De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Honing voor het gehemelte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honing voor het gehemelte

Opening jaarvergadering Gereformeerde Bond

8 minuten leestijd

Als opening van de 102e jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, 21 mei, sprak ds. H.J. Lam over de Schrift, die ons echt leert hoe de dingen in ons leven, in kerk en maatschappij liggen.

De kerk kent maar één theologie. Dat is een theologie die opkomt uit het Woord. Daarvan zingt de Psalmist: ‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.’ Wanneer ze daaruit niet opkomt en daarnaar niet verwijst, is ze niet katholiek, niet reformatorisch, niet evangelisch en de Protestantse Kerk onwaardig. Het is dus de opdracht van de theologie de Schrift te ontsluiten en haar ten behoeve van kerk en wereld toe te passen. Dat is geen opdracht naast andere opdrachten, maar haar eigenlijke opgave, die al haar bezig-zijn doortrekt en haar karakter stempelt.
Wordt er zo nog tegen de theologie aangekeken? In het maatschappelijk veld amper. In de kerk ook niet zoals je zou willen. Boeken van niet zo gelovige dominees halen soms behoorlijke verkoopcijfers. Voor wie heeft de Schrift nog gezag? Wordt men er zó door gegrepen dat men ervan overtuigd is dat haar woorden in élk geval gehoord moeten worden? Is theologie niet gereduceerd tot een wetenschap waarvan men slechts bestaansverheldering verwacht, zingeving? Religie kan helpen een weg te vinden bij tegenslag en geluk, en zegt iets over eindigheid en geborgenheid.
Maar is dat het eigenlijke van de theologie? Zeker, daar hééft ze iets over te zeggen. En de kerk. Want het Wóórd zegt daar iets over: ‘Uw Woord is een lamp voor míjn voet en een licht op míjn pad.’

Gezag
Met dat we ontdekken dat het Woord iets heeft te zeggen over ónze voet en óns pad, kríjgt het Woord het ook voor het zeggen. Zo verging het Luther. Hoe meer hij worstelde om het rechte verstaan van de Schrift, hoe meer hij onder haar beslag en gezag raakte. Hij ontdekte haar scheppende kracht. Denk aan Romeinen 1:17: ‘Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.’ Die tekst werd hem de poort naar het paradijs. Zo ervoer hij dat ook bij Psalm 119. Immers, als er één Psalm is die de kracht van Gods Woord bezingt, is dat deze eindeloze Psalm. Aan de hand daarvan reikte Luther ons de drie stukken gereedschap aan om de Schrift te verstaan en theologie te beoefenen: gebed, meditatie, aanvechting.
U weet welke omslag er echter in de theologie zo’n twee eeuwen geleden gekomen is. De Schrift werd steeds minder bron van en over God en steeds meer voorwerp van kritiek. Ze kwam in honderden stukjes uiteen te liggen. Deze tendens is menselijkerwijs gesproken in de officiële theologie (wat dat ook mag zijn) amper terug te draaien.
Toch blijft staan wat we in Hebreeën 4 lezen: ‘Het Woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, het dringt diep door in ziel en geest en oordeelt over onze gedachten en overleggingen.’

Confrontatie
Wel, dat weet de gereformeerde theologie. Daarom laat ze zich niet uit het veld slaan door welke lastige uitdaging ook en gaat ze de confrontatie aan met allerlei vragen van onze tijd. Dat doet ze door zich te concentreren op de tekst van de Heilige Schrift, omdat ze geleerd heeft dat dáár de zaken aan de orde gesteld worden waar het om gaat. Daarmee roeit ze tegen de hoofdstroom van het huidige geestesklimaat in. Ze kan het namelijk niet over haar hart verkrijgen om met de Schrift als document van het christelijk geloof op dezelfde wijze om te gaan als met de documenten van een ander geloof, zoals de Koran. Niet dat iemand van ons dat zal doen, maar het is wel de lucht die we inademen. Daarom moeten we elkaar telkens erop wijzen dat we in de Schrift met het Woord van de levende en sprekende God van doen hebben. Híj vraagt onze aandacht en wil dat we wat Hij te zeggen heeft, met beide oren en met heel ons hart aangrijpen.
Voor de Geest betekent dat handenvol werk. Want Hij moet ons overtuigen dat Gods Woord maar niet een verhaal is van beneden over boven, maar dat ons daarin betuigd wordt een gebeuren van boven voor beneden, hemelse dingen op aarde geschied.

Adelaar
Uiteindelijk is er maar één reden dat wij ons tot de Schrift wenden: dáárin hopen we vanuit de armoede en bekrompenheid van onze vragen en overtuigingen de rijkdom en volheid op het spoor te komen die ons in Christus geschonken zijn. Hij toch is de Knecht des Heeren, Die van Godswege ons bestaan en onze geschiedenis is binnengetreden? In Hem ontmoeten God en mens elkaar. In Hem is aan het licht gekomen Wie God is en wat Hij met ons voorheeft. Daarom heeft Christus Zich als het ware in de letters van de Schrift laten vangen, opdat wij Hem daar zoeken en vinden zouden. Daarom proberen wij de Schrift zó uit te leggen dat we Hém horen spreken door middel van stemmen van 2000 jaar en langer geleden.
Ook daarvoor moet de Heilige Geest ons inwinnen. Normaliter moeten immers alle woorden die een mens hoort, passen binnen het raam van zijn eigen denken. Ze gaan door de zeef van het menselijk kunnen en kennen en wat niet interessant is of niet aan zijn behoeften beantwoordt, wordt terzijde gelegd. Met als gevolg dat de adelaar van de Schrift niet meer kan opstijgen. ‘t Lukt hem niet om in z’n element te raken. Z’n vleugels zijn geketend.
Daarom – het klinkt fundamentalistisch en weinig eigentijds, maar zo ligt het nu eenmaal – moet de Schrift zich niet tegenover mij verantwoorden, maar moet ik mij tegenover de Schrift verantwoorden. Niet ík zeg wat zíj moet zeggen, maar zíj zegt wat ík moet zeggen. Het eerste leidt – we zien het om ons heen gebeuren – naar het heidendom, het tweede tot het (ware) christendom. Wil het christendom zijn identiteit bewaren en horig zijn aan de Schrift, dan moet het waar nodig voluit nee en volop ja durven te zeggen, in ons eigen leven, in de kerk, in de (christelijke) politiek.

Prediking
Met name in de prediking krijgt dit alles z’n beslag. Al stemt helaas niet iedereen erop af, de verkondiging is een voluit publiek gebeuren, waarin de zaken van leven en dood, van gerechtigheid en heil in hun meest zuivere vorm aan de orde worden gesteld, en met mensen daarover wordt onderhandeld. Het is vooral met het oog op de prediking dat het zo nauw luistert hoe er getheologiseerd wordt. Als dat niet op een reformatorische manier gebeurt, in samenspraak met de kerk der eeuwen, klinkt de Schrift niet zo door als zou moeten. En als de Schrift en de verbanden van de Schrift op de achtergrond raken, hoe kan dan in de prediking nog echt getuigd worden? Getuigd over Christus?
Wat zou het een zegen zijn, wanneer de prediking dat alom zou zijn: een hartelijk en indringend getuigenis aangaande Christus, Die zondaren liefheeft. Ook zondaren anno 2008, met alle lek en gebrek die kenmerkend zijn voor onze tijd en waaraan ook wij, als leden van de Gereformeerde Bond, mank gaan. Daartoe hebben wij als voorgangers dringend uw gebed nodig. Uw gebed voor de dienst des Woords. Uw gebed om een opwekking, opdat ook bij amechtige dienaren des Woords de sintels gloeien en branden gaan. Van velen weet ik dat ze ons dragen in hun gebeden.
Zou God daarnaar niet willen luisteren opdat onze prediking zal geschieden in betoon van Geest en kracht en wij tot waarachtige getuigen worden en de gemeente gevoed en gelaafd wordt?
Van ons vereist dit dat we geen tijd vermorsen, maar ons hoe langer hoe dieper ingraven in de Schrift en die langzaam en stil, herhaald en geduldig lezen, voortgaande van woord tot woord en van tekst tot tekst, om zo steeds scherper te horen en te peilen wat de Geest tot de gemeente zegt. Ook en juist in een turbulente tijd. Wellicht is die turbulentie een van de valkuilen van de boze om ons bij de Schrift als het getuigenis van de levende God vandaan te houden.

Aanvechting
Het luisteren naar de Schrift zal ons in de aanvechting van pas komen. Nee, wij hebben niet te vrezen voor ons leven. In het publieke leven wordt ons en onze opvattingen nog een zekere ruimte gegund. Hoewel, niet voor niets noemde Luther vrede en veiligheid een vorm van vervolging. Want – zei hij – daardoor wordt een christen lijdensschuw en vlucht hij onder het kruis vandaan.
Wie zich echter niet afsluit voor wat er speelt in deze wereld, die bloedt uit duizend wonden, voor wat er speelt onder ons volk, dat door en door geseculariseerd is en waarvan het einde nog niet in zicht is, – die blijft daar niet onbewogen onder en zal meer dan eens naar de hemel roepen: ‘HEERE, zult Gij ons voorgoed vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht nog voor ons verbergen?’

Hartslag
Wat we overhouden, is de Schrift. In de aanvechting en tegen de aanvechting ín bewijst zij haar macht en geloofwaardigheid. Zij leert ons hoe de dingen écht liggen, in ons eigen leven, in kerk en maatschappij.
Op een gegeven moment doet zij ons ook ervaren hoe waarachtig, hoe lieflijk, hoe machtig, hoe troostrijk Gods Woord is en dat het de wijsheid boven alle wijsheid biedt. Daarom is het geweest dat de dichter van Psalm 119 zong, ons voorzong: 'Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest, geen honing kon ‘t gehemelt’ beter smaken.'
Met een theologie die deze wetenschap tot haar hartslag heeft gemaakt, staat of valt de kerk. Dat maakt haar waarlijk confessioneel. Dat is het meest goede gerucht dat zij kan voortbrengen. Dat geeft een evangelisch werkverband dat alle andere verbanden te boven gaat en welhaast overbodig maakt. Dat houdt gemeenten bij elkaar en brengt ze bij elkaar. Dat doet hopen op God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Honing voor het gehemelte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's