De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Commissie die te denken geeft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Commissie die te denken geeft

Fraude en homoseksuele praktijk is zonde

8 minuten leestijd

Alleen al het instellen van een commissie Representatie ChristenUnie door het landelijk bestuur van de ChristenUnie in november 2007 om advies te geven omtrent de vertegenwoordiging van de partij door praktiserende homoseksuelen gaf en geeft mij aanleiding tot het stellen van vragen.

Terstond na het instellen van deze commissie is er bij mij de vraag gerezen: Waarom moet dat nú gebeuren? Zeker, ik weet ook van de aanleiding ervan. Eind vorig jaar zijn de discussies over de positie van praktiserende homoseksuelen hoog opgelopen. Het Amsterdamse stadsdeelraadslid Yvette Lont bepleitte aanscherping van een vast te stellen gedragscode door er ook afspraken in onder te brengen over de seksuele levenswijze van de vertegenwoordigers van de ChristenUnie. Een gemeenteraadslid uit Wageningen trad bovendien af, nadat zij een lesbische verhouding was aangegaan.
Hoe moest men daarop reageren? Welke eisen mag een politieke partij stellen aan haar vertegenwoordigers? Bij een enorm toegenomen homolobby en een dreigende rechtszaak lijkt het heel begrijpelijk een commissie in te stellen om erover na te denken hoe dezelfde principes in praktijk gebracht moeten worden.

Opgekomen twijfel
Op dat moment heb ik me toch afgevraagd: zijn er dan nooit eerder duidelijke en zorgvuldige uitspraken over gedaan? Is men bang de homo-organisaties over zich heen te krijgen? Vreest men juridisch in moeilijkheden te komen met het eerder ingenomen standpunt? Maandagmorgen 19 mei 2008 werd het rapport van de commissie-Cnossen vrijgegeven. Commissielid M. Leerling kan niet instemmen met het advies van de commissie en met het voorstel inzake de gedragscode. Hij heeft op zijn beurt óók een advies en voorstel aan het landelijk bestuur van de ChristenUnie doen toekomen. Het laatstgenoemde commissielid toont in het minderheidsrapport met de beleidsuitspraken van het Fusiedossier uit 2003 aan dat men tot voor kort binnen de partij heel eenstemmig was omtrent het afwijzen van de homoseksuele praxis.
In dat dossier wordt de vraag gesteld of een homo lid kan worden van de ChristenUnie. Daarop wordt geantwoord dat dit mogelijk is, als de bijbelse visie van de ChristenUnie gedeeld wordt. Men schrijft mensen met een homofiele geaardheid beslist niet af, maar men heet hen hartelijk welkom! Tegelijkertijd blijft men duidelijk aangeven een homoseksuele praktijk niet goed te kunnen keuren. God heeft in de Bijbel de seksuele omgang tussen mensen bestemd voor man en vrouw en die kwetsbare omgang willen beschermen in het huwelijk. De consequentie is dat iemand die een seksuele relatie heeft met iemand van hetzelfde geslacht, geen lid kan worden van de ChristenUnie. Zo iemand zou dan zéker de ChristenUnie niet kunnen vertegenwoordigen in de gemeenteraad of Kamer. Vier jaar later doet men alsof deze zaak heroverwogen moet worden. Is het dan vreemd dat de instelling van de commissie-Cnossen bij mij aanleiding geeft tot twijfel aan de consistentie van de partij?

Niet bevredigd
Deze opgekomen twijfel is bij mij niet weggenomen bij het lezen van het rapport. Toegegeven, na het lezen van dit rapport reageer ik er innerlijk anders op dan toen ik alleen artikelen in de dagbladen erop nalas. Er staan behartigenswaardige dingen in het rapport. We kunnen veel van wat daarin verwoord is, van harte onderschrijven. Politici dienen voorbeelden en representanten te zijn van de politieke overtuiging waarvoor zij staan. Dat betekent: belijden wat je gelooft en leven in overeenstemming met wat je belijdt. Als je van dat standpunt uitgaat en je om advies en antwoord gevraagd wordt in deze bepaalde zaak, hoe kun je er dan een vage uitspraak over doen? Moeten we niet dezelfde consequentie te trekken als in het verleden?
Ik blijf met de vraag zitten: waarom heeft men geen duidelijker antwoord gegeven op de vraag of iemand met een homoseksuele levenspraktijk de partij kan vertegenwoordigen of niet? Zeker, ik kan erin meekomen dat men deze zonde – dat ís het bijbels gezien en dat moeten we blijven vasthouden – niet méér nadruk wil geven dan andere zonden, zoals lastering van Gods Naam, overspel, belastingfraude en dergelijke. Toch krijg ik het gevoel dat men wil zeggen: over bepaalde zonden doen de mensen over het algemeen niet zo moeilijk en over een verbinding in liefde en trouw van twee mensen van hetzelfde geslacht opeens wel. Dan is het toch niet eerlijk je over déze zaak zo op te winden?
Meten met twee maten is inderdaad niet oprecht. We moeten echter zonde wel zonde noemen. We mogen het beslist niet gaan vergoelijken. Onterechte declaratie van reiskostenvergoedingen mag bijvoorbeeld wel openlijk in een gedragscode afgewezen worden. De integriteit is dan in het geding en zo iemand kan niet functioneren als representant van welke politieke partij ook. Dat wordt maatschappelijk afgekeurd. Met een zekere variant op het eerder genoemd opkomende gevoel vragen we: waarom doet niemand er moeilijk over dit wel als gedragscode op te nemen? Laten we ons misschien toch meer leiden door wat maatschappelijk aanvaard wordt dan door de Heilige Schrift?
Dit rapport laat ons zitten met een groot stuk onduidelijkheid en voortslepende en oeverloze discussies. Daardoor wordt het evangelie alleen maar verduisterd, ook al bedoelt men het tegenovergestelde! Een christelijke partij zal zowel fraude als een homoseksuele leefwijze alsook overspel zonde tegen God moeten noemen. En met zonden vertoornen we God. Ze hebben het bloed van Christus gekost. Een christen belijdt duur gekocht te zijn. Dit bijbelse spreken maakt de zaak extra relevant voor het authentiek en geloofwaardig uitdragen van de christelijke politieke overtuiging.

Geen lijstjes?
De commisie-Cnossen is wars van het hanteren van lijstjes bij beoordeling en selectie. Elke lijst zou selectief en gedateerd zijn. Daar zit uiteraard iets in. Publiek onzichtbare uitingen kunnen daarin ook niet afgewezen worden en zodoende blijven verborgen misdragingen verschoond. Oók waar. We dienen volgens de commissie daarom altijd aanspreekbaar te zijn op de Bijbel. Men stelt voor in art. 2 van de door het Landelijk Bestuur vast te stellen gedragscode stérker te laten verankeren dat de vertegenwoordigers van de partij hun hele leven willen laten leiden door de Bijbel.
Uiteraard kunnen we het daar van harte mee eens zijn. We treffen in de Bijbel echter wel de Tien Geboden aan, leefregels voor het volk van Gods verbond. Het betaamt álle mensen zich daaraan te houden. En heeft Jezus Christus in de Bergrede deze geboden niet tot op de bodem gepeild? God vraagt méér dan het gewone, méér dan het maatschappelijk aanvaardbare van ons!
Maakt de apostel Paulus deze geboden in de brieven niet concreet met het noemen van een zondencatalogus (Rom. 1, Ef. 4 en Kol. 3)? Worden de werken van het vlees door hem niet onomwonden genoemd (Gal. 5:19-21)? De Heilige Geest heeft het goed gedacht de eerste christenen zo’n lijst aan te reiken voor de praktijk van het leven in een heidense wereld. Zouden wij – levend in een geseculariseerde wereld – zo’n zonderegister niet nodig hebben? Zou ons zo’n lijst die terug te voeren is op de Bijbel – als we ons tenminste bewust zijn van de gevaren die in het rapport genoemd zijn – niet kunnen helpen? Ons voorgeslacht vond het óók nodig voor het praktische leven in die tijd zo’n zonderegister op te nemen in het formulier om het Avondmaal te bedienen.
Laten we de zondencatalogi van het Nieuwe Testament maar concreet maken voor deze tijd. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben er óók in positieve zin de inhoud van de Bergrede bij te betrekken en wat mij betreft ook het mooie hoofdstuk over de liefde (1 Kor. 13) en wat de apostel schrijft over de vrucht van de Geest (Gal. 5:22).

Het addertje onder het gras
Eén zin uit het rapport is bij me blijven haken: ‘Gegeven de verscheidenheid van inzicht over wat precies tot een christelijke levenswijze behoort (…) is het niet goed mogelijk een adequate opsomming te geven van levenswijzen of gedragingen die daar niet toe behoren.’ Komt daar het addertje onder het gras vandaan? Moet men het vanwege een toenemend en veranderd ledenbestand anders zeggen dan vier jaar geleden? Ligt het te gevoelig enkele sympathieke leden af te moeten wijzen? Dragen we dan nog op een geloofwaardige wijze het standpunt van de partij uit? Waar staan we dan voor? Waar oriënteren we ons op? Op de kiezers, de leden of de Bijbel?

Uitzicht
Van harte hoop ik niemand die een homofiele geaardheid heeft en daartegen moet strijden, met dit artikel pijn gedaan te hebben. We worden in de Bijbel opgeroepen mee te zuchten met de lijdende schepping. Zij ziet er reikhalzend naar uit dat Gods kinderen hun lijden bekendmaken bij God en dat in deze wereld ook verwoorden. We weten dan menigmaal niet te bidden gelijk het behoort. Het ontbreekt ons aan woorden. De Geest komt echter onze zwakheden te hulp. Hij schakelt onze gebeden wel in, maar neemt deze ook van ons over.
Met een variatie op dat gedeelte uit Romeinen 8 besef ik mee te moeten zuchten met de medemens met een andere geaardheid. En we weten vaak niet te spreken of te schrijven gelijk het behoort om hun nood kenbaar te maken. Hun strijd behoort ons door merg en been te gaan. We hebben wat dát betreft net zo goed de Heilige Geest nodig om te spreken en te schrijven.
Maar Hij geeft woorden in de Heilige Schrift om te bemoedigen, te vertroosten en te sterken. Als het vernieuwend werk van de Heilige Geest voltooid is, zullen degenen die van Christus zijn, geen last meer hebben van aanvechtingen en strijd. Ook wordt er dan niet meer ten huwelijk gegeven en genomen, maar zullen allen die met Christus’ bloed gekocht zijn als engelen Gods in de hemel zijn. Dan is het geen kwestie meer van hetero of homo. Samen vormen ze de Bruid van Christus!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Commissie die te denken geeft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's