Pinksterzuchten
Meditatie: Romeinen 8:23
De erfenis die allen die van Christus zijn ten deel zal vallen, staat nog uit. Wel ontvangen wij er een voorschot van in de Geest van Pinksteren, dat ons te meer doet verlangen naar de volheid.
' En niet alleen dit, maar ook wijzelf die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelf, zeg ik, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.'
In de Tweede Wereldoorlog moesten gevangenen van de Japanners een brug bouwen over de rivier de Kwai. Velen lieten er het leven door uitputting en ellende. De naam die de brug kreeg, zegt genoeg: Brug der zuchten.
Zou het geen goede naam zijn voor heel ons bestaan? Nee, het goede dat God ons in dit leven geeft doen we niet tekort, maar toch, dat zuchten dringt zich telkens weer op.
Pinkstermensen zijn in ieder geval zuchtende mensen. Ze zuchten van verlangen.
Paulus schreef over hun geweldige toekomst, maar die toekomst is bepaald nog niet gekomen. Deze tegenwoordige tijd duurt nog voort met alle ellende van dien. Ongetwijfeld was Pasen een nieuw begin. Het leven en de onverderfelijkheid zijn aan het licht gebracht, maar juist tegen dat licht steekt de blijvende schaduw feller af.
Orkanen
Heel de schepping lijdt nog steeds aan het oude, het donkere van de zonde. Paulus hoort een zuchten door heel de wereld gaan. Wij kunnen het ook horen. Het is sindsdien echt niet verstild. Je hoort het als kankercellen zich onstuitbaar en verwoestend een weg banen door het lichaam van mensen, als aardbevingen duizenden slachtoffers maken en orkanen met vernietigend geweld over de aarde gaan. Je moet ook wel Oost-Indisch, of, erger nog, West- Europees/materialistisch doof zijn om het niet te horen.
Paulus schrijft dat pinkstermensen met het schepsel mee zuchten. Pinkstermensen hebben immers ook de eerstelingen van de Geest ontvangen. Dat wil niet minder zeggen dan dat de Pinkstergeest Zelf als Eersteling kwam wonen in hun hart en leven.
De eerstelingen waren het teken van en voorschot op de volle oogst. Die volle oogst is de glorierijke doorbraak van Gods Koninkrijk, als Jezus komt in heerlijkheid. Daarvan is de Geest van Pinksteren Voorschot en Onderpand in één en nu al krijgen we een voorproefje van wat komen gaat.
Blij verlangend
Zoals dat kind in de keuken, waar mama het eten kookt. Het ruikt heerlijk. Mama zegt: ‘Wil je vast wat?’ Als dat kind wat hapjes heeft geproefd, zegt het, blij verlangend: ‘Mam gaan we al gauw eten?’ De Geest van Pinksteren deelt de gaven van Christus uit. Dat smaakt naar meer. Dat smaakt naar alles, alles van Gods eeuwig en heerlijk koninkrijk. Mijn smaak voor de wereld is voorgoed bedorven. Het verlangen bloeit open, het zuchtend verlangen naar wat God bereid heeft en Christus verworven voor allen die Hem verwachten. Soms vergeet ik het zuchten. Dan wordt het stil en mat in mijn leven. Ik heb genoeg aan het hier en nu. Maar de Geest van Pinksteren wakkert het weer aan, soms zelfs heel hardhandig. Ik lijd een zwaar verlies. Ik ga een donkere weg. Dan hoor ik het weer, overluid: het zuchten van heel de schepping. Ik zucht ook zelf weer van intens verlangen, verlangen naar de grote zomer, waarin zich het hart verblijdt.
De apostel Paulus vult dat hier in: de aanneming tot kinderen en de verlossing van ons lichaam. Maar was ik dan geen kind? Was ik niet aangenomen tot Gods lieve kind en erfgenaam? O, vast en zeker. In de overgave van mijn zondige en verloren leven aan de Heere Jezus mag ik daarop vertrouwen. In die overgave ontvang ik toch ook de Kindergeest.
Eeuwige zaligheid
Maar ook daarvan geldt wat Johannes schreef: ‘Nu zijn we kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen, maar wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen wezen.’ Dan word ik niet van mijn lichaam verlost, maar met en in mijn lichaam verlost. Naar lichaam en ziel word ik gaaf en goed voor Hem, om Hem in de eeuwige zaligheid te loven en te prijzen. Wij, die de eersteling van de Geest ontvangen hebben. ‘Ik?’ Waar merk ik dat dan aan? Het hoeft de eerste vraag niet te zijn. Het antwoord daarop voldoet ook nooit. Wij mogen naar Jezus gaan.' Al wat u ontbreekt, schenkt Hij, zo gij ’t smeekt, mild en overvloedig.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's