De hotelkerk voorbij
Dr. B. Plaisier: Kansen voor gereformeerd belijden
De Gereformeerde Bond mag wat zelfbewuster worden; in de kerk zijn meer kansen voor het gereformeerde belijden dan ooit. Een advies van dr. B. Plaisier, een dag voor zijn vertrek als scriba van de Protestantse Kerk.
‘De Gereformeerde Bond moet niet denken: we roepen, maar niemand luistert. Die tijd is voorbij; er sijpelt meer in het geheel van de kerk door dan de bond denkt. Hij zou daarom wat positiever naar zijn eigen rol moeten kijken en niet vanuit een geïsoleerde positie denken. Hervormd-gereformeerde synodeleden die zich volledig aan het synodewerk geven, krijgen bijvoorbeeld vooraanstaande posities. Er wordt naar hen geluisterd, meer dan destijds in de Hervormde Kerk. In de breedte van de kerk wordt gekeken naar de HGJB en IZB. We zouden ook willen dat er meer hervormd-gereformeerden bij de dienstenorganisatie van de kerk zijn betrokken. Dat zou het geheel van de kerk scherp houden.’ Dr. Plaisier beaamt dan ook dat de kerk orthodoxer wordt – kritiek van Op Goed Gerucht, het predikantenplatform dat vrijheid en ruimte in theologie en verkondiging zoekt. ‘Het orthodoxe gehalte is inderdaad verhoogd. Er is meer aandacht voor het specifiek reformatorische, voor de boodschap van het evangelie. Je ziet ook dat mensen in allerlei kringen ernstig bezig zijn om de Bijbel te bestuderen en zoeken naar fundamentele elementen vanuit de traditie van de kerk.’
De fusie is een zegen?
‘Vroeger werd gezegd dat het grondvlak helemaal niet wilde verenigen. Dat is gelogenstraft door de praktijk. Veel classicale vergaderingen gaan samen. Ik krijg signalen dat ook orthodoxe gemeenten om zich heen kijken en ontdekken dat ze kunnen leren van kerken met een ander soort liturgie en geloofsbeleving. Hervormden ontdekken dat ook gereformeerden behoorlijk belijdend zijn. Er is openheid gekomen, meer verbanden ook. De geschiedenis van de Hervormde Kerk is die van een hotelkerk; dat willen we in de Protestantse Kerk niet.’
Is er niet ook veel tegengevallen?
‘Ik vind dat je ten aanzien van het eenheidsproces eerst de principiële vraag moet behandelen: waarom zou je je inspannen voor eenheid? Als je nadenkt over de kerk, kom je uit bij Christus, bij het ene lichaam van Christus, bij de kerk van alle tijden. Dat is niet alleen maar een onzichtbare kerk. Eenheid is een zaak die wezenlijk bij het geloof en de kerk hoort. We moeten de weg van de gehoorzaamheid aan het gebod van God willen gaan, daarop is zegen te verwachten. Toen we eenmaal een geworden waren, was dat iets van vervulling van de belofte. Als je kijkt naar het resultaat, heeft de fusie ons veel gebracht. Ik noemde het belijdend karakter van de kerk. Ik wil ook noemen het verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, waardoor de kerk niet in een vrije val terechtkwam. Voor de fusie leken veel gereformeerden hun identiteit kwijt. Bij midden-orthodoxe hervormden was er het probleem van een steeds meer verdampende betrokkenheid op de kerk. Zij waren gefedereerd en wilden niet veel langer meer wachten. Als SoW niet was doorgegaan, zouden ze gekozen hebben voor een eigen eenheidskerk en zich niets meer van het hervormde instituut hebben aangetrokken. Er is nieuw protestants kerkelijk leven tot stand gekomen, op een moderne manier. De kerk na 2004 heeft een duidelijke visie en een duidelijk beleid: belijdend, gericht op de Heilige Schrift, maar ook missionair, wat is uitgewerkt naar alle mogelijke manieren van kerk zijn. Dat profiel zie ik in veel gemeenten tot stand komen. Ik durf te zeggen dat dit een zegen voor de kerk is geworden.
Er is helaas ook een ander verhaal te vertellen. Op bepaalde punten is de fusie niet gelukt. We zijn 40.000 à 50.000 mensen kwijtgeraakt. Het is vreselijk als families niet meer over het geloof willen praten en als kerkgemeenschappen ruzie maken. Maar gaandeweg de elf jaar van mijn scribaat ben ik tot de ontdekking gekomen dat ook als er geen SoW was geweest, de Hervormde Kerk ooit uiteen zou zijn gevallen. De tegenstellingen waren te groot geworden, ook binnen de Gereformeerde Bond.
Wat er is gebeurd, vind ik heel verdrietig. Ik hoop dat we over enige tijd meer contact met hersteld hervormden krijgen. Binnenkort gaan we weer met hun moderamen om tafel zitten. Maar ik ben bang dat er wel een generatie overheen gaat voordat de verhoudingen genormaliseerd zijn.
Ik heb nooit gedacht: we moeten dit proces stoppen. Een paar maanden voor het verenigingbesluit heb ik een paar dagen gewandeld, met een Bijbel in mijn rugzak vanaf het strand van Scheveningen naar het noorden. Ik had behoefte tot rust te komen. Al lopend in meditatie en gebed heb ik me afgevraagd: is dit nu de goede weg? Het bepalende is toch wat mijn moeder altijd zei: heb je er God in mee? Er is geen stem uit de hemel gekomen, maar ik kreeg wel grote vrede over het proces gevonden.’
Houdt het gebod tot eenheid bij de drie gefuseerde kerken op?
‘Nee. Alleen, het fusieproces heeft veertig jaar geduurd; zoiets maak je maar eens mee. Intussen heeft het element van samenwerken een impuls gekregen. De hervormde synode is bijvoorbeeld nog nooit door iemand uit Christelijk Gereformeerde of Gereformeerd Vrijgemaakte kerken toegesproken. Wat dat betreft was onze laatste synode historisch.
Ik realiseer me dat een brede kerk voor veel kleinere gereformeerde kerken onwennig is, toch worden de barrières minder groot. We gaan bijvoorbeeld beginnen met kerkplantingsprocessen en willen graag leren van de deskundigheid die Nederlands Gereformeerden en Christelijke Gereformeerden op dit gebied hebben.
Voor evangelicale kerken en pinksterkerken is er ook meer openheid, al zijn die relaties soms minder stevig. Wij kunnen veel van evangelischen leren voor ons geloofsleven. Zij zien op hun beurt dat de ambtelijke wijze van kerkbestuur een zo bewarende vorm van kerk zijn is, dat je daardoor een kerk hebt die de eeuwen kan verduren.’
En als het gaat over Rome?
‘Dat moet eigenlijk ons grootste punt zijn; hier liggen de grootste verschillen en de grootste taak.
Maar het is duidelijk dat het gesprek met Rome bij ons vaak niet bovenaan de lijst staat. We zijn een uit overtuiging reformatorische kerk, staande in de traditie van de Oude Kerk, maar ook volop staand in de traditie van de gereformeerden en luthersen. Dat ontslaat ons niet van de plicht om met de Rooms-Katholieke Kerk in gesprek te zijn. Wat tijdens de Reformatie is gebeurd, mogen we maar niet als een gegeven accepteren. Daarbij komt dat we elkaar nodig hebben in onze ontkerstende samenleving. We willen op missionair gebied meer samen doen. Dat kan ook bijna niet anders als het je liefste wens is dat de grote meerderheid van het Nederlandse volk, die niets weet van de Bijbel, met het Woord in aanraking komt.’
Is er een grens aan samengaan?
‘Natuurlijk. Er moet overeenstemming zijn in het belijden en in de kerkorde. Als het gaat over Rome, zijn er veel zaken waarover we wezenlijk verschillen: de eucharistie, de ambten, de kerk, Maria, rechtvaardiging.’
Uw inzet was een missionaire kerk. Iemand als drs. W. Dekker van de IZB komt van dat naar buiten gerichte terug.
‘Missionair werk betekent altijd dat je je verhoudt tot de cultuur. Daarnaar moet je een vertaalslag maken. Je hebt geen pakketje in handen dat je altijd en overal zonder meer kunt overhandigen. Als je in gesprek bent met een godloze cultuur, kun je de boodschap van vroeger niet zomaar doorgeven. Intussen is er wel het gevaar dat je het evangelie verloochent. We hebben de Heilige Schrift, die moeten we verkondigen. Het Woord blijft het kritisch tegenover.
Daarom heb je een gemeente nodig die voor je bidt en die je scherp houdt. Zo zie ik ook de taak van de Gereformeerde Bond, met vragen als: is dit nog in de weg van het Woord en het belijden? Dan gaat het niet alleen om te kijken naar wat in de belijdenisgeschriften staat. De vraag is: wat staat er wat relevant is voor prediking en voor het missionaire werk nu?’
U heeft zich kritisch uitgelaten over het gebrek aan betrokkenheid op de landelijke kerk. Kan dat zijn omdat de kerk zich niet met de juiste dingen bezighoudt?
‘We zitten in een andere fase dan veertig jaar geleden, zelfs dan tien jaar geleden. Mensen zoeken vandaag als consumenten naar de kerk waarin ze zich het meest thuis voelen. Dat is een bedreiging voor het kerkelijk leven, omdat de stabiliteit van de kerk in gevaar komt. Ik kan het wel begrijpen, maar zeg meteen: vertrouw op de belofte van God dat Hij voor je zal zorgen als je de weg van de kerk gaat.
Houdt de kerk zich met de goede dingen bezig?
Ik heb het gevoel dat we die toets redelijk kunnen doorstaan. De vraag is of plaatselijke kerkenraad zich interesseert voor wat de landelijke kerk toestuurt. De papierwinkel is veel minder geworden dan twintig jaar geleden. Het is belangrijk dat je met elkaar werkt aan een beeld van de kerk waar positieve elementen in zitten.’
Wat wenst u uw opvolger toe?
‘Dat hij met het moderamen en de synode de kerk die nu vorm krijgt tot een steeds grotere eenheid kan vormen, tot een belijdende, getuigende en levenskrachtige kerk, waar iets van uitgaat. Ik hoop dat hij zich gedragen weet door de hele kerk, dat hij dat merkt. Ik ben blij dat hij het is geworden, vanwege zijn theologische positie, zijn kennis en visie.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's