Studenten theologie in Zegveld
Waardoor wordt studiekeuze bepaald?
De laatste tijd zijn veel jongeren uit de hervormde gemeente van Zegveld theologie gaan studeren. Is de prediking van invloed geweest op de keus van de jongeren?
Waardoor wordt studiekeuze bepaald?
Al denkend kwamen de namen van, voor het merendeel oud-catechisanten, bij me boven die theologie gingen studeren en thans student, kandidaat, predikant of zendeling zijn. Ik kon het niet ontkennen maar evenmin kon ik de vraag beantwoorden waar dat dan aan lag. Had het te maken met de tijd dat ik er predikant was?
Ik kon daar, zo meende ik aanvankelijk, geen antwoord op geven. En, zo dacht ik, is dat niet voor iedereen weer heel anders? God gaat met ieder die Hij roept immers Zijn eigen weg?
Nadat de vraag al diverse keren als een ‘lastige steen’ van de ene naar de andere hoek van mijn bureau was verplaatst, zag ik voor mijzelf wat lijnen, niet zozeer als een direct antwoord op de gestelde vraag, maar meer in algemene zin, waarbij Zegveld als kapstok kon fungeren.
Roeping
Vooropgesteld zij dat de weg naar het predikantschap slechts open ligt voor hen die daartoe door God geroepen zijn. Dat wordt via de innerlijke roeping gewerkt door Gods Geest in het hart en uiterlijk bevestigd door de daadwerkelijke roep uit een gemeente. Dat is de enige legitieme wijze waarop mensen kunnen komen tot de ambtelijke woordbediening. Ik hecht eraan, dat uitgangspunt vast te houden. Immers, 'hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden?' (Rom. 10:15)
De basis voor het predikambt is, om met de belijdenis van de Kerk te spreken: 'Dat God in Zijn goedertierenheid verkondigers van die zeer blijde boodschap zendt tot wie Hij wil en wanneer Hij wil, door wier dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus.' (DL I, 3) Daarmee worden tegelijk alle andere motieven die mensen bewegen tot de ambtelijke verkondiging, zoals eerzucht, heerszucht, frustratie en dergelijke gediskwalificeerd. Roeping van God als een werk van Zijn Geest in het hart is de basis voor het ambt van predikant. Dát werkt liefde tot God en tot Gods Kerk. Alleen daaruit kan een vruchtbare bediening voortvloeien.
Niet een voltooide studie theologie, hoe nodig en waardevol ook, geeft uiteindelijk de toegang tot de kerkelijke verkondiging, maar de roeping en de zending door God Zelf. Mensen worden geen dominee gemaakt, door wie of wat dan ook. Niemand wordt als (potentiële) dominee geboren maar hij wordt door God zelf geroepen. De hoofdlijn is dat God aan Zijn gemeente haar dienaren geeft.
Uit de gemeente
Dat gezegd zijnde echter is het wel zo dat God zijn dienaren niet alleen roept tot Zijn gemeente maar ook uit Zijn gemeente. God doet de roeping tot de ambtelijke dienst geboren worden in het hart van Zijn Kerk: daar waar de bediening der verzoening plaatsvindt, waar het Woord opengaat, waar jonge mensen persoonlijk worden aangesproken. Daar kan het gebeuren dat de liefde tot dat Woord door Gods Geest in het hart wordt gesmeed tot een verlangen om dat heerlijke evangelie ook aan anderen te verkondigen, uiteraard in de weg van intellectuele bekwaamheid en communicatieve begaafdheid en uiteindelijk door de concrete roep van een gemeente.
Roeping is een proces. Niemand wordt als bij toverslag geroepen tot het predikambt. De Geest overtuigt op Zijn eigen wijze tot het dienen van Gods gemeente in het ambt van herder en leraar. Zonder aanspraak te maken op volledigheid wil ik hieronder een aantal zaken aanstippen die in dat proces een rol spelen.
De rol van de gemeente
Er zijn gemeenten in onze kring waar zelden of nooit kandidaten voorgaan. Of het moet zijn op de meest kritische zondagen eind juli of begin augustus wanneer het merendeel van de bevoegde voorgangers in binnen- of buitenland vakantie houdt. Voor het overige zijn zij, die zich nog in hun studieperiode bevinden, als voorganger buiten beeld. Op z’n best functioneren ze als laatste mogelijkheid om preeklezen te voorkomen. Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat preekbeurtenregelaars zich daarbij, bewust of onbewust, laten leiden door wat gemeenteleden vinden van een ‘kandidaat op de preekstoel’.
Niet zelden wordt daar, overigens vaak zonder de persoon in kwestie te kennen, wat minachtend over gesproken. Alleen al het feit dat een kandidaat voorgaat heeft voor sommigen een wat minderwaardige klank. Het brengt gemeenteleden er openlijk of bedekt toe deze diensten te mijden of elders te kerken.
Het is niet mijn bedoeling gemeenten en gemeenteleden over één kam te scheren. Ook weet ik dat uitzonderingen de regel bevestigen.Toch lijkt het mij goed onder ogen te zien dat jongeren in een gemeente waar die sfeer heerst bepaald geen positieve stimulans ondervinden om zich tot de studie theologie te begeven. Het is de taak en de opdracht van de hele gemeente beginnende predikers met warmte en liefde te ontvangen. Belangrijk is daarbij te beseffen dat God juist in die weg Zijn dienaren als een gave aan Zijn Kerk schenkt.
De rol van de kerkenraad
Ambtelijk leiding geven aan het leven en werken van de gemeente houdt soms in, dat tegen de heersende tendens moet worden ingegaan. Als kerkenraden hierboven genoemde geluiden in de gemeente opvangen is het nodig de gemeente (of individuele gemeenteleden) hierin ‘her op te voeden’, bijvoorbeeld door te besluiten, een vast aantal of percentage van de beschikbare preekbeurten door studenten of kandidaten te laten vervullen, liefst uitgesmeerd over het hele (kerkelijk) jaar.
Het is mijns inziens in de geschetste situatie de taak van de kerkenraad aan de gemeente duidelijk te maken dat zelfs de meest begaafde dominee ooit als onervaren kandidaat zijn eerste schreden zette op het predikpad. Daarnaast spreekt het welhaast vanzelf dat de broeders ambtsdragers die dienst doen op het moment dat een kandidaat voorgaat ook de taak hebben met broederlijke liefde en zorg om de aankomende predikant heen te staan, hem te bemoedigen of broederlijk te wijzen op dingen waar hij aandacht aan zou moeten besteden.
Ten slotte zal duidelijk zijn dat in de voorbede voor de studenten theologie en allen die hen onderwijzen een taak is weggelegd voor de kerkenraad. Datzelfde geldt voor de invulling van het collecterooster en de wijze waarop de collecten voor bijvoorbeeld studiefonds en leerstoelfonds bij de gemeente onder de aandacht worden gebracht. Zo zijn er vele middelen die kerkenraden ten dienste staan om de studie theologie een positieve plek te geven in het geheel van de gemeente en de erediensten. Er zijn middelen en mogelijkheden te over om eventueel ontluikend roepingsbesef bij jongeren te ondersteunen.
De rol van de predikant
De rol van de predikant als stimulans tot de studie theologie moet niet worden overschat. Mogelijk kan een voorganger een voorbeeldfunctie vervullen als het gaat om jongeren uit de gemeente. Jongeren hebben immers levende en sprekende voorbeelden nodig, mensen waar ze zich aan op kunnen trekken, mensen aan wie ze wat beleven en die hen idealen aanreiken om na te volgen: aansprekende en wervende prediking, een prediking die oproept tot een levend en krachtig geloofsgetuigenis zal er zonder meer aan kunnen bijdragen dat jongeren zich aangesproken voelen om hun leven in Gods dienst te stellen.
Ik haast mij erbij te zeggen dat theologie studeren niet de enige weg is waarop dat gestalte kan krijgen. Als jongelui worden aangeraakt door het Woord en onder de bekoring van de prediking hun leven willen wijden aan de Heere kan dat zeker ook op andere manieren. Onze wereld heeft ook dringend behoefte aan bouwvakkers, onderwijsmensen, artsen, juristen enzovoort met een positief christelijke overtuiging. De kansel is zeker niet de enige plaats waar onze roeping om God en Zijn Woord ter sprake te brengen gestalte kan krijgen.
Daarnaast is er vanzelfsprekend een pastorale taak weggelegd voor de predikant die één of meerdere studenten (theologie) of kandidaten als gemeentelid heeft. In de voorbede mag de nood van de Kerk, die immers de nood van de prediking is, aan God worden voorgelegd. Regelmatige gesprekken met studerende jongeren en het gebed met hen en voor hen, alsook voor de faculteiten waaraan zij studeren, verstevigt de band met de gemeente. Ook kan de predikant, als ‘ervaringsdeskundige’ studerenden helpen om geloof en wetenschap vruchtbaar met elkaar te verbinden.
Ten slotte doet een predikant er goed aan te stimuleren dat een kandidaat geregeld in de thuisgemeente kan voorgaan.
De rol van het jeugdwerk
Een grote rol in het ontwakend roepingsbesef van jonge mensen zou ik willen toedichten aan het jeugdwerk in de gemeente. Ik doel dan vooral op kwalitatief goed jeugdwerk, waar naast ontspanning ook wekelijks de Bijbel opengaat, waar men het niet schuwt om met elkaar te spreken over de fundamentele zaken van het christelijk geloof en waar wordt nagedacht over de manier waarop jongeren in deze moderne wereld hebben te staan.
Goed jeugdwerk in de gemeente is een broedplaats voor jonge mensen die meer willen weten van God en Zijn Woord. Het is een plek waar jongelui, niet gekneveld door de mening van de groep of door van boven af opgelegde dogma’s, zich kunnen scherpen aan elkaar in discussie en gesprek en met elkaar bezig zijn met het evangelie en haar plaats in de moderne cultuur. Juist dát kan het roepingsbesef van jongelui wekken of versterken. Het jeugdwerk van de christelijke gemeente biedt die veilige plek die jongeren nodig hebben om te toetsen, of wat zij innerlijk voelen aan besef van roeping ook naar buiten kan komen in woord en geschrift. Inleidingen maken voor de jeugdvereniging en meedenken over het beleid en het vormgeven van de bezinning binnen het kerkelijk jeugdwerk doen het besef groeien dat persoonlijke mogelijkheden en gaven ook vruchtbaar gemaakt kunnen worden in het geheel van Gods koninkrijk. Het mede leiding geven aan het gesprek over bijbelse en christelijke thema’s, het samen met anderen de leiding op zich nemen van jeugd- of kinderclubs, het actief bezig zijn in Dabarwerk of andere evangelisatie-activiteiten zijn de dingen die jongeren vormen en die hen van hun persoonlijke gaven en talenten bewust maken.
De rol van de student
Met het volgen van de studie theologie gaat er een wereld open. Al vanaf het eerste jaar komt de kersverse student in aanraking met de wetenschappelijke theologie met al zijn aanspraken en pretenties. Voor vele jongeren uit onze gemeenten die altijd reformatorisch of op z’n minst christelijk onderwijs volgden is de theologische faculteit de eerste seculiere opleiding. Tegelijk komen dan de verschillen aan het licht tussen de hoog verheven wetenschappelijke godgeleerdheid en de soms weerbarstige kerkelijke situatie in de thuisgemeente. Het behoeft geen betoog dat dat binnen de kortste keren een bron van twijfels en conflicten kan worden met als gevolg verwijdering en onbegrip. Daarom is het goed te beseffen dat de studie theologie niet een soort veredelde catechisatie is. Eerlijk gezegd is het eerder een middel om het kinderlijk geloof kwijt te raken dan om datzelfde geloof te verdiepen. In de gemeente zal men hierop bedacht moeten zijn.
De student zal zich, liefst met behulp van anderen, moeten bezinnen op de verbinding tussen geloof en wetenschap en op de vraag hoe die verbinding vruchtbaar kan zijn voor de opbouw van het persoonlijk geloof en voor de dienst aan Gods Kerk. We mogen bijzonder dankbaar zijn voor de door de Gereformeerde Bond georganiseerde oriëntatie- en studieweken. Daarin kunnen studenten zich samen met anderen en onder leiding van ervaren theologen vormen en toerusten met het oog op een taak in Gods gemeente. Graag wijs ik daarbij op het boek van dr. G. van den Brink: Een publieke zaak. Theologie tussen geloof en wetenschap.
Studenten theologie mogen, op grond van hun pasverworven kennis best kritische vragen stellen. Wel zullen ze zich ervoor moeten wachten, meteen al het geleerde of zaken waarvan kennis is genomen in de studie, te willen toepassen in de situatie van de thuisgemeente.
Ten slotte
God roept Zijn dienaren niet alleen tot de gemeente maar ook uit de gemeente. Ook vandaag zijn in de kerkelijke bediening, maar ook in het werk van zending en evangelisatie de velden wit om te oogsten. Het gebed van de gemeente om de voortgang van de prediking van het Woord en de verbreiding van het evangelie blijft nodig. Zeker nu het aantal vacatures in de komende jaren, naar de mens gesproken, zal toenemen. Voortdurend gebed in de wetenschap en het geloof dat de toekomst van de Kerk in Gods handen ligt is belangrijk. Daarom: 'bidt de Heere van de oogst, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's