: Hoe ga je met elkaar in gesprek? Voordat de catecheet begint is het belangrijk om hardop te denken in het gesprek. Geef concreet het onderwerp, probleem of doel van het gesprek aan. Nodig jongeren uit op elkaar te reageren. Geef ruimte voor verschil in opvattingen of inzicht. Van belang is dat je als catecheet laat merken dat het niet gaat om goede of foute antwoorden, maar om een gezamenlijk proces. Vat als catecheet tussendoor punten samen en vraag door. Bekijk de werkvormen die je aanbiedt. Zijn dit vooral aanbiedende werkvormen, waarbij de rol van de catechisant vooral aankomt op luisteren, notities maken en volgend meedenken of zitten er ook ontdekkende werkvormen tussen? Wordt aan catechisanten gevraagd zelf ontdekkingen in de lesstof te doen, door opdrachten uit te voeren of vragen te stellen? Het kan ook zijn dat je voornamelijk gespreksvormen hanteert waarin catechisanten met elkaar spreken, naar elkaar luisteren en op elkaar ingaan.
Het mag duidelijk zijn dat variatie in werkvormen nodig is om de hele groep bij de les te betrekken. Zoek alternatieve werkvormen om de betrokkenheid van bepaalde catechisanten te vergroten of juist te verkleinen. Varieer in werkvormen waarin je inspeelt op de behoefte en het niveau van je catechisanten. Werk bijvoorbeeld niet altijd met teksten, maar ook eens met foto’s, afbeeldingen of schilderijen.
Vragen
Als het gaat om het stellen van vragen is het belangrijk dat je je bewust bent van de verschillende soorten vragen die je kunt stellen. Natuurlijk is het goed te letten op de manier waarop je je vragen stelt: zijn ze helder en duidelijk? Zijn ze relevant? Zijn ze open of juist gesloten? Zijn ze geadresseerd? Hoe bepaal je aan wie je een specifieke vraag stelt?
Zeker als je je bewust bent van de soorten vragen die je allemaal kunt stellen, kun je ook gericht iets doen met het niveauverschil in de groep. Je stelt dan bijvoorbeeld geen analysevraag aan iemand die het moeilijk vindt om op zoek te gaan naar motieven en oorzaken die tot conclusies leiden. Aan hem of haar kun je misschien beter een kennisvraag stellen, waarvan het antwoord in de tekst te vinden is, of juist een synthesevraag, waarbij je een beroep doet op zijn of haar creativiteit. Zo probeer je iedere catechisant op zijn niveau te bevragen.
IQ
Evalueer na afloop als catecheet het gesprek. Wat heb je geobserveerd en wat zegt dat over de catechisant? Wat betekende jouw rol als catecheet voor het gesprek? Zijn de verschillende niveaus in je groep allemaal bij de les betrokken geweest? Probeer te achterhalen wat er goed ging en waarom, maar ook wat er beter had gekund. Gelukkig is geloven niet afhankelijk van het IQ. Het is wel belangrijk, juist ook als het over geloven gaat, dat iedereen op zijn niveau wordt aangesproken en meegenomen. Dat vraagt een goede voorbereiding, maar de gemeente als lichaam van Christus in al zijn verscheidenheid vraagt erom en is het waard.
Over twee weken een bijdrage over werving en toerusting van catecheten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's